Landgoed Oldenaller: Dat landschap is haast niet veranderd

CorJansenPortret

Cor Jansen, boswachter landgoed Oldenaller

Een prachtig gerestaureerd oud huisje uit de 19de eeuw op het landgoed is het plekje waar Cor Jansen woont. Cor is de boswachter van het landgoed en in dienst bij de Vereniging Natuurmonumenten. Vlakbij zijn huis, in een sloot, brengt een artesische bron spontaan vers water naar boven. Dat slootje vriest dus nooit dicht! Als er iemand is die alles weet over het landgoed, dan is dat Cor.

Verhaal Jan Hassink, beeld Marianne Jans.

‘Ik ben in 1974 in dienst gekomen bij de Vereniging Natuurmonumenten als bosarbeider in het Leuvenumse bos. Daar werkte ik samen met een oudere collega. We moesten toen veel boompjes herplanten. In ’72/’73 hadden we veel zware stormen gehad, waardoor er veel schade in de bossen was ontstaan. Die stormgaten moesten we opvullen. Dan kwamen er 60.000  jonge dennetjes en die moesten we met ons drieën weg zetten! In 1976 kwam ik in het driejarig leerlingenstelsel van Natuurmonumenten terecht. Mijn eerste stageplek was in het Eerder Achterbroek bij Ommen. Een prachtig gebied met een kleinschalig hoevenlandschap en bij het kasteel prachtige lanen in een mooi lanenpatroon. Na een half jaar ben ik naar de Vechtplassen gegaan voor de volgende stage. Een heel ander gebied. Daar moesten we op legakkers hout verwijderen. ’s Zomers graslandjes maaien en hooien. Weilandjes. Verschralen dus. Daarna ben ik weer naar het Leuvenumse bos terug gegaan. Daar kon ik mijn laatste stage afmaken. In 1980 ben ik als arbeider/toezichthouder, zo heette die functie toen, naar de Veluwezoom gegaan. Daar woonde ik op het landgoed Beekhuizen. Daar is toch een beetje mijn liefde, voorkeur, voor landgoederen ontstaan. De natuur en de cultuurhistorie, de gebouwen. We kregen toen bij de vereniging ook eigen bouwkundige mensen. Op de Veluwezoom moest ik ook de gemarkeerde wandelingen controleren. Als er een paaltje verdwenen was, moest ik die vervangen. Bijschilderen deed ik ook. Je had meteen contact met het publiek. Dat was ook leuk! Daarna ben ik op 1 januari 1987 hier op dit landgoed begonnen. Oldenaller en Oud Groevenbeek. Dat was één beheerseenheid. Dat beheer deed ik van A tot Z. Jaarplannen maken, de werkplannen. De districtsbeheerder, dat was mijn chef. Die kwam één keer per week of veertien dagen een ochtendje bij mij. CorJansenBoswachterhuisOldenallerallee

Mijn taken hier zijn heel divers. Onderhoudsbeheer van een kleine tweehonderd gebouwen. Boerderijen, bakhuisjes, hooibergen, stalletjes, schaapskooien. Ook natuurlijk het landschap: houtwallen, houtsingels, beekbegeleidende begroeiingen, heide, vennetjes en poelen enzovoorts.We hebben ongeveer vijftig hectare hakhout op Oldenaller. Met een kapcyclus van twintig  jaar moeten we dus ieder jaar tweeënhalve hectare  hakhout afzetten! In het begin verkocht ik dat allemaal aan particulieren. Die moesten het zelf kappen en alles opruimen. Schoon werk achterlaten. De fijne afvaltakken werden gewoon verbrand op de dam. Later mocht dat niet meer, dat branden. Nu wordt het overbodige hout versnipperd door de aannemer en verkocht aan grootverbruikers. Hier in de buurt aan kalvermesters. Die hebben een grote behoefte aan warmwater en dan stoken ze de snippers in een grote kachel.Verder zorg ik er ook voor dat de kleine bouwlandjes op het landgoed ieder jaar ingezaaid worden met graan en een bloemenmengsel. Dat graan is meestal zomer- of winterrogge. Ik heb ook nog het natte heidebeheer. Dat is vrij intensief. Je moet zorgen dat er niet te veel boomopslag komt, stukjes maaien, plaggen. Allemaal kleinschalig. Ik ben ik 1988 al begonnen met begrazing. Met een plaatselijke pachter. Die had Piemontese koeien. Die vond ik prachtig op de hei. De laatste paar jaar had ik waterbuffels. Plaggen en maaien probeer ik ook te regelen met de plaatselijke pachters. Die verdienen er wat mee en nemen ook het maaisel mee. Ze gooien dat op een hoop en composteren dat.

CorJansenBoswachtershuisVanmorgen ben ik vanaf acht uur wezen ‘blessen’ op Oud Groevenbeek. Dat is weer heel anders dan hier. Dat is juist het leuke. Je hebt twee heel verschillende landschapstypes. Oldenaller is een kleinschalig hoevenlandschap van ongeveer 260 hectare landbouwgrond. Omzoomd door hakhoutwallen en singels en doorsneden door allerlei waterlopen van sloten en beken. De hoofdbeek is de Schuitenbeek. Dan hebben we de Veldbeek. Die (beken, red) lopen dwars door het landschap en voeren het water dat van de Veluwe komt af naar het Randmeer, vroeger naar de Zuiderzee. Die stukjes natte hei zijn heel bijzonder. Daar hebben we bijzondere planten: zonnedauw, witte- en bruine snavelbies, orchideeën en ook het duivelsnaaigaren (warkruid, red.). Oud Groevenbeek maakt eigenlijk deel uit van het Veluwemassief en is echt grootgrondbezit met een enkele boerderij. Kijk, wat er op het ene landgoed niet is, dat vind je op het andere. Dat maakt het zo leuk! Oldenaller ligt op de overgang van de Veluwe naar de oude Zuiderzeekust. Dus een eindje verderop hier houden de houtwallen op en krijg je het open landschap. Dat landschap is haast niet veranderd alleen heb je de A28 er tussen gekregen. Toen het landgoed in 1972 aangekocht werd door Natuurmonumenten, werd hier volop gejaagd. Er werden fazanten opgefokt en uitgezet. Mijn voorganger ging ook regelmatig mee op de jacht. Dat is nu helemaal veranderd. Bij Natuurmonumenten wordt niet gejaagd. Alleen in noodgevallen als er overlast is van bijvoorbeeld konijnen. Dan komt onze faunabeheerder in actie. Ik ben gisteren met onze ecoloog het veld in geweest. We willen graag een stukje heide weer vernatten. Ja, dat is veranderd. Vroeger hadden ze hier grote stukken heide, ook natte heide met planten die nu zeldzaam heten. Die hebben we nu ook zo hier en daar maar veel minder. Toen de Zuiderzee er was hadden we hier ook in het lage gedeelte, richting de oevers, diverse kreken met zoutminnende plantjes. Die kreken voerden het water af dat vanaf de Veluwe hier naar toe gedrukt werd. Heel vroeger had je hier de invloed van eb en vloed.

Ik ben geboren in Harderwijk en ik weet heel goed hoe in 1967 zuidelijk Flevoland ontstond en de Randmeren. Voor die tijd lag Harderwijk aan het IJsselmeer. Gelukkig is het bij Harderwijk een beetje wijd gebleven. Ik werk vier dagen in de week bij Natuurmonumenten en op vrijdag ben ik vishandelaar, palingroker.Wat ook erg veranderd is. Het beheer van het landgoed. Vroeger had je een team van bosarbeiders en beheerders. Nu is er een gebiedsmanager en heb je een team van deskundigen. Daarnaast  zijn er nu de vrijwilligers die heel veel werk verzetten, begeleid door één van mijn collega’s. Het geheel van Oldenaller lijkt heel veel op hoe het vroeger was.

We willen het landgoed graag aantrekkelijk houden voor bezoekers en de oude waardevolle onderdelen bewaren en versterken. Er zijn al acht nieuwe poelen aangelegd. Vroeger waren dat drinkpoelen voor het vee. Die werden uitgegraven en de grond die er uit kwam werd als een dijkje om de poel gelegd. Dan kon het water niet uittreden en bleef het bewaard. Die drinkpoelen zijn niet meer nodig want er zijn overal weidepompen verschenen om het vee water te geven. Nu worden het amfibieënpoelen. De dijkjes er om heen zijn weg zodat het water ’s winters weer kan uittreden en de omgeving vernatten. De grond die vrijkwam bij het graven van de nieuwe poelen hebben we voor een deel naar boerderij Aller gebracht. Daar willen we weer een boomgaard aanplanten maar de grond was te laag. Daar komen straks weer oude appel- en perenrassen in te staan. We willen ook graag weer wat meer kwel terug krijgen op de heide bij Deuveren. Dat zou moeten kunnen, heb ik samen met  één van onze ecologen bekeken.We gaan de vijver bij het kasteel uitbaggeren en belemen (leembodem aanbrengen, red.) We willen een schaapskooi inrichten als onbemand informatiecentrum. We hebben een groot weiland (zes hectare, red.) afgeplagd en daardoor vernat en verschraalt. We gaan een vogelkijkhut neerzetten. Vorige week hebben we een ijzeren brug van acht meter over een sloot gelegd om het toegankelijker te maken. We willen een moestuin aanleggen bij het kasteel en we hebben een tuinmuur vervangen. Daar gaan we lei(fruit)bomen tegen aanplanten. Plannen genoeg!

De naam Oldenaller is al heel oud. In 1313 wordt het al genoemd. Het kasteel is rond 1655 gebouwd door een zekere Johan van Wijnbergen. Waarschijnlijk heeft er voor die tijd ook al een huis gestaan. Misschien is dat gesticht door de Van Allers. Dat is een bekende familienaam in Putten. Er zijn nog steeds Van Allers in Putten. We hebben onlangs een paar kamers in het kasteel gerenoveerd. Daar zat een gaasspanning op de muren en daar waren Franse kranten opgeplakt en dan linnen er op. Daarna was het behangen. Dat hebben we weer in dezelfde vorm hersteld. Het huis, de oranjerie en het koetshuis worden nu bewoond in appartementen. We hebben weer 10.000 bollen gekocht om in het kasteelbos te planten. Er is wat stinzenflora te herkennen: boshyacinten, lelietjes-van-dalen, bosanemonen en zo.
We hebben heel veel van het oude landschap bewaard. Houtwallen op het hogere en drogere landschap en de singels in het lage gebied. Die singels, vaak beekbegeleidende begroeiing, bestaat hier meestal uit els en es. We hebben soms heel brede singels met drie of meer rijen beplanting, Soms loopt er zelfs een slootje doorheen met aan weerszijden drie rijen els en es. Dat zal meestal voor geriefhout en brandhout gebruikt zijn. Af en toe een steel voor het gereedschap, vooral de essen. Om dat landschap in stand te houden moeten we het hakhout en de singels regelmatig afzetten.Op de drogere grond hebben we in de houtwallen de inlandse eik en natuurlijk opslag van berk. Die komen er vanzelf ingewaaid. Ook af en toe een zoete kers en heel af en toe een lijsterbesje. Als struikvorm: hazelaar, meidoorn en Gelderse roos. We zouden best af en toe eens een linde willen inplanten. De fauna bestaat hier uit reeën, hazen, een enkele boommarter. Dassen zitten er ook behoorlijk wat. Vossen, konijnen, af en toe een bunzing of hermelijntje. Daar is het ook een natuurlijk landschap voor.

Echte kerkenpaden zijn mij niet bekend hier. Wel lopen er een paar, ik noem het schoolpaden. Daarover gingen de kinderen van de ene boerderij naar de andere en dan samen naar school. We hebben nu Klompenpaden aangelegd. Dat zijn heel aantrekkelijke routes geworden.Vroeger waren er elf pachtboerderijen op Oldenaller, nu zijn het er drie. Als het over praktische zaken gaat ben ik het eerste aanspreekpunt voor de pachters. Ik heb een heel goede verhouding met de pachters. Je moet open en ook duidelijk zijn. We hadden een pachter van wat los land met een pachtovereenkomst op jaarbasis. Hij meende daardoor zekere rechten te hebben. We hebben toen een duidelijk gesprek gehad met die pachter. Ik zei toen: “Als je er uit wilt halen wat mogelijk is en bemest tot in de houtwallen, pas jij niet bij ons. Dan moet je naar de Flevopolder verhuizen. Je pacht voor een aangepaste pachtsom en je weet dat er beperkingen zijn”. Je moet duidelijk zijn. De pachter snapte het meteen en hij werkte weer volop mee. Hij ging zelfs op eigen initiatief een paar wilgen knotten. Eerlijk en duidelijk, dan blijft de verstandhouding goed. De boerderijen staan er meestal nog wel maar zijn niet meer in gebruik als boerderij.Hier dicht bij het kasteel staat het biologische boerenbedrijf van één van de pachters.Als een nieuwe, grotere stal gebouwd moet worden, gebeurt dat in overleg met onze bouwkundigen. We gebruiken zoveel mogelijk hout. Dat past beter in de omgeving. Dat hout leveren wij zelf uit onze bossen, tegen zaagkosten, aan de boer. Natuurmonumenten wil alles zoveel mogelijk in de oude staat herstellen. Op Oud Groevenbeek hebben we een oude druivenkas en een oude watertoren hersteld. Die watertoren was alleen bestemd voor het landgoed. Daar waren ze zoveel mogelijk ‘selfsupporting’. Ze hadden ook hun eigen gas, gestookt uit kolen. Wat cultuurhistorisch waardevol is, moet bewaard of hersteld worden.’

 

Beluister hier een fragment van het verhaal

Kijk ook eens op: