Winterswijk: Ik ben gemotiveerd tot het bot om hier wat moois van te maken

th_vdLa_150320_140643_OH Huetink_MG_3373Gerhard Huetink

Op een donkere winterse dag rijd ik naar het Woold. Via smalle weggetjes kom ik bij ‘Het Roerdinkhof’ aan, waar ik in het grote huis een heel gezelschap vakantiegangers tref. Gerhard Huetink (48) blijkt in het voormalige ‘Varkenshuis’ te wonen, waar hij ook kantoor houdt. Het interview vindt plaats aan de keukentafel, in aanwezigheid van zijn zeventien jarige dochter Minou. Hoewel hij ook vertelt over de geschiedenis van ‘het Roerdink’, praat hij vooral enthousiast over zijn huidige bedrijfsvoering en over zijn toekomstplannen.

auteur: Wilma Bakker – van de Panne, auteur foto’s: Jan van de Lagemaat

“Ik ben Gerhard Huetink. Ik ben geboren en getogen op ‘Het Roerdink’, in Winterswijk, in het Woold. Ik heb mijn hele leven al op ‘Het Roerdink’ gewoond. Ik ben vader van twee kinderen, Minou, mijn dochter van zeventien jaar en mijn zoon Jurre van negentien. Ik ben getrouwd geweest. In Winterswijk ben ik naar de lagere school, de mavo en naar de middelbare landbouwschool geweest en daarna heb ik nog een aantal specifieke cursussen gedaan voor de landbouw. Toen ik zo’n beetje 21 jaar was ben ik bij mijn vader in het bedrijf gekomen. We hadden hier een melkvee bedrijf met ongeveer 60 melkkoeien. Dat was de enige inkomstenbron, naast al een klein beetje minicamping, die in 1985 begonnen is.

th_vdLa_150320_142720_OH Huetink_MG_3404Wij woonden op het grote huis, eerst nog samen met tante Rika. Zij woonde in het voorhuis en mijn ouders woonden in wat de vroegere keuken van het personeel was. Dat kan ik me nog wel herinneren. In dat héle grote voorhuis zat die ene tante helemaal alleen, en wij zaten zelf hier in de keuken. Boven op de middelste verdieping hadden we nog een paar slaapkamers. Ik weet nog wel dat ik altijd van mijn moeder de post naar tante Rika moest brengen. We hadden goed contact. Mijn ouders zorgden goed voor haar.

Ik stam dus af van Roerdink, de eerste Scholtenboer in Winterswijk. Daar waren er ongeveer 20 van in Winterwijk. In de rijkste tijd had Roerdink hier zo’n 85 boerderijtjes omheen zitten die verhuurd werden en waarvan Roerdink het geld moest afdragen aan de hofheer in Bredevoort.
De pachters moesten gedeeltelijk de pacht in geld en gedeeltelijk in ‘helpedagen’ betalen. Als op het huis de ‘gruwelbel’ ging, dan moesten ze komen opdraven. Ze moesten dan meehelpen met het graan binnenhalen, of de heg knippen of in de keuken, wat je maar bedenken kunt. In die tijd moest je je onderdanig aan de Scholte gedragen.
Ik zelf heb niet het gevoel dat ik een Scholte ben. Je kunt wel merken, aan de heel oude mensen dat ze het idee hebben dat ik van een Scholte afkom. Maar voor de jonge mensen is dat gewoon. Ik woon toevallig in zo’n huis. Voor de rest beschouwen we elkaar gewoon van het zelfde niveau. Ik wil ook niet zo bekeken worden. Ik moet ook hard voor mijn geld werken en dat wil ik ook graag. Alleen ben ik er wel trots op dat ik in dit huis woon en dat ik van die familie afstam.

th_vdLa_150320_144030_OH Huetink_MG_3425Oorspronkelijk had ‘Het Roerdink’ veel allure. Die is er een beetje afgegaan door de brand in 1974.  Daarna is het huis niet meer hersteld zoals het voor de tijd was. Er is veel verloren gegaan, ook binnen in. Dat was een dramatische gebeurtenis toen.
Ik heb het meegemaakt, ik was acht jaar. Mijn vader was aan de andere kant van de weg aan het koeien melken. En toen werden we opeens door hem uit bed gehaald, want het huis stond in brand. Verschrikkelijk was dat, ik was een klein kind, dus ik heb dat eigenlijk zelf niet zo ervaren, maar voor mijn ouders is dat natuurlijk dramatisch geweest.
Het grote huis, het achterhuis en het voorhuis, is zo goed als afgebrand. Niet alles. De woonkamer is nog wel helemaal bewaard gebleven.

th_vdLa_150320_143529_OH Huetink_MG_3416De gebouwen hier op ‘Het Roerdink’ zijn ongeveer uit de 15e – 16e eeuw. Het achterhuis, zoals het er nu ligt, is zoals het er achterop staat van 1836.
Het huis is in de loop van de tijd gebouwd. Het achterhuis, het middelste gedeelte is het oudst. Daar kun je nou door de brand niets meer van zien. Het achterhuis werd oorspronkelijk naar het zuiden gebouwd op de zon. Het vee en het varken moesten het goed hebben. Als die het goed hebben, dan hebben wij het ook goed. Dat was de gedachte. Later hebben ze het voorhuis ervoor gebouwd en het allerlaatste is het achterhuis er ook weer aangebouwd.
Het bovenste gedeelte, dat is eigenlijk de tweede verdieping, was vroeger een zolder die voor graanopslag gebruikt werd.
Op de eerste verdieping waren allemaal slaapkamers Dat was heel raar gebouwd eigenlijk. Er zaten twee gangen op de middelste verdieping, twee gangen naast elkaar*. En dan had je een hele grote slaapkamer. Ik ben daar geboren en mijn kinderen Jurre en Minou zijn daar ook geboren.

De macht van de Scholtenboeren is afgenomen door het erfrecht. Engelbertus Roerdink had al lang niet zoveel grond meer. Door het erfrecht is het Scholtengoed Roerdink uit elkaar gedreven en is het hele gebeuren eigenlijk te niet gegaan.
Daarom is het huis na de brand niet meer in oude staat hersteld. De erfgenamen vonden het niet zo belangrijk dat het een rijksmonument was. Ze zeiden tegen mijn vader dat ze een stuk van de muren afhaalden en golfplaten op het dak legden, zodat hij weer verder kon. Officieel is het zo, als het een rijksmonument is, dan moet je het weer in oude staat terugbrengen. Tijdens de vergunning aanvraag naar de gemeente toe, is dat door de vingers gezien. Ze hebben niet aangekruist dat het een rijksmonument was. Dat vonden ze in die tijd niet zo belangrijk. Hoewel mijn vader heeft gedacht dat het toen van de rijksmonumentenlijst is afgehaald, heeft het toch altijd die status behouden.

th_vdLa_150320_144653_OH Huetink_MG_3439In 1993 heb ik het bedrijf van mijn ouders overgenomen, behalve de minicamping. Het is eigenlijk in de loop der jaren zo gegroeid. Toen ik van school af kwam had mijn vader rugproblemen waardoor hij niet meer zo goed koeien kon melken en niet zo lang meer in de melkput kon staan. Ik ben er gewoon ingerold. Ook omdat er deels werk bij zat dat ik leuk vond. Ik heb nog twee broers. Mijn ene broer is naar de leraren opleiding gegaan en mijn andere, veel jongere, broer is vrachtwagenchauffeur geworden. Het bedrijf gaat weer door.

Mijn ouders gingen hier vlak naast wonen en konden van daaruit de minicamping goed leiden. In de zomerdag deden zij de minicamping en ik zelf deed het landbouwbedrijf, met melkkoeien en nog een klein beetje akkerbouw. Ik heb 30 ha grond hier omheen zitten, waarvan ongeveer twee0 ha grasland en tien ha maïs.
In 2000 stond ik op een kruispunt, qua bedrijf. Ik moest beslissen of ik wilde investeren in melkquotum en in koeien of dat ik de recreatiekant op wilde, met zoogkoeien**. Dat was best een moeilijk beslissing. Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen om toch de recreatiekant op te gaan. Om verschillende redenen. Van mezelf uit omdat ik het erg leuk vind om met gasten om te gaan, om ontbijtjes te maken en eten te koken. Daarnaast is het ook een rationele beslissing, omdat ik hier allemaal rijksmonumentale gebouwen op het erf heb staan en dat betekent in stand houden. Het zijn allemaal gebouwen waar je op de moderne manier niet zo goed vee in kan houden. In 2000 heb ik dus de keus gemaakt om te stoppen met melkvee en heb ik het bedrijf helemaal omgezet. Ik ben meer een gastheer, ik ben niet zo’n koeienboer. Ik kan genieten van de koeien in de wei en van het landschap waarin ze lopen. Dat vind ik mooi.

th_vdLa_150320_141058_OH Huetink_MG_3382Toen ik de beslissing éénmaal genomen had, was het ook vrij gemakkelijk.
Ik ben eerst met vleeskoeien begonnen en met één kamertje. 12 juni 2002 had ik mijn eerste bed en breakfast gast in het grote huis. Dat liep zó goed, dat het iedere keer vol zat in het weekend. Uiteindelijk is het hele grote voorhuis, het  Scholtenhuis, tot een groepsaccomodatie, voor maximaal 28 personen uitgegroeid. In 2006 ben ik hier in ‘Het Varkenshuis’ gaan wonen. Het in mijn eentje in een zo’n heel groot huis wonen is niet zo gezellig. Ik zit nu hier in de arbeiderswoning en dat is gewoon een gezellig knus klein huisje. Daarnaast heb ik ook nog een vakantiehuisje dat ook in dit gebouw zit. Dat was eerst permanente bewoning, maar op een gegeven moment hebben we dat omgezet in een vakantiewoning zodat daar ook toeristen kunnen genieten van ‘Het Roerdink’ en van de recreatie op het oude Scholtengoed.

Mijn grote droom is om ‘Het Roerdink’ in oude staat terug te brengen, in zoals het was vóór de brand. Maar het complex is hier erg groot en daarom ben ik in 2008 begonnen met een werkgroep waarin de gemeente, de provincie, de rijksoverheid en het Gelders genootschap zitten. Maar ook begeleiders van de plannenmakerij zoals een architect en mensen die weten hoe je de vergunning moet aanvragen voor alles en nog wat. Fase één is inmiddels al zo goed als klaar. We zijn met de Schoppe begonnen, de oudste schuur van Nederland, die van 1544 is. Er zat eerst landbouwbestemming op voor graan en graanopslag maar nu heeft het een recreatie bestemming gekregen.  In  de Schoppe komt  de receptie voor het hele complex en het boerderijrestaurant.
Het geheel is nog lang niet af. Ik wil het voorhuis helemaal restaureren. Ook wil ik de gracht hier nog wat meer in het zicht hebben. Ik vermoed dat hij helemaal rond liep. Hij loopt nu alleen van de kant van de weg om het huis heen tot de andere kant van de weg. Als je naar de vorm van de gracht kijkt dan zou je zeggen dat hij hier ergens weer rond moeten lopen.
Ik ben gemotiveerd tot het bot om hier wat moois van te maken. Alleen al omdat hier geboren en getogen ben en afstam van de Roerdinks

Ik weet dat mijn zoon Jurre in ieder geval interesse heeft om dit bedrijf over te nemen, dat geeft hij duidelijk aan. Hij gaat naar de landbouwschool in Doetinchem. Hij heeft ook het idee dat hij hier graag weer koeien wil melken, daar droomt hij in ieder geval van. Hij is ook een koeienman of een ambachtsman moet ik eigenlijk zeggen. Hij vindt het leuk om naar buiten te gaan en is graag met de koeien bezig. Misschien dat hij ook echt weer koeien gaat melken.
Ik heb hier nog zo’n loopstal staan. Nu zit er in de winter het jongvee van de buurman in. Daar is wel gelegenheid om een melkstal in te maken, de ruimte is er allemaal wel voor. De machines zijn allemaal weggehaald, maar de melkput zit er nog. En de grond is er nog. Ik heb 30 ha grond hieromheen liggen. Deels eigendom, deels pacht en deels van mijn vader. Daarnaast vindt hij het ook leuk om op de camping het gazon te maaien en te snoeien. Gasten ontvangen, doet hij ook graag. Dat vindt hij ook heerlijk en kan hij ook goed. Dat heb ik hem met de paplepel ingegeven.
De mogelijkheden zijn er voor hem. Hij moet de school eerst maar eens afmaken en dan zien we verder.”
Noten:

* Jan Huetink: In de jeugd van oom Bertus zijn er allemaal kamers gemaakt. In de oorlog, in ’44 en ’45, zijn er veel evacués geweest. Toen hebben ze boven die grote slaapkamer half doorgedaan met kleine schrootjes zodat er twee families in konden. Vroeger hadden ze dan van die schrootjes met geel papier, of nee stro, stro en cement. Na de brand hebben we die schrootjes eruit gehaald om een beetje meer licht erin te krijgen. Want je had er mooi uitzicht op het weiland.

** Gerhard Huetink: Het zijn vleeskoeien, die kalfjes die zogen bij de moeder. Als ze op gegeven moment op leeftijd zijn, uitgegroeid zijn, gebruik ik het vlees op mijn eigen bedrijf in de keuken,  of voor vleespakketten.

Kijk ook eens op: