Landgoed Quadenoord: ”Je bent een landeigenaar of je bent het niet.”

  LandgoedQuadenoord_portret_PetervanDinther_MG_3184_www
F.C.J. Koker (geb. 1931)
Landgoedeigenaar

Quadenoord ligt tussen Bennekom en Renkum. Over de Bosweg rijd ik het landgoed op met aan de linkerkant een grote kapschuur waar beeldhouwers aan het hakken zijn. Daarnaast ligt een groot veld met een doorlopende expositie van beelden Aan de rechterkant ligt een kampeerterrein. Bij het huis Quadenoord moet ik niet zijn. Daartegenover, bijna onzichtbaar door het groen, vind ik de bungalow van de familie Koker. De heer Koker nodigt me uit in zijn werkkamer vol stapels papier en boeken. Aan de muur hangt een kaart van het landgoed. Bij een boom op ongeveer 30 meter afstand zie ik een reetje liggen. De thee wordt ingeschonken en dan is er aandacht voor de historie van Quadenoord.


Tekst Anneke Liefkens, beeld Peter van Dinther

 

‘Mijn overgrootouders kochten in 1872 een stuk grond, dat rondom het huis ligt. Later kochten ze er nog een stuk bij. Totaal is het landgoed nu 220 ha groot. In die tijd wisselden gronden snel van eigenaar. Een heel interessant boek hierover is: “Een groene zoom aan een vaal kleed”, geschreven door de heer Demoet. Hij beschrijft hierin alle terreinen in de regio en hij schreef ook op wie welke terreinen kocht en ook weer verkocht. Momenteel is er een stuk grasland, ongeveer 40 ha akkerland en de rest is bos. Toen mijn overgrootvader de grond kocht, stonden er twee boerderijtjes en een watermolen. Oorspronkelijk was het overgrote deel van de grond heide. Het was zoals men dat toen noemde een “ontginningslandgoed”. Toen is begonnen met het aanplanten van bomen. Ik ben niet geboren op dit landgoed, ik ben geboren in Amsterdam. Mijn grootvader heeft het huis Quadenoord laten bouwen. Dat was in 1924. De architectuur is volgens de stijl van de Amsterdamse school. Ikzelf ben opgegroeid in het Gooi, maar ik kwam hier zo’n beetje definitief in 1956. Als kind logeerde ik hier heel veel. Ik heb een landbouwkundige opleiding gehad. Daarna heb ik 2 jaar in Afrika gewoond, in Transvaal. Mijn oom had daar een boerderij. Toen de akkergronden op Quadenoord van pacht vrijkwamen, ben ik deze gronden zelf gaan bebouwen. Ik heb toen een jaar of vijf in zo’n boerderijtje gewoond, maar dat was zo’n wrak geheel dat het is afgebroken. Daarvoor in de plaats kwam een grote schuur. Ik ben toen in het grote huis gaan wonen en mijn vader heeft toen deze bungalow gebouwd. In 1980 ben ik hierheen verhuisd. Mijn vader beheerde het geheel. Toen hij in ’69 overleed, heb ik de hele zaak overgenomen.

 

Het bosbeheer
LandgoedQuadenoord_Huis_PetervanDinther_MG_3212_wwwIn de oorlog is er veel hout geroofd, maar zijn ook veel bomen beschadigd doordat er in deze streek hevig gevochten is. Er zat veel ijzer in het hout. Per perceel werd alles omgezaagd en opnieuw ingeplant. We kregen daarvoor een vergoeding van het Rijk. Een kostbare zaak om per ha 10.000 boompjes in te planten. We krijgen nu geen geld meer voor het inplanten. We moeten het hebben van natuurlijke verjonging. Voor het normale bosonderhoud is geen vergunning nodig. Die moest ik wel aanvragen voor het rooien van de dode bomen in onze beukenlaan, die van Noord naar Zuid loopt. We hebben hier weer opnieuw ingeplant. Vroeger hadden we vijf krachten die het bos mee onderhielden. In die tijd gebeurde alles met handkracht en de lonen waren heel laag. Momenteel hebben we nog één man over die al 30 jaar bij ons is. Gelukkig trekken de houtprijzen momenteel weer aan. In tegenstelling tot Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer die ongevallen bomen en dood hout laten liggen, verkopen we al het hout dat geld opbrengt. Natuurlijke verjonging houdt in dat het bos gedund moet worden. Ik bepaal zelf, in een roulatie van 5 jaar, welke bomen gedund moeten worden maar laat het door een kapbedrijf uitvoeren. Inplanten gebeurt niet meer, allemaal dus natuurlijke groei. In het bos worden jaarlijks 3 tellingen achter elkaar gehouden om de wildstand te beoordelen. We hebben voornamelijk reeën. Na de tellingen weet je hoeveel wild geschoten mag worden. Door het bos lopen enkele beken en sprengen. Het water werd gebruikt door de papierfabriek van Van Gelder. Later werd dat veranderd. Toen had de fabriek eigen bronnen en de beken droogden daardoor op. Nu zit in de meeste weer water.

Ik ben niet zo’n fan van Natuurmonumenten, maar dat kun je van meer landeigenaren zeggen. Ik ben het niet eens met hun werkwijze. Ze hebben voldoende geld om hun aankopen te financieren en om hun eigen plannen te verwezenlijken zoals bijvoorbeeld het kappen van exoten: Douglas sparren en Amerikaanse eiken.

Zoals al eerder gezegd, hebben we behalve bos ongeveer 40 ha akkerland. Hierop wordt graan, mais en aardappelen verbouwd. Vroeger was het verpacht, nu laat ik alles doen door een loonbedrijf: het ploegen, zaaien en oogsten.

LandgoedQuadenoord_beeldentuin_PetervanDinther_MG_3123_wwwActiviteiten
Tussen de schuur en de Bennekomseweg liggen de manege, de paardenweiden en de stallen. Regelmatig zijn de ruiters, meestal in groepen, op de Ginkelse Hei te zien. Ongeveer 20 jaar geleden is mijn zoon hiermee begonnen. Daarvoor hielden we daar runderen en schapen. Het beheren van een landgoed is in de loop der jaren moeilijker geworden. Lachend: “Dat zult u van ieder landgoedeigenaar horen.” Er komen steeds meer regels, daar gaat zoveel schrijfwerk inzitten. Van de akkers moet je precies opgeven hoeveel rogge, gerst, aardappelen je verbouwt, op welk perceel, hoeveel mest en bestrijdingsmiddelen, enzovoort. Het wordt financieel ook steeds moeilijker om een landgoed intact te houden. Vorig jaar is het landgoed een BV geworden, waarin ook mijn zonen deelnemen.

 

Camping en beeldentuin
Ongeveer 60 jaar geleden zijn we een natuurcamping begonnen. Dit bestaat uit een gedeelte voor trekkers (ongeveer 60 plaatsen) en ik verhuur een gedeelte als seizoensplaats. Op een seizoensplaats zijn de plaatsen veel ruimer, ongeveer 500-900 vierkante meter. In het bos is ook een stiltegebied. Momenteel beheert een van mijn zoons de camping. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor de beeldentuin en de workshops beeldhouwen. Een andere zoon beheert de manege en het paardenpension. Van april tot oktober kunnen beginners en gevorderden onder leiding van kunstenaars uit Zimbabwe beelden hakken. Zeven jaar geleden zijn deze workshops gestart. Het is er vaak druk. Vaak kamperen de deelnemers dichtbij, op de natuurcamping in het bos. Als bezoeker kun je vanaf een paar meter afstand de hakkers in grote concentratie aan het werk zien. Bij de schuur begint een route door de beeldentuin waarin beelden van Zimbabwaanse kunstenaars staan geëxposeerd en gekocht kunnen worden.

 

Tenslotte
De Veluwe is in de prehistorie al bewoond gebied geweest. De vele grafheuvels, ook op het landgoed, getuigen hiervan. Trouwens de naam Quadenoord heeft niets met ‘kwaad’ te maken maar komt van de ‘Quaden’, een nomadische Germaanse stam die in het begin van onze jaartelling door Europa rondtrok. En…. Quadenoord heeft een “wit wief”. In de Veluwse vertellingen wordt verhaald van het “witte wief van Quadenoord”. Op kasteel Grunsfoort (dat van de 14de tot de 18de eeuw in Renkum) stond, woonde een jonkvrouw. Ze was zo ijdel dat ze niet met haar schoentjes op de grond wilde lopen. De vrouwen uit het dorp werden verplicht om, als de jonkvrouw zondags naar de kerk ging, schone witte lakens op de grond te leggen. Toen ze stierf, rouwde dan ook niemand in het dorp om haar. Zij werd op het kerkhof begraven, maar de volgende ochtend stond de kist boven de grond bij de ingang van het kerkhof. Ze werd opnieuw begraven en de ochtend daarop stond de kist weer boven de grond. Er gebeurde precies wat een oude man haar voorspeld had: “Als U de aarde niet wilt, wil de aarde U ook niet.“ De boeren hadden er toen genoeg van en zetten de kist op een kar. De paarden sloegen op hol richting Quadenoord en de kist met de jonkvrouw viel in de beek. Niemand haalde haar uit de beek en sindsdien dwaalt de witte juffer daar rond.’

Kijk ook eens op: