Leven met Water: “Vroeger kostte water geen geld.”

Bennie Essenstam (Geb. 1947)

We zitten bij de Hamermolen in Ugchelen, een vroegere wasserij die nu omgebouwd is tot training- en vergadercentrum. Buiten stroomt de sprengenbeek over een fraai gerestaureerd waterrad. Schuin tegenover ligt de papierfabriek Arjo Wiggins Security, voorheen Van Houtum en Palm. Ik spreek met Bennie Essenstam. Tot 2012 was hij hier hoofd Technische Dienst. Vol passie vertelt hij over de werking van de machines en hoe een watermerk in het papier wordt gemaakt. Maar hij vertelt ook over de maatregelen die vanaf de jaren ‘80 werden genomen om het waterverbruik terug te dringen. En hoe dat leidt tot weer nieuwe effecten.

Verhaal Jeanine Jentink, beeld Jan van de Lagemaat

“Ik ben er als monteur begonnen. Het was helemaal niet de bedoeling dat ik naar de papierfabriek toe ging. Ik was het vrije leven gewend. Mijn eerste klusje weet ik ook nog steeds. Ik ben in de vakantie daar gekomen, in de fabrieksstop. Ik moest een porseleinen wasbak ophangen, zo’n industriebak, een heel duur ding was dat toentertijd. Nou, ik gaatjes boren, dat ding behoorlijk vastzetten. Maar die muur! Vroeger was niks vlak, alles was schots en scheef. Dus ik draai de arm vast en ‘knap!’, knapt het oor eraf. Dat was mijn eerste klus. Ik naar Wim Kers toe, zeg zo-en-zo is het geval en die zegt: ‘O ja, kan gebeuren.’
In de vakantie waren altijd alle deuren open. Na die paar weken dat we stil hadden gestaan, gaat de fabriek weer op slot. Want je maakt daar waardepapier hè. Zo gauw het voor de Nederlandse Bank was, moest alles op slot. Je kreeg een sleutel in de zak, voor elke deur. Bij de poort moest je aanbellen en dan keek de bewaker wie het was en dan deed hij de deur open. Nou, dat was voor mij een verandering. Ik dacht: als ik dat 3 maanden moet volhouden…. Ik heb er 42 jaar gewerkt. Eerst in het onderhoud en daarna als chef van de technische dienst.

Wim Kers en Bennie Essenstam bij de Hamermolen

Toen ik in 1970 kwam, gebruikten we voor 1 kilo papier ongeveer 1000 liter water. Ja, water was er voldoende, water was er in overvloed. Nu zitten ze op 60 tot 80 liter per kilo papier. Dat is dus heel wat minder. Afhankelijk van de papiersoort die wordt gemaakt is het verbruik om en nabij de 1000 kuub per 24 uur. Dat is niet meer te vergelijken met mijn tijd. Toen ik wegging in 2012 was de laatste vergunning 750.000 kuub per jaar. Dat werd teruggebracht naar 500.000 kuub. En nu waarschijnlijk nog minder. Je moet er veel investeringen voor doen om de hoeveelheid water naar beneden te brengen. Dat moet van de provincie. En dat is ook goed.

Vroeger kostte water geen geld. Maar op een gegeven moment moesten we elke kuub die werd opgepompt betalen. De eerste waterbesparing is zo rond 1975 doorgevoerd. Dat is uit eigen beweging gegaan, je gaat wat proberen. Het eerste wat we deden was puur meten. Gedurende 3 maanden namen we elke 24 uur de meterstanden op. In die periode hadden we verschillende producties gehad. Daar maakten we dan een overzicht van en deden we onderzoek waar we konden besparen. Eerst samen met Wim Kers, later deed ik daar ook zelf onderzoek naar. In een papierfabriek heb je twee soort water: je hebt schoon water en je hebt wit water. Wit water is een afvalproduct, afvalwater van de papiermachine. Maar daar kun je heel veel mee terug winnen. In ’95/’96 kwam er een VTI, de vezel-terugwin-installatie. De vezels die werden teruggewonnen konden weer worden hergebruikt. Vroeger ging dat gewoon de bezinkvijvers in.

Molenrad van de Hamermolen

In het bosgebied een eindje verderop zit het waterwingebied van de fabriek, de Kooiberg. In 1982 werd gevraagd om minder water van de Kooiberg af te halen. Toen hebben we het gewaagd te vragen of we dan een extra bron naast de fabriek mochten zetten, want we moesten natuurlijk wel water hebben. Voordeel daarbij was dat daardoor het grondwater onder de fabriek begon te zakken. We zouden dus nooit last krijgen van water.
Dat was toen. Maar inmiddels zijn er andere dingen gebeurd. Het ziekenhuis is gestopt met gebruik van grondwater, papierfabriek Van Gelder is gestopt, de fabriek Van Houtum en Palm in Apeldoorn is gestopt. Vooral het ziekenhuis was een grootverbruiker. Die pompte als ik ’t goed heb soms wel meer dan 1.000 kuub per uur op. De Cloese, dat is een woonwijk van Ugchelen, is onderhand verzopen. De Cloese is altijd een heel nat gebied geweest en het is in de loop der jaren steeds natter geworden. Er staat nu een pomp om de Cloese droog te houden.

Sinds een paar jaar, ik heb dat nog meegemaakt, begint het water in de papierfabriek omhoog te komen. We hebben in de papierfabriek een put zitten waar we het grondwater kunnen meten. Als we een dag geen water afnemen begint het grondwaterpeil al omhoog te komen. Zo erg soms dat het in de fabriek inloopt. Dat kunnen we niet hebben, dus hebben we gezegd: nou gaat die pomp draaien op het moment dat het grondwaterpeil begint te stijgen. Nu is het zelfs zo ver dat de pomp helemaal niet meer uit gaat. Elk jaar moet je de hoogte van het water van de bronnen meten. Nou, er zijn wel jaren geweest dat het inderdaad wat naar beneden ging, maar hooguit vijf, zes centimeter. De laatste jaren is die alleen maar omhoog gekomen. Het water staat steeds hoger en hoger. Het waterverbruik is enorm afgenomen. Dat weet ik wel zeker. Ook voor het schoonmaken werd vroeger allemaal drinkwater gebruikt. Daarvan is op een gegeven moment gezegd: dat kan net zo goed proceswater worden. Het enige drinkwater dat nog gebruikt wordt zijn de oogdouches, de koffieautomaten en de toiletten. Voor de rest is alles proceswater, bronwater dus.

Ik woonde aan de Wezenweg, dat is bij de Kooiberg, het waterwingebied van de fabriek. Daar hadden we eerst een eigen pomp. In 1972 is een nieuwe leiding gelegd en toen heb ik meteen water afgetapt voor m’n eigen. Maar op een gegeven moment mocht dat niet meer, omdat het water nooit werd gecontroleerd. Dus was je verplicht om ‘gemeentepils’ (kraanwater) nemen. Die drinkwaterleiding heeft er gezeten, maar ik heb er nooit gebruik van gemaakt. Ik heb altijd gezegd: het water van de Kooiberg is perfect voor mekaar. We hebben er nooit wat van overgehouden.”

 

 

 

 

 

 

 

 

Kijk ook eens op: