Winterswijk: Het beleid van Natuurmonumenten is niet mijn beleid

th_J van Eerden_PEE3855Henk van Eerden

Henk van Eerden, boerderij  Huitink aan de Kottenseweg in de Brinkheurne heeft een grote interesse voor de jacht en bosbouw. Van zijn kennis van de bosbouw werd door andere landgoedeigenaren ook gebruik van gemaakt. En dit gold uiteraard ook voor de jacht. In onvervalst Brinkheurns dialect vertelt Henk mij over zijn passie.

Auteur: Geert Toebes, auteur foto’s: Peter Eekelder

“Eén van mijn grootste hobby’s is de jacht. Vroeger hadden we een jagersvereniging hier in Winterswijk, tegenwoordig heet dat WBE: Winterswijkse Wildbeheer Eenheid. De doelstelling is door de jaren heen niet veel veranderd. In het jachtgebeuren heb ik een aantal jaren in het bestuur deelgenomen, waarvan zelfs een aantal jaren als voorzitter. Het is meer dan een hobby. Je bent er het hele jaar mee bezig, zeker als boer. Er gaat bijna geen dag voorbij of je ziet in het veld wel iets wat zijdelings of direct met de jacht te maken heeft.

Ik pacht hier om het huis een jachtgebied van ongeveer 250 bunder. Landgoed Hilbelink maakt daar deel vanuit, net als een aanliggend perceel van een mevrouw voor wie ik ook de bossen beheer. Toevallig heb ik deze winter nog een bos van haar met tweehonderdvijftig bomen, voornamelijk Amerikaanse eiken, gekapt. Onder Amerikaanse eiken groeit weinig tot niets, daar is de bodem bijna net als weiland en dat is minder interessant voor de fauna. De nieuwe bomen, inlandse eiken zijn al gepoot en groeien volop. Dit geeft voor de toekomst een mooie dekking en is beter voor alles wat met de natuur te maken heeft.

Alle wildsoorten komen hier bijna voor. Ik moet wel zeggen dat door de landbouwmethodes de patrijzen vrijwel verdwenen zijn. Fazanten hebben het ook moeilijk, hun aantal wordt minder. Over andere wildsoorten kunnen we niet klagen. Die zijn er nog in behoorlijke aantallen. Vooral het aantal reeën is heel goed te noemen. Reeën zijn de enige grof wildsoort in Winterswijk waar je op dit moment een speciale afschotvergunning voor moet hebben. We kennen in Winterswijk een commissie die beoordeelt of je in aanmerking komt voor het afschieten van één ree per jaar of eventueel drie. Enkelen mogen er acht schieten, al naar gelang de grootte van hun terrein en de dekking. Als je meer bossen hebt, heb je over het algemeen meer reeën.

Er is een voorstel op komst van politici in Den Haag om de jacht grotendeels aan banden te leggen. Alles zou moeten gebeuren op basis van telgegevens. Je moet eerst het veld in om te tellen hoeveel konijnen en hoeveel hazen er zijn en aan de hand daarvan krijg je een afschotvergunning. Als dat realiteit gaat worden, is dat de doodsteek voor de jacht. Want dan zal de animo voor alle facetten van de jacht afnemen. En als je geen goede jagers meer in het veld hebt, dan is dat een hele slechte zaak.

Het is al jaren zo dat je een jachtbrevet moet hebben om te mogen jagen. Een pittige opleiding gaat hieraan vooraf. Als ik moest kiezen tussen het halen van een rijbewijs of jachtbrevet dan koos ik voor het rijbewijs, veel makkelijker. De jagers hebben intensiever contact en de verhoudingen zijn genormaliseerd. De zogenaamde kantjesjagers zie je ook niet meer zoveel.

Naast het jachtgebied bij huis, heb ik nog een aandeel in een jachtgebied in Aalten. De jacht in Aalten is altijd beter geweest dan in Winterswijk. Er was meer bouwland en beter beheer van schadelijk wild zoals vossen en kraaien. Op Huitink hadden we een bescheiden landgoed. We hadden hier, en die bestaat volgens mij nog steeds, een commissie bestaande uit vertegenwoordigers van landgoederen. Ik was ook bestuurslid van deze club die vier tot vijf keer per jaar vergaderde over de perikelen van de landgoederen.

Gelukkig hebben we in Winterswijk nog een groot deel particulier grondbezit. De actieve boeren exploiteren niet alleen cultuurgronden maar zijn daarnaast ook nog eigenaar van bossen en houtwallen. Ik meen te weten dat vijfenzeventig, tachtig procent van Winterswijk particulier is. Dat is tamelijk veel. Als ik denk aan Vorden en Ruurlo met die grote landgoederen, daar ligt dat percentage denk ik anders.

Ik maak me de laatste jaren enige zorgen over de uitbreidingsdrang van natuurbeschermingsorganisaties als Natuurmonumenten en het Geldersch Landschap. Vooral Natuurmonumenten is verkeerd bezig. Hun beleid is niet mijn beleid. We wonen hier vlakbij een groot bos, het Buskersbos van twaalf hectare groot. Als je ziet wat er in het Buskersbos aan onderhoud plaatsvindt, is dat eigenlijk te verwaarlozen. De bomen moeten zichzelf maar redden. Die gaan dood en vallen of op de grond of in andere bomen en hangen er twee jaar later nog. Ik denk daarbij ook aan Natuurmonumenten in Corle, in de buurt van Mentinkbarg en in het Woold. Die weilanden van Mentinkbarg, het lijken wel berkenbomen, zo hoog is de vegetatie daar in de weilanden, met brandnetels en allerlei dingen die wij als boer in het weiland niet willen zien. Ik moet er toch niet aan denken dat het hele cultuurlandschap van Winterswijk in handen zou komen van Natuurmonumenten. Dus niet teveel van de eigendommen naar de natuurbeschermingsorganisaties.

th_J van Eerden_PEE3848

Grote boscomplexen zoals bij heel veel grote boerderijen in het Winterswijkse (vooral Scholteboeren), waren bij Huitink niet aanwezig. Het bosbezit beperkte zich tot vier à vijf hectare. Later is er nog een beetje aangekocht. Persoonlijk had ik en heb ik nog steeds heel veel interesse in bossen. Ik ben op dit moment onbezoldigd toezichthouder voor boscomplexen van de Winterswijkse Diaconie en ik beheer een flink bosareaal van een mevrouw die hier in de buurt woont. Deze interesse heeft er toe geleid dat ik enkele jaren geleden op zoek ben gegaan naar mooie boomstammen.

We kennen in Nederland eens per jaar een rondhoutveiling op de laatste zaterdag in februari en deze vindt plaats op de Veluwe in Schaarsbergen. Daar ga ik ieder jaar naar toe, bijna altijd met een inzending. Soms van ons eigen bosareaal, al zijn dat geen grote boomstammen, maar meestal met boomstammen van andere eigenaren die hier in het Winterswijkse gegroeid zijn. Deze veiling wordt voor de negentiende keer gehouden. Het is wel leuk om te vermelden dat de duurste eik afkomstig is van het landgoed Hilbelink in de Brinkheurne. Dat was een supermooie kwaliteitsboom van 5,6 kubieke meter en is daar als ik het me goed herinner elf jaar geleden aangevoerd in Schaarsbergen. Deze stam bracht de hoogste prijs op van 560 euro per kuub. De totale opbrengst van deze eikenstam was ruim 5,5 kuub en bracht bruto 3600 euro op.

Een mooie eik bestaat uit zo weinig mogelijk of eigenlijk helemaal geen takken op de eerste tien tot – liever nog – twaalf, dertien meter. Mooie fijne schors erop, geen beschadigingen, uiteraard geen stormschade, geen onweersschade, helemaal glad. Deze dure boom is verkocht aan een scheepsbouwer uit Rotterdam die er planken heeft uitgezaagd voor zijn nieuw te bouwen schip. De mooiste eik afkomstig uit de Brinkheurne vaart dus misschien vandaag nog wel ergens rond op de Nederlandse- of buitenlandse wateren. 

De meeste en mooiste eiken in Winterswijk staan in het Woold achter boerderij De Meert. Er is een handicap bij dat bos: er komt regelmatig ijzerschade voor. Bij de bevrijding is in dit bos behoorlijk gevochten en hierdoor is er oorlogsschade aanwezig. Dat komt telkens weer naar voren bij de zagerij. Aan zo’n stam, aan de buitenkant zie je eigenlijk niks. Maar dan gaat de zaag erdoor en heb je de poppen aan het dansen. Want als de zaag op zo’n bomscherf komt, kun je hem afschrijven en is de plank waardeloos.

De mooiste eik staat voor zover ik weet, ik ken ook niet álle bomen in Winterswijk, in het Woold vlakbij boerderij Het Lintum. Het is een boom van zes à zeven kuub schat ik. Ik heb de eigenaar al gepolst om hem mee te nemen naar de veiling, maar deze wil hem nog niet missen ondanks het risico van stormschade en blikseminslag. In het Woold staan meerdere mooie bomen. In het Aorninkbos staan hele mooie eiken, hoewel het Aorninkbos misschien nog meer bekend is om z’n mooie, hele lange beuken.

Je hebt de mooiste eik, maar je hebt ook de dikste eik. De omvang wordt gemeten op borsthoogte. De dikste eik van Gelderland staat in Verwolde, maar in Winterswijk hebben we ook flinke jongens. De dikste eik van Winterswijk staat in de Brinkheurne op het landgoed Sieverdink aan de Sieverdinkweg. Die heeft op borsthoogte een omvang van plusminus 5 meter 40. De eigenaar van de bewuste boom is de familie van Prooijen, die de boom heel nauwkeurig en netjes verzorgt. Iedere twee jaar komt de landelijke bomenstichting langs, of hoe die club ook heten mag, om de boom te snoeien. Ik heb me laten vertellen dat ze de grond rondom de boom hebben geïnjecteerd met een zekere kunstmeststof om die boom in goede conditie te houden. Helaas sloeg ongeveer tien jaar geleden de bliksem in in de boom en is deze behoorlijk beschadigd. De bomenstichting is er toen extra bij geweest en heeft de boom flink moeten snoeien. De boom heeft zich de laatste paar jaar behoorlijk hersteld. De dikste beuk van Winterswijk staat in Meddo in de tuin van Jan Uwland, ‘de Peurtner’, ‘Eerdenspoorte’, Hilteweg. Deze beuk heeft een omtrek op borsthoogte van ongeveer 6 meter 30. Dat zijn een paar hele zware jongens en die beide economisch gezien van weinig waarde zijn. Maar landschappelijk zijn ze van hele grote betekenis en als er zich geen gekke dingen voordoen, blijven ze nog jaren staan.”

Kijk ook eens op: