Leven met Water: ”Als voorzitter van de ruilverkaveling moet je geduld hebben, vooral wat betreft de behandeling van bezwaren.”

Henk Pleiter (1931)

Henk Pleiter is altijd met hart en ziel landbouwer geweest. Hij voelt zich nog zeer betrokken bij het voorouderlijk landbouwbedrijf “Nijenkamp” in Vragender, dat nu gerund wordt door zoon Henk en dochter Anja met echtgenoot Leo. Henk was jarenlang voorzitter van de Gelderse Maatschappij van Landbouw afdeling Lichtenvoorde en bestuurslid van de Stichting Marke Vragenderveen. Hij kreeg te maken met het Waterschap Oude IJssel, werd daar gevraagd als bestuurslid in het Dagelijks Bestuur. Langzaam maar zeker werd Henk zo een ‘vergaderboer’, iemand die geïnteresseerd is in de ontwikkelingen op landbouwgebied, erover meedenkt en betrokken is bij de besluitvoering. Daarvan was zeer zeker sprake toen hij voorzitter werd van de Ruilverkavelingscommissie Winterswijk-West.

Verhaal Ina Brethouwer, beeld Wim te Selle (tenzij anders vermeld).

”Het hele proces begon met de begeleidingscommissie voor de ruilverkaveling. We hielden ‘huiskamerbijeenkomsten’ om de mensen te bewegen vóór de ruilverkaveling te stemmen. Dat is gelukt. Toen werd de ruilverkavelingscommissie ingesteld, waarvan de burgemeester van Winterswijk (C. de Vries) voorzitter werd  en ik vicevoorzitter. De Vries was voorzitter van 1982 tot 1986 en daarna kreeg de vicevoorzitter de voorzittersfunctie. Je hebt in zo’n proces te maken met veel belangen van landbouw, natuur, recreatie. Op de landbouwwinterschool heb ik destijds een definitie uit het hoofd moeten leren. Een dat zit d’r zó deepe in, a’k ’t nooit meer vergaeten bunne! ‘Ruilverkaveling is het volgens bepaald plan ter bevordering van de landbouw opnieuw indelen van de grondstukken, al of niet gepaard gaande met de aanleg van wegen of waterlopen.’ Ik denk dat je achteraf wel kunt zeggen dat het precies de goede tijd was voor deze ruilverkaveling. Voordien zou het te drastisch zijn uitgevoerd en nadien zouden de belangen vermoedelijk anders liggen. Het project Groenlo-Beltrum was al eerder uitgevoerd. Ik heb een neef daar en hij zegt bij ons, terwijl hij uit het raam kijkt: ‘Het is bij ons prachtig, alles even kaal. Maar zo’n bosje zoals daar, dat mis ik wel een beetje.’ Kijk, daar gingen ze radicaal alleen voor de landbouw. Toen Winterswijk aan de beurt was, is goed naar de natuur gekeken. Op zich is daar niks mis mee. Als zo’n ruilverkaveling dan maar voldoende grond heeft aangekocht, zodat je de boeren ruilgrond kunt aanbieden.

In het begin zijn er heel veel instanties en mensen die meepraten. Waterschappen Baakse Beek, Oude IJssel en de Berkel (later samengevoegd, ook met Zuiveringschappen erbij), het Kadaster, de Landinrichtingsdienst, Natuurmonumenten. Het eerste waaraan gewerkt werd, was het waterlopenbestek. Ik geloof zelfs dat we er twee hadden, door de voorbereidingscommissie al grotendeels voorbereid. Door het voortschrijdend inzicht is daar niet zo heel veel van overgebleven, mag ik wel zeggen, het is nadien behoorlijk aangepast. De ruilverkaveling heeft uiteindelijk meer dan twintig jaar geduurd. Dat is lang, maar het is een grote puzzel en alles moet in goed overleg. Het is zeker gebeurd dat een beek in het begin werd rechtgetrokken, terwijl die loop later wat meer kronkelde voor meer inhoud of wat ook. De Berkel bijvoorbeeld. Ook de boeren in buurtschap Huppel zeiden op een gegeven moment over de Beurzerbeek, dat die toch wel te drastisch was aangepakt. Later – dat was midden jaren negentig – werden er ook meer natuurlijke stuwen gemaakt met stenen vistrappen, zodat ook de vissen nog daar hun weg konden vinden. Snoeken bijvoorbeeld kunnen wel tussen de stenen door, maar kunnen niet een stuw overbruggen.

De uitvoering van het waterlopenbestek was een intensieve en lastige klus. Het gaat dan om doorsnijding van percelen cultuurgrond. Je komt aan iemands eigendom. Vervangende grond was er wel maar op de verkeerde plaats. Vooral in Vragender was dat aan de orde, daar was de landbouw nogal intensief ten opzichte van de landbouw in het naastgelegen Corle. Jaja, zolang je geen ruilgrond in de streek hebt dan wordt het heel moeilijk om mensen wat af te nemen. Er daagde licht toen we tot ons geluk een paar percelen konden aankopen. Met mijn bedrijf (net op de grens van Vragender en Corle) had ik daar in Vragender vier hectare liggen. Die vier hectare heb ik afgestaan aan de Ruilverkaveling, waarvoor ik dan een stuk in Corle in bruikleen terugkreeg. Qua afstand maakte dat voor mij weinig uit. Zo kon de grondverkaveling verder komen. Er zijn in dat gebied later in totaal twaalf boerderijen verplaatst.

‘Bezwaoren krieg i-j heupe,  oh jao zeker.’ Je kunt haast niets doen of je krijgt er wel commentaar op. Maar over het algemeen was er met de mensen redelijk goed te praten. Als jij je goed kunt inleven in de belangen van partijen, vooral van de boeren natuurlijk, als je hen ervan kunt overtuigen op welke plek zij eventueel grond terug kunnen krijgen, ‘dan bu’w d’r eigenlek altied good oet ekommen.’ Ik was soms wel moe ’s avonds van al dat praten en het zoeken naar oplossingen. Dat was in de verschillende periodes van bezwaarmaking en het zoeken naar oplossingen over dat waterlopenbestek. Als we de bezwaren moesten oplossen over dat waterlopenbestek, ja, dan was ik vaak wel drie dagen in de week daarmee druk. Vervolgens kwamen er dan weer weken met alleen maar een enkel overleg of vergadering. Mijn zoon werkte toen ook al in het bedrijf en ik kon daarnaast extra hulp krijgen. Maar ik was sowieso ’s ochtends en ’s avonds altijd bij mijn vee, want een vergadering begint om negen uur laat ik maar zeggen en om vijf uur was het weer gebeurd, dan stopten de ambtenaren en dan kon ik naar de boerderij om te melken en nog van alles nog doen! Ja, zo ging dat toen, erg hard werken. Snap ik nu niks meer van, hoe ik dat gedaan heb.

Het was een heel mooie tijd en we hadden een heel goede club met samenhang. In het begin was het wel even wennen: een stuk of wat agrariërs, natuurorganisaties, gemeentebelang, bij elkaar met elk hun eigen  ‘geloofsovertuiging’. ‘Ja, en dat most i-j zeuken tötda’j ieders zo’n betjen op plaatse hadden.’ Tijdens het proces van ruilverkaveling moet je niet naar de mensen kijken maar wel naar een goed resultaat. De neuzen moeten in dezelfde richting staan. Als voorzitter van de ruilverkaveling moet je geduld hebben, vooral wat betreft de behandeling van  bezwaren. Rust, begrip en alles met elkaar uitpraten, dat werkt het beste. In die begintijd gebruikte ik de anekdote van de twee muizen die in de melk vielen. De ene had een grote mond, deed zelf niks en verdronk. De andere zat te spartelen, bleef  spartelen en zat ineens met het gat in de boter. Kijk, dat is een voorbeeld, maar zo gaat het in werkelijkheid ook. De mensen kunnen wel zeggen: ‘Ik wil alleen maar dát stuk grond’, maar dan komt de buurman, die in de verdrukking komt, dus dat werkt niet.

In de loop van de tijd veranderden de inzichten. In het begin zeiden we tegen elkaar  ‘Op die plek  zou nog wel een boerderij kunnen staan.’ Later zeiden we dan: ‘Nae, dat mo’w toch maor neet doon, want eh…’ Er ging goede landbouwgrond naar de natuur. Dat ging met emoties gepaard, maar het was ook zo dat men verder kon. In het Goor in Corle hier dichtbij, waar de Schaarsbeek doorheen stroomt, daar hebben mensen zitten äözen (zich uit de naad werken) om allemaal zelf met de spa sloten te graven want vroeger was daar de grond te nat. Dat werk is teniet gedaan, maar al die mensen waren intussen overleden. Het was toch al waterwingebied en het werd nu natuurgebied. Onze buurman aan de Maneschijnweg is naar de polder vertrokken, nadat alles was aangekocht door Bureau Beheer Landbouwgronden. Zij kopen grond aan , gefinancierd door het rijk en later wordt dat allemaal weer afgerekend. Dat is ‘een heel spul’, dat kan ik niet een-twee-drie uitleggen hoe dat gaat. Buurman zou normaal gesproken nooit in aanmerking gekomen zijn om naar de polder te gaan, want dan moest je minstens 20 – 25 bunder bezitten en dan kwam er ook nog een loting. Achteraf bekeken is het wel duidelijk: het Korenburgerveen moest groter worden en de 15 hectares van buurman werden aangekocht, waarvan de helft naar natuur ging.

Er is zeker wel 150 hectare aan bos erbij gekomen in natuurgebieden dankzij de ruilverkaveling. Zo was er ook iemand met een bedrijf in bouwmaterialen die na uitruil een stuk grond had, waar hij zelf een natuurgebied van heeft gemaakt “De Heugte”. Omdat daar de grondwaarde naar boswaarde ging, was er ook sprake van subsidie. Kijk, dat was het nu, er was geld voor beschikbaar en dan kun je wat doen. Als de gemeenschap grond aanschaft omdat uitruil noodzakelijk is, dan kun je verder met een gebied en de mogelijkheden van dat gebied.

Een groot project was de aanleg van een buffer helemaal rondom het Korenburgerveen. De boeren vroegen: ‘Wat is dat voor gele lijn daar om het veen?’ Dan legden we uit: dat wordt aan de landbouw onttrokken en de boer krijgt daarvoor compensatie. Het was een buffer van wel 100 hectare rond het natuurgebied van 350 hectare. En dat was dus 100 ha. goede cultuurgrond! Maar voordat het zover was… De landbouw heeft een offer gebracht. Natuurmonumenten wou uiteraard alle grond hebben, want die hebben nooit genoeg. De Stichting Marke Vragender Veen maakte bezwaar: ‘Dat kun je niet maken. Dat deel is voor de mensen die het altijd al gehad hebben.’ Ook de grond net buiten die buffer, veel daarvan was in eigendom van de boeren rondom. We zijn eruit gekomen. Er is veel uitgeruild en de buitengrens van de buffer is in beheer van de Stichting Marke Vragender Veen gekomen.

Toen ik ongeveer 70 jaar was, toen was de ruilverkaveling ook afgelopen. Ik had al wel vaker gedacht ‘Zukke olden mot neer meer in de besturen zitten.’ Dat had ik vroeger al, dat ik daar ergens als jongeman zat en dan waren daar ook ‘van dee olden’. Dan denk je, dat zal mij niet overkomen. Maaaar… eigenlijk moest je ook op 65-jarige leeftijd bij de ruilverkaveling uit het bestuur. Toen liep het zo’n beetje op het einde bij de ruilverkaveling en bestuurslid (agrariër) Henk Ruesink en ik waren de oudste bestuursleden met heel veel ervaring. Het was ook op het eind met de toedeling en met financiële kwesties wel makkelijk als je als bestuurslid de achtergronden kende. Toen heeft de Provincie Gelderland voor ons beiden verlenging aangevraagd.

Krantenartikel ruilverkaveling (Henk Pleiter)

Ik heb de tijd van de ruilverkaveling ervaren als een zeer  interessante en  leerzame tijd, dat wil ik je wel vertellen. Ik heb er zelf ook veel van geleerd, zoals een goede omgang met mensen. Nou ja en verder: het interesseerde me enorm, die grondzaken.

De ruilverkaveling heeft ervoor gezorgd dat de boeren verder konden. Vrijwel allemaal hebben ze nu de grond dichtbij huis liggen. Maar in deze tijd moet je het  boer zijn nog steeds waarmaken. In feite moet je voor wel honderdvijftig procent boer zijn, goed inzicht hebben in een breed segment van de maatschappij, anders red je het gewoonweg niet. In de stortvloed van regelgeving ben je tegenwoordig meer een soort boekhouder met de mestboekhouding en al die zaken dan een echte boer. Daar zien landbouwers tegenop, die willen die hele trammelant niet, stoppen en zoeken ander werk. Als je boer wilt blijven moet je grote percelen hebben want ook de  mechanisatie gaat door, de machines worden steeds groter. In Winterswijk oost is dat vooral nog aan de orde, daar zijn heel veel percelen landbouwkundig totaal niet aantrekkelijk. ‘A’j daor ne hectare tussen de buske hebt liggen, a’j ze dan mot hollen, landbouwkundig he’j daor niks an.’

Ik vind het wel jammer dat het zo moet. Want we zijn nu op het punt dat het kleinschaliger moet, maar volgens mij is er economisch gezien geen weg terug. Het wordt geprobeerd, maar ik zou niet weten hoe. Ik woon in een mooi gebied, dat is veel waard maar je kunt er niet van leven. Of je moet het in de recreatie zoeken, maar dat kent ook zo zijn beperkingen.”

Kijk ook eens op: