Leven met Water: “Verondiepen tot op het maaiveld.”

Charlotte Rauwenhoff (1959):

Op het kantoor van Landgoed Tongeren wordt ik ontvangen door mevrouw Charlotte Rauwenhoff en de heer Cuno van der Feltz. Ze zijn respectievelijk directeur en oud-directeur van het landgoed Tongeren. Dat is wat zij noemen een familielandgoed. De oud-directeur Van der Feltz die van 1968 tot 1998 aan het bewind was, wordt aangesproken als ‘oom Cuno’ en grinnikend wordt in het gesprek gerefereerd aan ‘tante Joh’ die eveneens directeur geweest is en ‘oom Jan’ die een boek over landgoed Tongeren geschreven heeft. Dat boek levert de kennis over, onder andere, het waterbeheer van weleer. Er ontspringen drie beken op het landgoed, de Tongerense beek, de Vlesbeek of Vlasbeek en de Witte Beek. De Witte beek is er inmiddels niet meer.

Verhaal Margreet Gründemann, beeld Jan van de Lagemaat.

Van der Feltz : “In de tijd ver vóór mij, waren er altijd controverses over de beken want het rare was dat het water van de beek een eigenaar had, maar de wallen van de beek waren van een andere eigenaar. Dat water mocht je niet blokkeren of beïnvloeden. De gebruikers benedenstrooms moesten voorzien worden van water. Dat was allemaal wettelijk geregeld. De watereigenaar moest de beek af en toe schonen en dan werd de rotzooi op het land van een ander gegooid. Dat gaf conflicten. Tot aan de rechter toe. Bovenstrooms hier bij ons zitten een aantal kwelplekken. Vroeger zagen ze dat natuurlijk heel slim en ze begonnen te graven. Zo hebben ze die sprengen en die beken gegraven om een constante waterstroom te krijgen voor de molens benedenstrooms. Dit zijn allemaal opgeleide beken. Dat is een verhaal uit het verleden, maar de sprengen doen het nog steeds. Na al die jaren nog elke dag. Hoe droog het ook is, de beek blijft stromen. Ik heb zelf niet meegemaakt dat er ruzies over waren, maar in het boek van oom Jan staat: ‘Het rommelde nog al eens in het grensgebied van heide en veen tussen Epe, Wissel en Tongeren’.”

Sprengkop aan het begin van de Vlasbeek.

Rauwenhoff: “Drie beken ontspringen hier op het landgoed en eentje, de Witte beek is gedempt. Nee, die is ’verondiept tot het maaiveld’. Dat kwam op hetzelfde neer; die stroomt dus niet meer. Dat is een heel verhaal. De beken bepalen hier heel sterk het landschap. We zitten op de overgang van Veluwe massief naar de IJsselvallei. Wij liggen op een helling met de overgang van de woeste grond naar de weidegronden. Vanaf de Veluwse stuwwal zijn er verschillende dalen waar het veen zich heeft ontwikkeld en opgehoopt. We hebben op het landgoed te maken met het Tongerense Veen en het Wisselse Veen. Op die overgang van hoog naar laag, droog en nat, is de buurschap Tongeren ontstaan. Aan de ene kant hadden ze water en aan de andere kant die woeste gronden waar de schapen liepen. Op de hogere gronden zijn de esgronden ontstaan waar de bewoners voedsel konden verbouwen. Het lagere veengebied is lange tijd een ontoegankelijk gebied geweest. Maar het was ook een kans, want daardoor konden ze zich hier vestigen. Pas veel later rond 1900, toen die beken er al lang waren, zijn ze de veengronden gaan ontwateren. Sloten zijn er in gebracht, waardoor die veengronden als weidegronden gebruikte konden worden en de boeren van schapen naar koeien overstapten. Het was in het eigen belang van de boeren om de sloten schoon te houden, want anders kregen ze te maken met te hoge waterstanden op de percelen.

Oude ansichtkaart van landgoed Tongeren met boerenerf (bron: de Bekenstichting).

Het is niet bekend welke rol het Waterschap in die tijd had. Hoe het ook zij, het Waterschap heeft de afgelopen jaren het beheer van de hoofdwatergangen op Tongeren gehad. Zij onderhouden de beeklopen en de hoofdontwateringssloten naar deze beken.
Sinds één januari is er weer een wijziging in het beheer. Deels is het natuurlijk ook een kwestie van geld. De beken worden nog wel door het Waterschap onderhouden, maar allerlei zijsloten die zij voorheen wel onderhielden, moeten wij nu zelf gaan onderhouden.
Waar we ook mee te maken hebben, is dat de beeklopen minder regelmatig of later in het jaar worden onderhouden. Voor onze boeren is een goede ontwatering van de sloten nog altijd belangrijk. Als je het benedenstrooms pas later gaat schonen, omdat het daar een natuurfunctie heeft, dan hoopt het water zich hier bij ons op, hoe schoon we onze eigen sloten ook houden. Maar er is geen mogelijkheid om af te dwingen dat ze het verderop, buiten het landgoed ook doen. Dat is de controverse tussen landbouwbelangen en natuurbelangen.

Rond 2000 hebben we het heel goed gehad in Nederland. We hadden geld te over om overal maar natuur te maken en toen werden ook TOP-lijstgebieden aangewezen. Dat zijn verdroogde gebieden waar de waterhuishouding aangepakt moest worden zodat de verdroging tegengegaan zou worden.
De gronden van het Tongerense Veen en het Wisselse Veen werden aangeduid als TOP-lijst gebied. Vanuit de overheid werd de wens geuit om deze gronden terug te brengen naar hun oude situatie, namelijk veengronden. Heel Tongeren is op een gegeven moment aangewezen als TOP-lijstgebied.

IJzersporen in de Vlasbeek

In die tijd begonnen wij juist te zeggen: Wij ontstaan vanuit de landbouw, wij willen die landbouw houden. Dus ik was continu bezig om landbouw een functie te laten houden hier op het landgoed en moest opboksen tegen die natuur die opeens overal moest komen. Nou, gelukkig hebben we de strijd hier wel gewonnen. Ik zei steeds: het is helemaal niet nodig om te kiezen tussen landbouw en natuur. In veel gebieden, waaronder hier op Tongeren, kunnen die twee heel goed hand in hand gaan. Bij zo’n aanwijzing tot verdroogd gebied moet je altijd doorvragen: Hoe bedoelt u ‘verdroogd’? Ja, verdroogd vanuit natuuroogpunt. Ik ging naar één van die boeren daar en zei: ‘Jij zit in een verdroogd gebied’. En hij zei: ‘Hoe haal je het in je hoofd! Doe niet zo raar, Ik kan mijn koeien pas heel laat op de grond doen. Die zakken gewoon weg, want het is hier hartstikke nat.’ Toen heb ik hem uitgelegd dat voor de Provincie het accent van deze gronden de natuurfunctie is, en dat het gebied vanuit natuuroogpunt verdroogd is.

Op de kaart van de Veluwe van De Man uit 1830 zie je de natte moerasgebieden ingetekend. Het Tongerense en Wisselse Veen. Ten oosten daarvan zie je het Veluwe massief, een kaal geheel van woeste grond, droog met heide, er stond geen boom op. Zoals eerder verteld, zijn deze moerasgebieden ontwaterd door het aanbrengen van sloten en omgevormd naar weilanden. Het is geen moerasgebied meer. Nou is de Molenweg een soort van dijkje tussen het Tongerense Veen en het Wisselse Veen. En wij hebben gezegd: In het noorden (Tongerense Veen) willen we landbouw houden, want we willen dat cultuurhistorisch landschap behouden. En ten zuiden van de Molenweg (Wisselse Veen) was het gebied al heel nat, minder geschikt voor de landbouw. Daar loopt de Tongerense Beek en liep ook die Witte Beek. Daar willen we meewerken aan de vernattingsdoelstelling, maar laat ons daarboven met rust.
Wil je het veen terugkrijgen, dan moet je het afwateren van het gebied tegengaan. Er moet een nieuw evenwicht komen. Het water in het gebied komt van zelf; het is grotendeels kwelwater.
Volgens mij zijn ze met het natuurgebied dat we nu hebben gerealiseerd wel blij. Het sluit aan op het grote Wisselse Veen project van het Gelders Landschap wat al veel eerder is begonnen. Zuidelijk en oostelijk is eigenlijk alles om ons heen eigendom van het Gelders Landschap. Wij zitten in het brongebied van die beken. Als we daar door blijven boeren en mest in de grond blijven brengen, komt dat natuurlijk niet te goede van de natuurontwikkeling bij het Gelders Landschap. In zo’n gebied moet je samenwerken. De verstandhouding met het Gelders Landschap is ‘redelijk’. Nou ja, voor mijn gevoel nemen ze ons niet serieus, ze negeren me gewoon. Ik stem allerlei dingen met ze af, ook in het beheer en ik vraag ze advies, maar als ik niet bel, wordt ik niet gebeld. Zoals over met wie ze gaan maaien en of we daarbij kunnen aansluiten.

Laatste restant van de Witte beek.

In dat Wisselse Veen zit dus de bron van de Witte Beek en van de Tongerense Beek. Dat kwelwater komt uit het Veluwe massief hier naar boven. Er waren overal slootjes om het water af te voeren om daar landbouw mogelijk te maken. Dat water wil je nu vasthouden. We hebben natuurlijk overleg gevoerd met ‘Beken en Sprengen’ (Red. de Bekenstichting) over wat we wilden doen. Die Tongerense beek hebben we in stand gehouden. Maar al die andere slootjes en die Witte Beek hebben we allemaal dicht gedaan. Gedempt. We hebben een stukje van de fosfaatgrond, die mestgrond, afgegraven en alle sloten dicht gedaan, behalve dan de Tongerense Beek. Die Tongerense Beek moest wel watervoerend blijven want die gaat helemaal Epe in. Niet alleen voor ‘Beken en Sprengen’, maar ook voor het dorp is het belangrijk dat er water in deze beek blijft .
Nu komt het kwelwater naar boven en vindt geen slootje meer, dus dat sijpelt heel langzaam door de ondergrond en langs de helling, komt op een gegeven moment ergens bij elkaar en stroomt dan weer verder. Het betekent dat daar waar altijd maar heel kort water was, het nu veel langer in het gebied blijft. Volgens de ecologen, wetenschappers en iedereen die ernaar gekeken heeft, is dat het milieu waarin veenvorming zich weer kan gaan herstellen.

De laan van het Wisselse Veen naar de Anna’s Hoeve, met de auteur (l) en Charlotte Rauwenhoff (r).

Van die Witte Beek werd al vrij snel gezegd; die moet dicht. Want als je het water langzaam aan het geleiden bent en het hele systeem door laat lopen en het komt bij een beek, die als een soort dwarssloot door het gebied loopt, dan ben je het alsnog kwijt.
De hoeveelheid aan te vragen vergunningen viel mee, maar ik moest wel het gesprek aangaan met ‘Beken en Sprengen’, want die club is er voor het behoud van en herstel van alle beken en sprengen. Ik moest daar de boodschap gaan verkondigen dat we een beek gingen ‘verondiepen tot aan maaiveld’. Ze waren daar natuurlijk niet blij mee, maar uiteindelijk hebben ze de zegen gegeven.

Nu komen we bij het Vitens verhaal. Ten noorden van Epe is een waterwin locatie. Daar gaat een pijp de grond in, het Veluwe massief in en daar pompen ze dat prachtige schone water uit dat gebruikt wordt als drinkwater. Indertijd is gezegd; in plaats van die Veluwe leeg te zuigen, moet je ook weer water terugpompen. Vitens gebruikt het water uit de Epense beken om terug in het Veluwe massief te pompen. Deze beken komen allemaal bij elkaar en voordat het water in de Grift komt, wordt dat bij Zuuk opgevangen in een plas. Vanuit deze plas wordt het water door pijpen naar het Vitens terrein gepompt en daar weer geïnfiltreerd ter compensatie van wat er uit de grond wordt gehaald. Toen ze daarmee begonnen wisten we niet wat dat zou gaan betekenen voor ons op Tongeren, want je haalt vele liters water uit het Veluwe massief en dan wordt in de omgeving de waterstand lager. Op het Veluwe massief waar het water 20 meter onder maaiveld zit, merk je ‘t niet als het 19 of 18 meter onder maaiveld komt, dat maakt niet uit. Maar hier bij ons staat het water één meter onder maaiveld en als het dan twee meter daalt, maakt dat natuurlijk wel verschil.
Vitens stelde zich garant voor schade. Er was jarenlang verdrogingschade omdat meer water werd onttrokken dan er terug gepompt werd. Overal zijn peilkokers In de grond gezet. De boeren zijn gecompenseerd.
Nu is één van de drinkwaterlocaties van Vitens gesloten. Besloten werd om de drinkwaterwinlocatie van Epe uit te breiden. Deze moest dat op gaan vangen.

Het water uit de Veluwe stroomt langs zogenaamde kleischotten. Deze lopen van noord naar zuid. De locatie waar Vitens het water infiltreert ligt direct ten noorden van ons. Dit water blijft grotendeels binnen zo’n kleischot compartiment en zoekt een weg naar beneden, onze kant uit. Het is nou jammer dat dit water eerst een landbouwgebied tegen komt, wat niet zoveel water kan gebruiken en pas als tweede in het natuurgebied komt, waar water welkom is.
Toen ik in de gaten kreeg wat de effecten van deze uitbreiding voor Tongeren zouden betekenen, heb ik mij geroerd. Als de grondwaterstand in ons landbouwgebied fors zou stijgen, zou dat dramatisch zijn voor onze boeren. Daar zitten de boeren niet op te wachten. We hebben toen allemaal studies laten uitvoeren en de waterhuishouding in kaart gebracht. Hoe loopt het, hoe werkt het. En toen kwam naar voren dat de Vlasbeek, die in het noorden loopt waar we landbouw willen behouden, een belangrijke beek is. Die is voor heel veel water op Tongeren hét afvoerkanaal.
Lang geleden lag de sprengkop van de Vlasbeek verder in het bos. Door de periode van verdroging, kwam het water steeds verder benedenstrooms pas aan de oppervlakte. De ‘kop’ van deze beek kwam dus steeds verder benedenstrooms te liggen.
Een van de maatregelen die we nu gaan nemen is om de kop van de Vlasbeek verder bovenstrooms te leggen, zodat de beek meer water gaat afvoeren en ook water uit de omgeving mee gaat nemen.
Die ouwe beekloop is nog zichtbaar. Een aantal sloten die afwateren op de Vlasbeek, die vanwege die verdrogingsperiode in onbruik waren geraakt, gaan we weer herstellen. En het aardige is: daarmee kon ik ‘Beken en Sprengen’ overhalen om de Witte Beek te laten dempen. Het meerdere water dat dadelijk via de Vlasbeek naar de watermolen in Zuuk stroomt, compenseert grotendeels het mindere water dat via de Tongerense Beek bij de watermolen in Zuuk komt. Niemand kan echter berekenen of dat elkaar gaat compenseren.
Het is de bedoeling dat het landbouwgebied niet onder water komt te staan. Je zou kunnen zeggen we gaan terug naar vóór de tijd dat ze met waterwinning begonnen. En dat is twintig jaar terug . Maar of dat echt zo is, weten we allemaal niet, want dat water laat zich niet helemaal uitleggen en er zijn er ook dingen in de natuur die gewoon….gebeuren”.

Van der Feltz sluit af met een interessante constatering: In zijn tijd als directeur was water noodzakelijk voor de kwaliteit van de weilanden. Jij en je boeren bepaalden zelf de hoeveelheid water in het gebied. De afgelopen 10 jaar heeft water hele nieuwe betekenissen erbij gekregen waar meerdere partijen zich mee bezighouden en bemoeien. Daar waar het voor Van der Feltz water feitelijk geen aandachtspunt was, heeft het Rauwenhoff de laatste 10 jaar veel kopzorgen, bemoeienis en werk opgeleverd.

 

 

 

 

 

Kijk ook eens op: