Winterswijk: Daor in ne holten kiste op zolder bi-j scholte Raort lag dat archief, wal doezend stukken!

Bron: wikimedia creative commonsHenk Krosenbrink (overleden 2015)

Henk Krosenbrink (86*) ontvangt me in zijn sfeervolle woning in Winterswijk. Hij is voor mij de éminence grise van de historie van Bredevoort  en Winterswijk. In mijn boekenkast staan veel van zijn boeken. Een paar dichtbundels koester ik. Zijn inspanningen waren altijd gericht op het in stand houden van het streekeigene en een duidelijker begrip voor de regionale geschiedenis. Henk en ik praten samen in het Nedersaksisch, de streektaal die in zijn jeugd – maar ook in de mijne – nog overal op het platteland gesproken werd.

Auteur: Ina Brethouwer, auteur foto: wikimedia commons

“In de jaren 1958 tot 1967 was ik leraar aan de lagere landbouwschool in Winterswijk. Daarna werkte ik bij de regionale omroep en begon ik te schrijven over de geschiedenis van Winterswijk. Nadat ik het boek van Stegeman had gelezen (Het oude Kerspel Winterswijk, 1927), dacht ik: er moet toch meer te vinden zijn. Ik sprak erover met de bestuursvoorzitter van de school, Scholte J.W.G. Tenkink. Hij stond bekend als dé Scholteboer van Winterswijk. Hij woonde op het Lintum in het Woold. Ik kon heel goed met hem opschieten. Het sprak hem aan dat ik me verdiepte in de historie en dat ik vooral wilde schrijven over de geschiedenis van de Scholten in relatie tot het ambt Bredevoort. Hij zei me: ‘No mo’j daor ’s hen gaon, mo’j daor ’s hengaon, mo’j daor ’s hengaon’.

Hij opende een groot aantal deuren voor mij, zoals die van Scholte Roerdink in het Woold. Daar lag in een kist op zolder een archief van wel duizend stukken. Heel bijzondere stukken. Deels was dit het familiearchief van Roerdink zelf, dat honderden jaren terugging. Vooral in de 17e en 18e eeuw heeft deze Scholte veel processen gevoerd tegen de Drost van Bredevoort en diens vertegenwoordiger. Roerdink vormde samen met andere grote boeren een combinatie, waarmee jaren achtereen een rechtskundige werd ingehuurd. Afgesproken werd dat deze stukken bij Roerdink in de kist bewaard zouden blijven. Eeuwen later en dankzij bemiddeling van Scholte Tenkink vond ik die historische schat op zolder. De oude Scholtinne leefde nog en ik mocht de dossiers inzien, mee naar huis nemen en we spraken af dat ik alles zou registreren. Heel veel jaren heb ik het Roerdinkarchief in huis gehad, en op mijn eigen manier – ik ben geen archivaris – geregistreerd. Publicatie daaruit was toegestaan. Uiteraard niet alles. Over eventuele schandalen moest worden gezwegen. Maar schrijven over de historie stond mij vrij en dat deed ik graag.

Ik ontdekte stukken die de Scholten destijds tijdens de processen blijkbaar geleend hadden van Bredevoort, maar nooit teruggebracht. Die belangrijke stukken waren verdwenen uit het archief van Bredevoort, maar ik vond ze dus terug. De stukken uit het archief waren overal vandaan gehaald. Wat een ontdekking! Onder andere vond ik de rentmeesters rekeningen met daarin gegevens over wat de boeren moesten afdragen. In vorige eeuwen werd hier – net als over de grens, in Duitsland – geregeerd volgens het Lohns hofrecht. De eerste dertig bepalingen van dat hofrecht waren wel verwerkt in latere documenten. Maar de eerste aantekeningen, het begindocument was niet bewaard gebleven, niet in Duitsland en niet in Bredevoort. En wat denk je? Ik ontdek een document uit omstreeks 1500 in die kist van Roerdink.

De Duitse archivarissen sprongen een gat in de lucht toen ze hoorden dat de oorspronkelijke tekst was veiliggesteld. Het archief werd vervolgens door het Rijksarchief gekopieerd. Na het overlijden van de Scholtinne werd er door de familie van Roerdink wel aan een touw getrokken, het was een onverdeelde boedel. Veel stukken uit het archief waren al overgebracht naar Doetinchem. En dit jaar heb ik het beheer van het archief officieel overgedragen aan het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers. Daar ligt het veilig. Want ik wil je nog wel vertellen dat kort nadat ik de documenten daar uit die kist op zolder had weggehaald, precies op die plek brand uitbrak.

Toen Scholte Tenkink was overleden, bood zijn weduwe mij aan om ook het archief Tenkink in te zien en te registreren. Ik voldeed aan haar verzoek maar heb er weinig uit gepubliceerd. In de jaren 60 schreef ik het boek Wenterswick is minen naem – Uit de historie van Winterswijk. Het doel van dit boek was de sluier die nog over de historie van Winterswijk hing wat verder op te lichten. Destijds behoorden Winterswijk met Aalten en Dinxperlo tot het Ambt Bredevoort, dat weer ressorteerde onder het oude graafschap Lohn. Het boek gaat over driehonderd jaar grensruzies en de ontwikkeling van het begrip Scholte.

De oorspronkelijke betekenis van het woord Scholte geeft meteen aan wat de functie is: schuldheteo, schouthete. Ze moesten het bevel geven en daarbij zorgen dat de schulden voldaan werden en binnenkwamen. Op Twaalf Apostelendag – ik vergeet altijd of dat nu op 13 of 15 juli is – zat de Drost, de rentmeester, te schrijven op de Rosenhoeve  in Miste. De notulen daarvan lagen overigens ook in de kist bij Roerdink. Er waren ook twee vertegenwoordigers van de boeren. Uiteraard waren dit niet de minste boeren. Meestal Roerdink en Meerdink. Zij werden ‘tegener’  genoemd. Als er onduidelijkheden waren in het recht dan vertelden deze boeren hoe het hofrecht al jarenlang in de praktijk werkte. Zij hadden tot taak de interpretatie van de rechtsregels: ‘Ja, dit en dat, maor wi-j hebt dat altied zo edaone sinds jaoren’. Hun functie was vaak erfelijk. Van oorsprong zorgden de tegeners ervoor dat de ‘tienden’ binnenkwamen.

Hun functie is veranderd en in deze streek helemaal. De Scholten waren in feite de grote boeren, de vertegenwoordigers van Ambt Bredevoort. Zij zorgden ervoor dat alles ontvangen werd aan pacht wat afgesproken was. Als ze geld overhielden hadden ze het recht om percelen grond voor zichzelf bij te kopen. Je ziet dus dat ze pachter waren van de grootgrondbezitter die net als andere pachters belasting betalen maar daarbij ook hun eigen bezit steeds meer vergroten konden. Voorbeelden zijn Roerdink en Meerdink in Winterswijk en Borninkhof en de Ahof in Aalten.

Maar dan komt de Franse overheersing en de horigheid wordt afgeschaft. Vanaf dat moment gaan de grote pachters zich gedragen als eigenaren. Het werd oogluikend toegestaan, er was nog niets nader geregeld. De Scholten onder klooster Burlo en het Stift Vreden net over de grens bleven horig tot 1810 toen het Koninkrijk Westfalen ontstond. Vele jaren later kwam men in Den Haag tot de ontdekking dat er in deze streek nog het nodige geld van hen lag. Er volgden processen. De boeren wonnen. Ze mochten de verplichting afkopen en waren ineens vrij van pacht.

Maor in feite is daor dus iets vrömds gebeurd. De oorspronkelijke pachters betaalden een aantal jaren geen pacht. En vervolgens werd voor het gerecht verklaard dat ze eigenaar waren. Tja, Paul Aalbers schrijft er heel mooi over in zijn boek Het einde van de horigheid in Twente en Oost-Gelderland, 1795-1850. Een paar keer heb ik er met hem over gesproken en hem gezegd dat zijn bewijs niet 100 procent was. Hij gaf het toe: ‘Dat weet ik ok wal, ik kom d’r ok neet uut’. Ik kan het ook niet oplossen hoe het toen gegaan is.

Ja, en toen was het hek van de dam. Alles wat ze tot dan toe beheerden werd nu hun eigendom en de markeverdeling kwam daar nog bij. Het Woold is in 1840 verdeeld: 550 hectare waarvan 350 hectare voor vijf Scholten. Roerdink alleen al kreeg 180 hectare. Ze zaten er niet om te springen want ze wisten niet wat ze ermee moesten. Maar de mijnbouw kwam op en er waren goede dennen nodig die hier groeiden. Ze verdienden redelijk en later zelfs goed toen de kunstmest kwam. Zo zijn de Scholten gegroeid.

Geleidelijk werd het een aparte stand van herenboeren. Een aantal van hen zat altijd al op een oorspronkelijk landgoed, dat noemen we de echte Scholten. Daarna kwamen er halve Scholten en andere herenboeren. Door de code civil van Napoleon gold namelijk niet langer het eerstgeboorterecht, het recht dat alles naar de oudste zoon ging. Doordat alle kinderen dezelfde rechten hadden, vielen de Scholtegoederen opeens uit elkaar. Vaak was er wel een remedie voor, er werd onderling getrouwd, de huwelijkspartner werd in de eigen stand gezocht. Er waren Scholten die bij voorkeur op jacht gingen en op visite. Zij keken vaak ook wat minder om naar de pachters. Uiteraard moest er wel geluisterd worden naar de Scholte. Het kon gebeuren dat een pachter een conflict kreeg met de Scholte en dan hup, moest hij al na korte tijd weg. ‘I-j könt gaon’, werd er dan gezegd. Sommige Scholten hadden bezittingen maar geen geld. Scholte Meenk had allebei. Zijn pachtboerderijen zagen er altijd heel goed uit. Moest er iets hersteld worden, dan gebeurde dat meteen. Ook onder Lintum was het goed wonen op de pachtboerderij. Ik ken een familie die daar al zeker vier generaties woont.

De landbouwcrisis kwamen de Scholten goed te boven, ze konden gemakkelijk werklui vinden en hun landgoederen met de pachtboerderijen goed onderhouden. Hun knechten en meiden werden gerekruteerd onder de pachters. Deze verdienden een normaal salaris, dat las ik in het archief van Lintum. Ze hadden bijvoorbeeld het recht om zes weken voor zichzelf te spinnen in de winterdag of om klompen te maken. Er waren een grote meid en een kleine meid, een grote en kleine knecht en een koejongen. En dan liepen er nog daghuurders  rond. In de pachtcontracten stond dat er helpedage golden, drie of vier dagen in de oogsttijd waarop de pachters de Scholte moesten helpen. Uiteraard moest zo’n verplichting opgevolgd worden. Daaraan viel niet te ontkomen. In het pachtcontract van mijn schoonouders op landgoed het Kreil stond die bepaling nog. Maar na 1950 ging het goed mis. De salarissen werden te hoog en de Scholten hadden geen werkkrachten meer. Veel van hen gingen eraan onderdoor.

In de vorige eeuw trouwde de oudste zoon of dochter vaak in op de Scholteboerderij. De tweede en derde zoons kregen ook een deel en bouwden vaak een grote villa aan de rand van het landgoed. Er was immers genoeg grond, er kon nog wel een huis bij. In 1700 heeft Lintum tachtig hectare. In 1780 gaat het boeren heel goed, dan hebben ze zeshonderd hectare. In 1861 hebben ze nog steeds zeshonderd hectare maar in 1910 is dat driehonderd hectare geworden omdat er gedeeld moet worden. En in 1943 is het 135 hectare. Wat overblijft in al die buurtschappen zijn de tweede, derde, vierde zoons van Scholten uit de vorige eeuwen met hun grote huizen in het buitengebied. In de volksmond worden zij nu nog wel eens Scholte genoemd. Maar dat zijn ze niet. De titel ging immers van oorsprong altijd over van vader op oudste zoon.

Opvallend voor Winterswijk is het feit dat in de negentiende en twintigste eeuw de Scholteboeren in allerlei besturen vertegenwoordigd waren. Dat ging zo door tot in de jaren zestig van de vorige eeuw. Bepaalde Scholteboeren waren echt herenboer. Zij hadden hun oudste zoon aan het werk of een goede eerste knecht en doken zelf in het verenigingsleven en het kerkelijk bestuur. De vader van J.B.G. Tenkink was jarenlang wethouder. Zoon Tenkink zat ook in verschillende organisaties, zoals de landbouwcoöperatie. Z.G. van Eerden was een heel goede voorzitter van de coöperatieve zuivelvereniging Winterswijk. Op landbouwkundig gebied waren ze eigenlijk wel vooruitstrevend. Ze waren op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en daarover waren ze in gesprek met de upper ten van Winterswijk. Zo ging dat in die tijd.

Ik herinner mij een rapport uit de jaren zestig van de Gelderse Maatschappij van Landbouw. Toen waren er in Winterswijk negenhonderd boeren en werd er voorspeld dat binnen twintig jaar dit aantal tot de helft gereduceerd zou zijn. Er was werkelijk niemand die dat geloofde. Maar het was wel zo, het was zelfs nog erger. Er waren maar weinig Scholten die het bedrijf op tijd aanpasten en het gered hebben. De anderen moesten opgeven. Je moet op tijd de bakens verzetten. In deze tijd is dat ook weer zo. Er moet goed nagedacht worden over de toekomst.”

*) Henk Krosenbrink is geboren op 31 maart 1928 en overleden op 18 juni 2015 in Winterswijkoral history winterswijk ina brethouwer Henk Kroosenbrink

Kijk ook eens op: