Winterswijk: En toen stond alles op z’n kop…

th_vdLa_150313_115207_OH Mensink _MG_3220

th_vdLa_150313_114950_OH Mensink _MG_3209Lucretia Mensink-Feitsma

Aan de weg van Winterswijk naar Aalten, in buurtschap Miste ligt Landgoed Wissink,
sinds 1861 door vererving in bezit van de familie Mensink. De oude boerderij, dichtbij de weg, werd afgebroken en in 1868 kwam er een nieuwe ‘Scholtenvilla’, verder van de weg af. In 2000 verhuizen de heer en mevrouw Mensink naar de voormalige pachtboerderij Dieselbrink, vlak achter Wissink gelegen en niet zichtbaar vanaf de weg. Ik word hartelijk ontvangen door het echtpaar, er wordt thee gedronken aan de grote tafel en  over van alles en nog wat gepraat. Daarna gaat meneer naar buiten en praat ik verder met mevrouw Mensink.

Auteur: Dini van der Kolk, auteur foto’s: Jan van de Lagemaat

“In 1965 kwam ik in Winterswijk wonen en werken. Ik werkte in het ziekenhuis als heilgymnaste. Daarnaast gaf ik zwangerschapsgymnastiek. Zo leerde ik al veel mensen kennen voordat ik in 1966 met Gerrit trouwde en op Landgoed Wissink kwam wonen, in een aanbouw naast het grote huis. Gerrit heb ik leren kennen op de bruiloft van zijn zus en mijn neef. Mijn vader was een Fries, mijn moeder van oorsprong een Winterswijkse. Ik ben in Groningen geboren en opgegroeid. Winterswijk was niet helemaal vreemd voor mij, maar toch waren er wel zaken waar ik aan moest wennen. Groningers zijn recht door zee en hun ja is ja, en nee is nee. Hier is het: ‘wi’j zölt wal ‘ns zeen’ en ‘wi’j zölt wal ‘ns kieken’, of ‘jao, jao’. Ze houden altijd een slag om de arm. Of er zijn misverstanden, zoals met de buurman die ons uitnodigde om ‘vandage aover acht dage’ op visite te komen. Ik dacht dus over acht dagen, maar dat bleek over een week te zijn.

th_vdLa_150313_111731_OH Mensink _MG_3183

Toen ik hier op de boerderij kwam, kwam ik erachter dat Gerrits vader, die ziekelijk was, en zijn broer nooit geleerd hadden om te werken. Dat deden de knechten en de meiden. Gerrits ouders leefden van een erfenis of van verkochte grond. Gerrit wilde dat zo niet langer en heeft zijn ouders voorgesteld grond aan de Diaconie te verkopen en van de rente te leven. Hij wilde dat land terugpachten en er gaan boeren. In het begin hadden we twaalf koeien en een beetje grond waar we graan op verbouwden en later aardappels en bieten. Zo hebben wij door heel hard werken de boel weer helemaal opgebouwd. We gingen samen melken en het land op, waar van alles te doen was. Soms had je wel wat hulp. Later toen het wat groter werd hebben we personeel gehad. Dat waren vaak jonge jongens die net van school kwamen. Ook hebben we wel stagiaires gehad.

Gerrit’s hart lag bij de akkerbouw. We zijn toen meer grond gaan huren en ook hebben we een paar schuren gebouwd. We hadden drie dagen in de week hulp van een jongen die afgekeurd was in de bouw en zo hebben we samen die schuren gebouwd, gewoon met de handen, een trekker erbij en een beetje professionele hulp. Zo hebben we dat met knoerthard werken voor elkaar gekregen. Er was zo’n vijfentwintig hectare van onszelf en we hadden ongeveer dertig hectare gehuurd van de Diaconie. Later hebben we bij andere boeren en ook in Duitsland veel grond gehuurd om aardappels te verbouwen. Op een gegeven moment hadden we meer dan honderd hectare in gebruik.
Aardappels kun je niet jaar in jaar uit op hetzelfde stuk grond verbouwen, dat wisselden we dus af met mais en graan. De mais, maar ook afval van de aardappelen voerden we aan de stieren.

th_vdLa_150313_110215_OH Mensink _MG_3166

Wij hadden twee dochters, Hanneke en Katri, en een zoon: Jaap. Jaap was helemaal gek van trekkers en van de landbouw. Van de stieren moest hij niks hebben. Als kind reden ze al op de trekker. Er werd geholpen met het aardappelrooien. Ze waren altijd met een heel stel jongelui en werkten door tot wel negen uur ’s avonds. Dan gingen ze nog even een pilsje drinken. Na zo’n hele dag konden ze geen aardappel meer zien, zeiden ze. Maar de patat van mama ging er toch wel in. Dat was altijd hartstikke gezellig.

Het was nog een heel gedoe met die aardappels. Van 120 hectare komen heel wat aardappelen af. Soms was het te koud geweest, soms te nat, of ze bakten niet goed. Er werden proefmonsters genomen om te controleren of er genoeg zetmeel in de aardappels zat. Dat gaf de nodige stress: Zouden ze wel goedgekeurd worden? Er was een derde deel fabrieksaardappelen, voor aardappelmeel. Die hoefden de schuur niet in en kon je op het land op een hoop leggen. Een derde was pootgoed en dat moest echt goed bewaard worden. In de winter moest je dat sorteren. En een derde was voor de consumptie. Die aardappels gingen ook de schuur in en werden gebruikt voor patat of chips. De aardappels werden niet in een keer afgevoerd naar de fabriek, maar wanneer er ruimte was werden er tien of vijftien vrachtwagens vol afgeleverd. Zo ging dat ook met de suikerbieten. Dat waren er niet zo veel, maar ook die werden in gedeeltes opgehaald. Daarnaast was er nog wat graan. Daar kreeg je strobalen van die verkocht konden worden en het zaad werd verkocht aan de molenaar.

th_vdLa_150313_110950_OH Mensink _MG_3177

Bij het huis hadden we een groentetuin, niet zo’n grote. En een paar appel- en perenbomen. De groente ging in de diepvries, de appelmoes in potten. Wecken deed ik niet. De diepvries kwam op en bij café Den Tappen had je zo’n vrieshuis waar je een vak kon huren en je vlees of groente in kon doen. Wij slachtten af en toe een stier en dan ging het vlees daarin. Dat slachten moest in het slachthuis gebeuren en daar kon je ook het vlees verpakken. Van het vrieshuis hebben we niet lang gebruik gemaakt. We hadden al gauw zelf een diepvries. Hier gaan ook de hazen en konijnen in die Gerrit bij het jagen heeft geschoten. Jagen, dat mag hij graag doen. Hazen, konijnen, eenden en fazanten. Dat doet hij een paar keer per jaar. Samen met anderen. De opbrengst van de jacht is in principe voor de boer, maar die geeft soms wat aan zijn medejagers. De buurman is blij dat er gejaagd wordt, omdat de konijnen veel schade aanbrengen op zijn kwekerij. Het schieten van grootwild laat Gerrit aan anderen over.

Als akkerbouwer had je niet zo’n geregeld leven. Soms was het hectisch, soms was het rustig. Je moest het land op om te spuiten en het gewas te verzorgen, maar daar had je niet zo heel veel werk mee. Maar als het echt oogst was, dan ging je door van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Ik heb heel vaak eten naar het land gebracht. Wanneer ze met een wagen vol naar de schuur kwamen, gaf ik ze koffie mee en ging meehelpen aan de sorteerband. Dat deed je ook in de winter, dat sorteren. Je moest dan de zieken en de stenen er uit halen. Daarna moest je ze in zakken van vijftig kilo stoppen. Vervolgens kwam er iemand van de keuringsdienst om te controleren of ze wel goed waren en daarna moest je de zakken dichtnaaien. Werden de aardappels afgekeurd, dan kon je weer helemaal opnieuw beginnen. Op het land kon je op de rooier de ergste kluiten en de rotten er al uitgooien. Wij hebben nooit met paarden gewerkt, altijd met machines. Een aardappelrooier hadden we zelf, maar een bietenrooier, een extra trekker, een kieper of een extra man huurden we bij een loonbedrijf in.

th_vdLa_150313_110915_OH Mensink _MG_3176

We hadden net een maatschap gemaakt waar ook Jaap bij zat, toen hij in 1997 op z’n zesentwintigste verongelukte. Hij woonde met zijn vriendin in het gedeelte van het grote huis waar wij ook begonnen zijn. Op dat moment woonden wij in het grote huis. Ons hele leven stond op z’n kop. Naast al het verdriet moesten er allerlei beslissingen worden genomen. Met onze dochters hebben we heel wat keren om de tafel gezeten om te bespreken hoe het nu verder moest. We besloten de hele akkerbouw af te bouwen en de grond op te zeggen. Er kwam heel veel op ons af. Alle toestanden eromheen met verhuur, met pacht, met belastingen en noem maar op. We hadden heel veel geïnvesteerd, er lag hypotheek op en door wat grond te verkopen en aandelen van aardappels en bieten, kom je weer een beetje glad. Dat heeft wel enkele jaren geduurd. De grond die we nog overhielden, hebben we verhuurd aan Geurkink, de boomkweker, en ook de schuren zijn verhuurd. Een stukje bos hebben we zelf gehouden. Op een gegeven ogenblik zijn wij in Dieselbrink gaan wonen en Hanneke met haar man John in het grote huis.

th_vdLa_150313_120651_OH Mensink _MG_3241Hanneke is helemaal verknocht aan Wissink. Het mooiste plekje op aarde, zoals ze zegt. Ze hebben het voorhuis helemaal gerestaureerd en in 2007 besloten om in het achterhuis een groepsaccommodatie te realiseren. Deze is in mei 2010 geopend. Er komen groepen van zo’n twintig man en die kunnen zichzelf helemaal redden. Hiermee is de bestemming van Wissink veranderd van agrarisch naar recreatief. Katri woonde met haar man in Neede, maar het leek haar wel gezellig ook op Landgoed Wissink te gaan wonen. Ze heeft gevraagd of ze een gedeelte van de boerderij kon kopen en dat is gebeurd. En zo zijn we hier allemaal bij elkaar gekomen. Vroeger waren dit pachtboerderijen. Je had Dieselbrink, Weideman en de Peske. Ik heb nog meegemaakt dat hier op Dieselbrink Vonhof als pachter woonde en op Weideman zat Pampiermole. Hij kon niet zoveel pacht betalen en daarom hielp hij ons bij het werk. Toen Vonhof wegging zijn Gerrit’s ouders op Dieselbrink gaan wonen en wij in het grote huis. Ik mocht daar heel graag wonen, het was heel prettig. Dieselbrink vond ik altijd zo donker, maar nu hebben we een groot raam in het dak gemaakt en dat is een stuk beter.

Wat betreft naoberplicht is er wel het een en ander veranderd, dat is een stuk minder. Wanneer in de buurt een kind geboren wordt, dan ga je nog op kiekvisite of kraomschudden. Iedere buurvrouw moet dan het kind vasthouden. Is er een nieuw huis gebouwd of een schuur, dan wordt er een meiboom geplaatst en dan moet er op gedronken worden. Bij een begrafenis dragen de buren nog altijd de kist en schenken de buurvrouwen koffie. Toen ik hier pas was, moest de naoste naober nog rond om an te zeggen. En met nieuwjaar had je de ni’jjaorsvisites. De kinderen gingen dan de buurt in om een ni’jjaorstoeten te halen. Dat werd gedaan totdat de kinderen van de basisschool af waren, dus tot twaalf jaar. De volwassenen gingen bij elkaar op visite. Soms zat je dan gedurende een aantal maanden iedere week bij elkaar. De jongelui hadden daar op een gegeven ogenblik geen zin meer in en wilden dat afschaffen, hetgeen bij de oudsten op verzet stuitte. Maar nadat de laatste oudjes zijn overleden of naar het bejaardentehuis zijn gegaan, is dat toch gebeurd. Nu hebben we een keer per jaar een buurtfeest, waar zo’n veertig man komt. Bij mooi weer zijn we lekker buiten en dat is heel gezellig.

th_vdLa_150313_112134_OH Mensink _MG_3187th_vdLa_150313_112255_OH Mensink _MG_3189Vanaf 1868 woont er een Mensink op Wissink en we zijn dan ook heel blij dat Hanneke dit voortzet. Zij en haar man hebben het huis heel mooi opgeknapt en er een goede bestemming aan gegeven. Wissink is geen Scholtenboerderij, het is altijd zelfstandig geweest en had geen verantwoording af te leggen aan het bisdom. En zo is het in 2015 nog altijd.”

Kijk ook eens op: