Werfklas Culemborg

Naam school: Waldorfschool de Werfklas
Regio: Culemborg
Werkzaamheden met kinderen: onkruid wieden, zaaien, planten, oogsten bij een boer in de buurt. Ook appels plukken, bomen zagen, hout hakken en wilgentenen vlechten, hout snijden, bootje varen, vuur maken, broodjes bakken, zelf speren maken en werpen, …
Aantal jaren: sinds het begin van de oprichting van de school, 18 jaar geleden
Aantal keer per jaar/seizoen: alle klassen, dus klas 1 t/m klas 6, gingen jarenlang 1x per week bij de boer aan de slag. Omdat er een beperkt aantal kinderen kan meehelpen, gaan we daar tegenwoordig alleen met klas 3 en 4 wekelijks heen. Door het jaar heen doen we met de andere kinderen ook veel activiteiten buiten.
Hoeveel kinderen: 
de klassen bestaan uit maximaal 12 kinderen. Per 6 kinderen is er 1 begeleider

 

Welke activiteiten doen jullie met de kinderen?
Daniëlle Buijsman, een van de oprichters van de Werfklas: ”We doen van alles buiten. Denk aan appels plukken, bomen zagen, hout hakken en wilgentenen vlechten, hout snijden, bootje varen, vuur maken, broodjes bakken, zelf speren maken en werpen, …. Onze school wordt verwarmd op een houtgestookte cv, dus zeker in de winter moet er regelmatig hout gezaagd, gehakt en gestapeld worden. Wanneer we op de stadsboerderij Caetshage werken (1x per week) kunnen de kinderen zelf kiezen welke klus ze gaan doen, waardoor de leeftijden door elkaar heen in dezelfde groep kunnen zitten. Kinderen zaaien, onderhouden en oogsten daar.”

Wat motiveert je om met jullie klassen naar buiten te gaan?
”Het idee voor de school in de vorm zoals het nu is, is ontstaan vanuit de droom om anders te wonen dan gangbaar was. Zo’n 20 jaar geleden waren er veel rijtjeshuizen, rechttoe-rechtaan en weinig variatie. In die tijd was ik werkzaam op de Vrije School in Gouda. Daar liep ik er echter tegenaan dat van mij allerlei controlerende en tijdrovende taken verwacht werden. Die bedachten mensen (ongetwijfeld met goede bedoelingen) achter hun bureau, mensen die niet de directe verbinding met de kinderen in mijn klas beleefden. Onderwijs komt mijns inziens juist daar tot stand. In het hier en nu, steeds nieuw, gestoeld op studie op de mens en het opgroeiende kind in het bijzonder.

Samen met een collega ben ik begonnen met het opzetten van de Werfklas, iets wat ontzettend leuk was om te doen. Het gedachtegoed van de Vrije School is een belangrijke inspiratie geweest.”

Wie begeleidt de activiteiten?
”Meestal doen we het zelf, omdat we kleinschalige klassen hebben. Soms helpen er wel eens ouders of vrijwilligers. Belangrijk is dat je als begeleider de kinderen kunt enthousiasmeren en het zelf leuk vindt om mee te werken. Op de boerderij werkt de boerin altijd mee. We werken in groepjes van 6 kinderen met 1 begeleider.”

Wat gaat goed/is leuk?
”Dat de kinderen waarnemen en beleven wat er gebeurt om hen heen. Dat ze kunnen werken op het land, meemaken dat het lente wordt, zomer, hoe spruitjes groeien, dat het weer kouder wordt. De vreugde die het oogsten geeft, als ze resultaat van hun werk zien. Soms mogen kinderen bij de boer op de trekker. Ook het leren samenwerken is erg zinvol, en leren dat het ook voldoening kan geven om toch iets te gaan doen waar je soms in eerste instantie weerstand bij voelt.  ”

Wat zijn de reacties van de kinderen?
”Heel wisselend, sommige kinderen vinden het geweldig, andere kinderen vinden er niks aan. Ervaring is dat de middag op school na een ochtend buiten werken harmonieus verloopt. Het werken geeft de kinderen veel voldoening.”

Tips voor het organiseren en begeleiden van activiteiten

  • ”Werk in kleine groepjes van max 6 kinderen.
  • Zorg dat je de dag of ochtend goed vormgeeft en goed leidt. Maak afspraken over gereedschap, waar ze het neerleggen, dat ze het schoon terugbrengen.
  • Let erop dat kinderen voorzichtig met dingen omgaan, zoals met oogsten of onkruid wieden. Sommige kinderen zijn wat minder voorzichtig en hebben niet in de gaten dat ze snel een plant kunnen beschadigen.
  • Op het eind is het altijd mooi om even terug te kijken, wat hebben we nu gedaan? Neem de tijd daar even van te genieten.
  • Focus vooral op het beleven en niet zozeer op het cognitieve aspect. Voor jonge kinderen is het helemaal nog niet interessant hoe een dier of plant heet. Laat ze daarentegen zien hoe planten eruit zien, ruiken, hoe mooi gekleurd een insect is.
  • Maak er een spel van, daag ze uit.”

Kijk ook eens op: