Winterswijk: Een soort eerbetoon aan onze ouders

Erica Hijink - ElferdinkHenk Elferdink

Henk Elferdink (H) en Erica Hijink-Elferdink (E)

Vlak voor kerst 2014 rijd ik met mijn Huppelse buurvrouw Erica Hijink-Elferdink naar Hilbelink in de Brinkheurne. Op deze scholtenboerderij is ze opgegroeid, als pachtersdochter. Op de Bataafseweg slaan we linksaf een zandweg in die door een bosje en over een beek slingert. Over dit Hilbelinkspad fietste ze vroeger altijd naar school en in de 19e eeuw konden de Hilbelinks hierlangs helemaal over eigen grond naar de kerk rijden, zo gaat het verhaal. Haar broer Henk woont nog steeds op Hilbelink met zijn vrouw Greet en het gezin van zijn zoon. Henk en Erica vertellen, af en toe aangevuld door Greet, enthousiast over de bijzondere geschiedenis van de boerderij en haar bewoners. Wat ze hoorden en meemaakten van het bestaan als heerschop is in deel 2 te lezen.

Interviewer: Joanneke Smalbraak, auteur foto’s: Jan van de Lagemaat

“Onze ouders zijn begin 1945 pachters geworden hier op Hilbelink. Dat kwam toen wel meer voor als de eigenaar geen opvolger had die de boerderij geleidelijk kon overnemen. Moeder was in 1937 als dienstbode op Hilbelink komen werken. Een jaar eerder was de oude mevrouw Hilbelink overleden. Haar twee vrijgezelle zoons bleven achter. Jan Derk was eigenlijk de boer, Willem was meer bosbouwer. De huishoudster, de eerste meid, ging trouwen, dus ze moesten op vrij korte termijn een ander hebben. Moeder kwam uit Ruurlo, maar het gezin ging in Winterswijk naar de samenkomsten van de Broedergemeente. De Vergadering van Gelovigen wordt het ook wel genoemd. Ook de grootvader van de laatste Hilbelinks had zich medio 19e eeuw daarbij aangesloten. Als enigste scholte, want de meeste scholten waren vrijzinnig hervormd. Zodoende kwam de vraag of een van de meisjes Prinzen de huishouding op Hilbelink zou kunnen gaan doen. Nou, zeiden onze grootouders, ze gaat nu net naar de landbouwhuishoudschool in Borculo. Oooh, dat kon in Winterswijk ook. En zo geschiedde. Moeder was de oudste van de twaalf kinderen, dus dat heeft ze wel gered, al was ze pas achttien.

achterkant Hilbelink (niets veranderd!)In 1942 zijn onze ouders getrouwd en gaan inwonen bij de ouders van Vader, op Koffert, hier in de buurt. Moeder is toen gestopt als huishoudster op Hilbelink, zo ging dat toen. Maar toen in 1944 zijn broer Jan Derk was overleden, zocht Willem Hilbelink een arbeider en ook een jonge vrouw die konden helpen. Onze ouders waren op zoek naar een boerderij en toen hebben ze gevraagd of ze hier mochten komen. Toen zijn ze in januari ’45 met mij (H) hier naar toe verhuisd. Ik was toen twee.

De eerste tien jaar hebben we altijd totaal bij mekaar over de vloer gewoond. Mijn ouders hadden geen eigen keuken en woonkamer. Ik wist niet beter, maar ik heb later wel eens gedacht dat mijn vader hier niet zo veel plezier gehad heeft de eerste tien jaar. Mijn moeder had daar geloof ik niet zo veel last van. Die was redelijk dominant en kon de mannen redelijk beïnvloeden. Pas bij de geboorte van Erica in 1956 is Willem Hilbelink hier, in deze kamer gaan wonen. Maar met koffie en thee drinken en met eten was hij er nog steeds bij. Zijn slaapkamer was van oorsprong de mooie voorkamer. Er zat een prachtig gipsplafond in met een hele mooie kleur groen en rode rozen in de hoeken. Bij een grote renovatie in 1966, heb ik dat gipsplafond eruit gehaald. Wel jammer, want ik vond het héél erg mooi. Ik heb nog tegen Hilbelink gezegd dat het best gerepareerd kon worden, maar hij wou een schrootjesplafond. En ja, hij was tenslotte toch de baas.

circa 1915Na drie jaar, in 1948, hebben onze ouders de boerderij gepacht, dus toen werd vader toch eigen baas. Maar altijd met de hete adem van de scholte in de nek. Je werd natuurlijk altijd bekeken, wat je deed, en hoe je ’t deed. Er was ook wel eens een conflict, en vader was niet sterk in conflicten oplossen, dus die liep dan meestal weg en ja, dan ging het conflict tussen Hilbelink en moeder.
Toen vader het overnam was het een gemengd bedrijf, en behoorlijk verlopen denk ik. Volgens moeder werd er voor de oorlog niet echt geboerd. Er waren toen ze hier kwam zes koeien en vier paarden! Want Jan Derk Hilbelink, die was gek van paarden. Melken deed hij nooit, dat moesten de arbeider en de dienstbodes doen. En dan hadden ze een beetje akkerbouw. Ze verbouwden aardappels voor hotel de Klok. Vader hield na de overname in 1948 nog voor twee dagen in de week een arbeider en de een na jongste zuster van moeder kwam toen hier als dienstbode, tot ze trouwde in ‘59. Die arbeider is gebleven tot ik (H) veertien was. Toen moest ik het overnemen, want ik wilde niet verder op de Mulo.
Ze hebben ons een goed bedrijf nagelaten. Met alle ontwikkelingen in de landbouw na de oorlog liep vader niet voorop maar zeker niet achteraan. Wij waren toch wel de eersten in de buurt die maïs verbouwden, midden jaren ’50. De eerste jaren werd de maïs nog met een zeis of hiep gemaaid, met de hand gebonden en bij huis met een stationaire hakselaar gehakseld en in van die ronde silo’s geblazen. Ik zie mijn tante nog met een zak over het hoofd die maïs in de silo vast trappen. En dan moest er een meter grond op. Later hebben we het nog een jaar of twee, drie platgereden op het land en dan met de maaikneuzer eroverheen. Toen kwamen de maïshakselaars, zo begin jaren ’60.
Vader hield nog wel van ‘t gemengde bedrijf want toen ik hier bij huis van het hoge bouwland op de es weiland wilde maken, werd ik eerst wel een beetje voor gek versleten. Er stond haver voor het paard, bieten, aardappelen en tot eind jaren ’60 rogge. Rond ’68 hebben we een tractor gekregen en kort daarna begonnen we ook met combinen.
Moeder, ja, die bedacht vooral van alles. Ze was een ondernemende vrouw die ook risico’s durfde te nemen, meer dan mijn vader. Zij maakte de plannen en vader was ervoor om die uit te voeren. Ze deed het huishouden en ze voerde de varkens. Ze melkte eigenlijk zelden. Maar ze maaide met twee paarden en een benzinemotor op de zelfbinder altijd de rogge en de haver. Met de Marshallhulp na de oorlog hadden ze rond 1948 een zelfbinder kunnen kopen. We hadden hier maar één paard. Er werd altijd ’t paard van de buurman geleend, en bij de buurman ook de rogge en haver gemaaid. Rogge opzetten was te zwaar voor haar. Maaien kon ze zittend doen en ze kon goed met paarden overweg. Toen ik (H) een jaar of 16 was, heb ik het van haar overgenomen. Dat vond ik niet zo erg eigenlijk. Dat garven opzetten, daar had ik zo’n schurft aan.

Hilbelink, circa 1915Willem Hilbelink hield zich vooral bezig met de tuin en met de bossen en de jacht. De tuin was vroeger héél groot, een arbeider had wel een dag werk iedere week. Het was een soort Engelse landschapstuin met paadjes erdoor en stukken gazon en bloemperken en allerlei verschillende bomen. En voor het huis stond een enorm rododendronbos. De oude mevrouw Hilbelink liet zich graag fotograferen in de tuin. Daar zijn nog veel foto’s van. Ook waar ze in een reusachtige rieten strandstoel zit. Die hebben we later nog op zolder gevonden. Het meest onvoorstelbare kon je daar allemaal op zolder vinden. Toen er geen arbeider meer was deed Hilbelink de tuin zelf. Hij schoffelde de paden, kocht bloemen en knipte de hydrangea’s in het grote bloembed heel precies. Hij spendeerde veel tijd en geld aan de tuin. In 1961 of zoiets is de tuin kleiner gemaakt en helemaal gerenoveerd.

Ja, ik was misschien wel een soort kleinzoon voor Willem Hilbelink. Ik ben ook gedeeltelijk wel een beetje door hem opgevoed. Wij hoorden ook wel een beetje bij die familie. We gingen als kind na de samenkomst op zondag soms ook mee naar zijn ongetrouwde nicht Jo Lindeman. Tante Jo was voor ons ook gewoon tante Jo. Qua boerenbedrijf heb ik (H) wel het meeste van mijn vader geleerd. Maar in de algemene ontwikkeling heb ik toch redelijk veel geleerd van oom Hilbelink, zoals we Willem noemden. Hij ging één keer in de week naar zijn jongere, ongetrouwde zus Anna in Almelo, voor ons tante Anna. Die was daar lerares Engels. Ze hadden samen een auto die in het dorp stond, want toen was hier nog slechte weg. Ik mocht wel eens mee en dan liet hij me de kastelen in Diepenheim en Goor zien, en Twickel in Delden. Hij wist daar alles van, en ik nu dus ook. Ik kreeg ook van alles en ik had eigenlijk tot alles toegang. In 1966 zijn Greet en ik getrouwd. We hadden toen voor onszelf een redelijk groot appartement hier in het bestaande huis gebouwd. Toen we ’s avonds na het feest thuis kwamen stonden de buren ons op te wachten, liedjes zingen. Maar Willem Hilbelink, het was zijn huis, hij deed de deur open en zei “Welkom” tegen ons. Dat maakte heel veel indruk op mij.

circa 2005Ik heb er vroeger eigenlijk nooit zo goed over nagedacht hoe dat voor onze ouders moest zijn als je bij de eigenaar over de vloer woont. Alles wat je gebruikt is eigenlijk van hem. Want dat ging van tafellinnen tot tafelzilver etc. Ze hadden in het begin niks van zichzelf, later natuurlijk wel. Als Hilbelink jarig was zaten wij als gezin wel bij de visite, maar andersom… Nieuwjaarsvisites, daar deden onze ouders niet aan mee, waarom weet ik (H) eigenlijk niet. Nou, ik wel, zegt Erica, ze waren gewoon te ‘fien’ voor de buurt. Ze gingen zelf niet in de buurt op visite, want Hilbelink deed dat ook niet en ze konden, denk ik, voor hun gevoel ook moeilijk de hele buurt weer op visite vragen. Moeder had ook wel een beetje allures, vult Henk aan. Of ik (E) last heb gehad van de uitzonderingspositie in de buurt… Later ben ik me er wel van bewust geworden. Omdat ik ook naar een andere school ging, de christelijke Wilhelminaschool in het dorp. De meeste kinderen gingen naar de openbare school op de buurt. De scheiding in kerkelijk leven trekt ook diepe sporen soms.

Willem Hilbelink is in 1971 overleden. Zijn neef Ben Lindeman was toen de beheerder van ’t hele spul. Het was hier nog ongedeelde boedel. Lindeman kwam toen vragen of tante Anna hier kon wonen ’s Zomers was ze al vaak hier. Na haar pensioen heeft ze eerst jaren in hotel de Klok gewoond en toen dat afgelopen was in hotel Victoria. Ik zie m’n moeder nog bij Greet en mij komen met dat verhaal. Ze durfde eigenlijk geen nee te zeggen. Het was tenslotte Anna’s eigen huis, dus dan zit je in een moeilijk parket. Samen ’s zondags wel in dezelfde kerk zitten, en je mag door de week niet komen. En mevrouw…, tante Anna was ook heel vaak depressief, en dan was het altijd mijn moeder die haar min of meer begeleiden moest. Als ze in het ziekenhuis was dan ging moeder er om de dag, als het niet iedere dag was, naar toe. Dus tante Anna heeft hier nog ruim 10 jaar gewoond. Onze ouders konden daarvan leven. Er kwamen toen dingen in huis die vroeger nooit in huis kwamen, er werden opeens meer boeken gekocht bijvoorbeeld, zegt Erica. Maar toch was ik er helemaal niet blij mee toen dat gebeurde. Ik ben ook niet in de beslissing gekend. Ik was net zestien. Jullie woonden hier natuurlijk apart, Maar, ze at wel niet met ons mee, want wij aten in de kleine kookkeuken, maar zij at in onze woonkeuken, ons leefvertrek. Later, toen ik in de verpleging ongeregelde diensten had, wilde ik wel eens de vrijheid hebben om op de bank te hangen en met de voeten op tafel te zitten. Maar zij vond het dan nodig om te zeggen dat dát niet paste. Ja, ze had bepaalde allures, ze wist precies hoe ze het allemaal hebben wilde, en zo wilde zij behandeld, bediend worden. Nou ja, daar betaalde ze ook voor. Maar Willem Hilbelink was makkelijker. Het huis werd wel veel beter onderhouden dan voor die tijd, omdat zij dat belangrijk vond.

luchtfoto Hilbelink; midden jaren 70 van de 20e eeuwJa, moeder was iemand die met plichtsbesef en volle overtuiging de verantwoordelijkheid nam voor situaties die op haar weg kwamen. Ze heeft eerst Willem en daarna Anna Hilbelink verzorgd tot hun einde. Tante Anna is op 31 december 1982 overleden. Toen hebben de erfgenamen, haar neef en nicht Lindeman, die zelf geen kinderen hadden, alle gebouwen verkocht. Wij (H en G) konden toen Hilbelink kopen. Notaris Hobbelink feliciteerde me, dat ik dat nou in eigen bezit had. Toen dacht ik bij mezelf, ja, hier ben ik groot geworden, hier heb ik altijd gewoond, eigenlijk alsof het mijn bezit was, ik heb me hier altijd thuis gevoeld. De familie Hilbelink heeft mij nooit het gevoel gegeven dat ik er bij wijze van spreken niet bij hoorde. Tante Jo Lindeman is in 2001 overleden, als laatste van de naaste familie. Toen bleek dat ze 20 hectare landbouwgrond en 13 of 14 hectare bos aan mij had nagelaten. Er was heel veel verbazing, want dat gebeurde nóóit. Ik was wel blij dat ze niet het hele landgoed Hilbelink aan ons had vermaakt, want dan had je heisa gekregen in de buurt. Dan krijg je ineens andere verhoudingen. Ik heb toch een keer tegen iemand gezegd: “Heb je ook bij de heerschop in huis gewoond, dan?” De meesten feliciteerden je en Dick Jol zegt toen zo, gekheid hoor: “Ja Henk, zo meteen dan moet je, als je dan feest hebt, wel aan een andere tafel zitten en je moet anders stemmen”. Want door mekaar genomen, stemmen de scholtenboeren in Winterswijk, met de vrijzinnigen, die stemmen VVD. Later hoorde ik via via dat iemand had gezegd: “Hij is er niks van veranderd”. Dat vond ik eigenlijk wel een compliment. Want sommigen zullen wel eens gedacht hebben in het kader van Winterswijks denken: “Nou, misschien gaan die zich ook nog wel wat verbeelden.” Alie Jol, die tante Jo Lindeman bijna tot het laatste toe verzorgd heeft zei : “Jij hebt gekregen wat je ouders verdiend hebben”. Ik zeg ja, dat is waar. Erica vult aan: “Ik vond het wel heel bijzonder dat zij uiteindelijk de boerderij aan Henk vermaakt heeft, ook omdat het in die zin een soort eerbetoon is aan mijn ouders.”

Kijk ook eens op: