Leven met Water: “Was de stuwwachter te laat uit bed, dan kreeg je de voeten nat.”

Wim Deunk (geb. 1950)

Wim Deunk woont met zijn vrouw aan de Wooldseweg in Winterswijk, naast de Visgroothandel en Viskwekerij Deunk V.O.F., een bedrijf dat gerund wordt door zijn zoon Richard en waar hij iedere dag nog graag een handje meehelpt. Het rundveebedrijf is begin jaren ’90 omgezet in een palingkwekerij, maar richt zich nu op de kweek van meerval en is tevens een groothandel in veel soorten vis. We praten in zijn woonkamer over de problemen die zich voordeden in dit van oorsprong natte stuk Winterswijk, gelegen langs de Boven Slinge. In de buurt bevinden zich de watermolens Den Helder en Berenschot (allebei met stuw), landgoed Den Schooten, het Strandbad en de Bleekweide. Het hele gebied is recentelijk opgeknapt in het kader van het BOS-project.

Verhaal Stef Geenen, beeld Wim te Selle.

Ik weet van vroeger af aan niet anders dan dat in de zomerdag het hooi regelmatig in het water stond, zo nat was het in de wei. In dit gebied zijn heel veel stukken waar je in de winterdag helemaal niet kunt rijden vanwege het water en in de zomerdag maar één of twee maanden.

Vroeger hebben ze in de Slingebeek een watermolen neergezet en toen is de beek gekanaliseerd en hebben ze er een losbeek omheen gemaakt. Dat is een omleiding zodat het water niet allemaal via de molen loopt, die anders te hard kan gaan draaien. Maar voor mijn gevoel is de losbeek een gedeelte van de oude loop geweest en is het stuk langs de molen gegraven vóórdat ze die neerzetten. Want daar liep het vroeger juist altijd onder water. Het was een dubbele molen, aan de ene kant maalden ze graan, en aan de andere kant olie, de Olliemölle.

De Losbeek

Vroeger heeft er ook nog ergens een weg gelopen, naar de molen toe. Als je bij de molenaar geld had gekregen, kon je bij de Scheper nog een borrel drinken in de gelagkamer. Op de plek van het huis van Mol was vroeger een dansvloer met een podium waar de muziek op ging zitten. Toen Mol ging trouwen hebben ze er een huis neergezet en de originele weg die daar achter loopt afgesloten. Bausch had er een hekel aan dat de er veel mensen langs huis kwamen, dus die heeft er een slootje gegraven en kon je er niet meer langs. Het stukje weg (Schepersbospad) vanaf het fietspad tot aan de gracht (losbeek) is dus pas zo’n 60-70 jaar geleden gemaakt. De broer van mijn opa heeft dat gedaan, anders moest hij er helemaal omheen rijden en bij de Olliemölle de brug over om bij onze twee weilanden te komen. En de originele weg vanaf de gracht langs de beek richting watermolens is komen te vervallen. Bij het huis van Mol is het ook erg nat en zuur met aan vier kanten bomen, en dus heel veel mos en weinig bloemen.

De stuw was vroeger allemaal handbediening en als de stuwwachter maar op tijd uit bed was, ging het goed. Was hij te laat uit bed dan kreeg je de voeten nat. Bij Den Helder moest Bausch, en later Henk den Herder van de Gulle Waard er ’s nachts uit om het waterpeil hoger of lager zetten. Als er kruiend ijs was, gingen de stuwen er helemaal uit en dan stond de beek zo ongeveer leeg.

De stuwwachters hielden zich niet zo aan de regels; vaak kwamen ze te laat uit bed en als er veel water uit Duitsland kwam zat je hier vroeger vaak met natte voeten omdat het water bij Bekendelle niet weg kon. Dan stond het rondom het huis blank, het huis zelf stond net hoog genoeg. We legden dan wel zandzakken bij de schoppe. Bij de buurman ging het water er bij de nendeuren in en kwam het er voor door de voordeur weer uit. Die hadden dan het bed twintig centimeter in het water staan, en die werden daar niet vrolijk van. Meestal was het water in twee dagen wel weer weg.

Er was hier ook een ijsbaan, maar omdat die precies achter het bos zat, was vaak de helft bevroren en op de andere helft zwommen de eenden nog. Dan moesten ze bij de molen het water opstuwen, in de losbeek een stuw open doen en dan kon het onderlopen. Bausch eiste dan wel dat hij er een koek en zopie-tent mocht neerzetten. Als de ijsvereniging daar geen zin in had omdat ze liever zelf die inkomsten hadden, dan trok Bausch de stuw weer omhoog en was het schaatsen snel gebeurd. Als de ijsbaan dicht was gingen wij als jeugd er naar toe en dan was het geld zoeken. Daar lag een kapitaal, want bij die tent viel nog al eens een gulden of een kwartje en dat vond je in de sneeuw niet weer. Business!

Ook de Dierlijke Afval Verwerking had productiewater nodig uit de beek. Als dat allemaal met kraanwater moet dat kost dan een kapitaal. Er zat zo’n dammetje voor van stenen, dus het water bleef wat hoger en dan konden ze het naar de fabriek pompen. Ze moesten dan we iets regelen met de stuwwachter. De boerderij van Ter Kuile liep vroeger ook altijd onder water via de losbeek, die wij vroeger ‘de gracht’ noemden, de originele loop.

Toen ik naar de lagere school ging, eind jaren ’50, heeft het hier dagen blank gestaan. Ik mocht toen ook niet alleen naar school fietsen want dat was te gevaarlijk omdat er redelijk wat stroming was. En in ’98 was het weer zo, ik herinner me dat omdat mijn zoon toen getrouwd is. Die zat dus echt in het huwelijksbootje. De ambtenaar van de burgerlijke stand moest zijn auto ’s avonds verderop zetten anders kwam hij niet meer weg, want het water kwam in een half uur omhoog. Omdat het in Duitsland allemaal gekanaliseerd is, komt het water met acht uur hier. Vroeger was dat twee dagen. De mensen van het waterschap zaten er later wel meer achteraan, maar de stuwwachters lieten zich soms niet al te veel vertellen… Ik herinner me dat we hier een keer een stal hebben gebouwd en dat ik zei: “Als je de stuw nou een poosje laag houdt, dan hoef ik niet zo veel te pompen.” Maar ’s nachts heeft ie de stuw er weer in gedaan en ging ik er de andere morgen tot de knieën in. Ik belde om half zeven naar het waterschap, daar waren ze ook niet blij dat ik zo vroeg al belde, en toen moest er een opzichter naar toe om dat ding weer te laten zakken.

In de beken zat ook vis, voorn, brasem en karper en noem maar op. We hadden vroeger bouwland hier naast de beek zitten, en als het water hoog liep bleven de vissen als het water weg was in de voren achter en dan kon je de vis er zo uit rapen. Ook als het water in de beek laag stond kon je door de beek lopen en met de handen de vis er zo ongeveer uit halen.

Vroeger kronkelde de beek veel meer en gingen we in de uithammen vaak vissen. Bij Willink verderop zijn veel slingers verdwenen, de vijvers daar zijn allemaal oude lopen van de beek.

Ook aan de grondsoorten kun je het nog wel zien, je krijgt dan bij het ploegen in plaats van gele grond, zwartbruine beekgrond boven. Dan heb je een oude meander te pakken. Wij gingen ook in de beek zwemmen. Het water was hartstikke schoon, je kon tot op de bodem kijken.

In het Buskerbos hebben ze in de jaren ’60 een dijk gemaakt, omdat de Slingebeek soms overliep en het water via de Whemerbeek Winterswijk onder water zette. De Slingebeek was vroeger niet half zo groot als ie nu is en sinds die dijk komt er een hele hoop water deze kant op. En daarom laten ze dus tegenwoordig ook hier die 7 hectare in Den Schooten onderlopen, zodat er iets meer ruimte is voor Bekendelle. Het eerste stuk is allemaal leemgrond, dus daar heb je nooit verdroging. Voeger hadden we een speciale machine waar je daar elk jaar de grond mee door ging en die sleufjes trok zodat het water weg kon. Of je moest hem elke drie jaar ploegen zodat de grond wat los kwam. Maar als je er zoals nu niks aan doet staat als het hard regent de helft al zonder meer onder water. En de andere helft loopt nooit onder omdat het daar te hoog is en de stuw te laag is. Ook onze stukken achter het zwembad zijn te nat, je kunt daar dus praktisch niet met machines opkomen en het zit ook nog aan alle kanten in het bos. Wat dat betreft kun je er beter allemaal natuurschoon van maken. Als het dan maar goed betaald wordt.

Wim Deunk bij de koeien

Bij het BOS-project hebben ze een plan gemaakt zonder de eigenaren te vragen naar hun ervaringen met de grond. Zo zijn er sloten gegraven door een hoog stuk grond, waar je dus niks aan hebt. En sloten die je met de hand moet schoonmaken omdat het ernaast altijd te nat is om op te rijden. Dat hadden ze heel eenvoudig kunnen voorkomen door een halve meter van die modder af te graven en dan de mooie gele grond, die ze nu aan de wal gezet hebben, er in te doen. Ik heb ze er nog op gewezen, maar zo stond het niet in het plan. De heren hebben daar voor geleerd, maar als ze het zelf moesten betalen, deden ze het wel anders.

In de kolk van de molens was vroeger een zwembad, daar zijn nog foto’s van. En halfweg zit er nog een betonnen of gemetselde muur in waar ze de balken in konden zetten om het water op te stuwen zodat je kon zwemmen. In latere jaren ging de ruiterclub er wel eens zwemmen met de paarden. In de zomerdag is er ook geen sterke stroming, dus gevaarlijk is het niet. Aan de andere kant stonden een paar huisjes, dat waren de verkleedhuisjes.

Het is gestopt toen het Strandbad open ging. Vroeger kwam het water voor het Strandbad uit de Slingebeek; er heeft aan de achterkant altijd nog een of ander trappenspul gezeten en daar lieten ze het water overlopen zodat er zuurstof bij kwam. Vroeger als je er door liep was het allemaal glibber. Vooral aan deze kant zat er allemaal van dat wierspul in. Het Strandbad is gelukkig niet afgebroken, en in de zomerdag zit het er vol. Achter het zwembad hebben ze vroeger doeken van de textielfabrieken ingewerkt om de afwatering beter te krijgen. Met ploegen zagen we elke vijf meter een pikzwarte strook. Maar of het geholpen heeft?

Mijn oma heeft vroeger in het Bleekhuis gewerkt, maar ze had er niet zulke goede ervaringen mee. De lappen die er lagen te bleken moesten natijds weer uitgewrongen worden, en daar had ze versleten en kromme handen van. Er werd ook een hoop chemisch spul gebruikt, de grond zit er nog vol mee. Het blekershuis, dat toen één of twee grote ruimtes was, was later schapenstal. Ze moeten alleen het Bleekhuis nou weer opbouwen, daar waar die twee schoorstenen staan. Dan is het plaatje weer compleet. Ze hadden het dertig jaar geleden al op moeten knappen, maar de gemeente Winterswijk heeft erover vergaderd tot het in elkaar stortte. Eigenlijk moet het steeds worden afgemaaid, anders is het geen bleekwei. Maar ze gebruiken het nu voor bijzondere bloempjes.”

 

 

 

 

Kijk ook eens op: