Sinusbeheer, hoe werkt het in de praktijk?

Sinusbeheer is een methode voor bij- en vlindervriendelijk maaibeheer, die bijdraagt aan herstel en behoud van biodiversiteit.  In dit filmpje neemt de deskundige ecoloog ons mee het veld in en legt duidelijk de verschillende stappen van sinusbeheer uit.

Grasklokjes en rietorchis

De eerste stap is het maaien van het sinuspad . De golvende randen zijn karakteristiek voor het sinusbeheer. Een paar weken later is het tijd voor stap twee: de vegetatie aan de binnenzijde van het sinuspad is aan de beurt om gemaaid te worden. De laatste stap is het maaien aan de buitenkant van het sinuspad in september. Maar let op: niet alles wordt gemaaid. Een deel van de vegetatie blijft een jaar overstaan, dat zijn de kraamkamers voor vlinders.

Na vier jaar sinusbeheer zien we dat de biodiversiteit op dit perceel op Landgoed Rosendael toeneemt. We zien bloeiende grasklokjes en rietorchissen en ook de hazelworm is gesignaleerd. Wil je sinusbeheer gaan toepassen in je eigen werkgebied, bekijk het filmpje Sinusbeheer, hoe werkt het in de praktijk?

Wat doe je wanneer

Voor de ontwikkeling van vegetatie is het tijdstip van maaien van belang. Maaiadvies is afhankelijk van de voedselrijkdom van de bodem en de reeds aanwezige beplanting. We onderscheiden twee situaties. Ga je omvormen naar kruidenrijk grasland of heb je dit al en wil je het kruidenrijk grasland in stand houden? In beide situaties ga je op een ander moment maaien.

Omvormen naar kruidenrijk grasland: Heb je een hoogproductieve soortenarme grasbegroeiing, dan is het nodig om de eerste maaibeurt vroeg in het seizoen uit te voeren. Check wel of er grondvogels broeden die u zou kunnen verstoren.

Stap 1: Eind april/ begin mei: maaien van het sinuspad.
Stap 2: Mei/ begin juni, maaien van de binnenzijde van het sinuspad.
Stap 3: Evt. tussendoor nogmaals maaien van de binnenzijde, afhankelijk van de productiviteit van de vegetatie.
Laatste stap: Eind september: maaien van de buitenzijde van het sinuspad.

In stand houden kruidenrijk grasland: Is de bodem niet extreem voedselrijk en is de begroeiing reeds soortenrijk, dan kunt u de eerste maaibeurt uitstellen tot na 15 juni (na het broedseizoen). Daarmee houdt u de aanwezige soortenrijkdom in stand.

Stap 1: Eind mei/ begin juni: maaien van het sinuspad.
Stap 2: Na 15 juni, maaien van de binnenzijde van het sinuspad.
Stap 3: Evt. tussendoor nogmaals maaien van de binnenzijde, afhankelijk van de productiviteit van de vegetatie.
Laatste stap: Eind september: maaien van de buitenzijde van het sinuspad.

In het Informatieblad Vlinders vindt u meer informatie over sinusbeheer.

Kijk hier voor onze actuele acties rondom biodiversiteit! 

Andere links

www.vlinderstichting.nl
Brochure over Sinusbeheer van de Vlinderstichting

Kijk ook eens op: