Landgoed ’t Zand: “Het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen.”

Emma de Fremery (geb. 1958)
                    Eigenaar

Op een zonnige dag in het voorjaar rijd ik over de zandpaden van het voormalige landgoed ’t Zand naar haar authentieke jaren ’50 huis van Emma de Fremery. Deze ‘Villa’ ligt verscholen in het bos aan een pad dat vroeger deel uit maakte van de spoorlijn van Zelhem naar Ruurlo. Hier doet zij mij de geschiedenis van het voormalige landgoed uit de doeken en praat ze over de huidige stand van zaken en vooral over haar eigen landgoed ‘Het Zand Hattemer Oldenburger’.

Tekst Wilma Bakker-van de Panne, beeld Jan van de Lagemaat

“Aanvankelijk bestond het bezit van onze familie uit het landgoed ‘ ’t Zand’ en het landgoed ‘De Baaksche Kamp’. Mijn overgrootvader jonkheer Rudolf Dittlinger* heeft ‘ ’t Zand’ in 1934 gekocht voor zijn dochter, mijn grootmoeder Vera Dittlinger*. ‘De Baaksche Kamp’, aan de overkant van de provinciale weg Zelhem-Ruurlo, werd in 1919 gekocht door mijn overgrootvader Frank de Fremery* voor zijn zoon Pieter de Fremery*. Het huwelijk tussen Vera Dittlinger en Pieter de Fremery werd echter in 1937 ontbonden.
In 1960 is mijn vader Rob de Fremery* rentmeester geworden van het landgoed ”t Zand’, 375 ha, in vruchtgebruik bij zijn moeder Vera Dittlinger, en van het landgoed ‘De Baaksche Kamp’, 175 ha, eigendom van zijn vader Pieter de Fremery. Hoewel hij kandidaats politicologie heeft gedaan in Amsterdam en later parttime hoofdredacteur en journalist is geweest bij bladen die door uitgeverij Misset in Doetinchem werden uitgegeven, had hij naast dit rentmeesterschap geen andere vaste baan.
Als rentmeester van de twee landgoederen deed hij vanaf 1960 aan geïntegreerd bosbeheer. Naast de bosbouw heeft hij ook het landgoedkamperen bevorderd en besteedde hij veel tijd aan de recreanten in het bos. De nu nog bestaande scoutingvelden zijn al van voor de Tweede Wereldoorlog. De campingveldjes ‘de Konijnewei’ en ‘de Veldhoen’ zijn in 1961 begonnen als ANWB-werkkampen. Je kon er gratis kamperen, in ruil voor een halve dag per vakantiedag werkzaamheden verrichten in het bos. Mijn vader is één van de oprichters van zowel de Landgoed- en Kasteelcampings als de Stichting Natuurkampeerterreinen.
Tot het overlijden van mijn grootmoeder, in 1978, woonde mijn vader de halve week bij zijn gezin in Amsterdam en de andere helft van de week bij zijn moeder van waaruit hij de twee landgoederen beheerde. Toen de erfenis van mijn grootmoeder Vera Dittlinger werd verdeeld in 1981 zijn mijn ouders op ‘ ’t Zand’ gaan wonen in de villa die mijn grootmoeder in 1951 heeft laten bouwen. Een deel van ‘ ’t Zand’ is bij het verdelen van de erfenis naar onze tante Irène Hogendijk-de Fremery* gegaan, de zuster van Rob. Dat is een stuk grond van 92 ha, ‘Het Vossebosch’ genaamd. Mijn ouders zijn samen het landgoed ‘ ’t Zand’, de camping en twee vakantiewoningen ‘de Hoenderkamp’ en ‘de Houtsnip’ gaan beheren. Tot aan 1997 toen mijn moeder, Anneke de Fremery-Ledoux*, met pensioen wilde en het campingbeheer voortgezet is door een receptioniste.

Het oude jachthuis de Petershut (bouwjaar circa 1730)
Het oude jachthuis de Petershut (bouwjaar circa 1730)

Van zijn vader, Pieter de Fremery erfde Rob bij zijn overlijden de bossen en wat landbouwgronden van de “Baaksche Kamp”. In de ’80-er jaren van de vorige eeuw heeft Pieter het huis ‘De Baaksche Kamp’ en wat overige gebouwen en gronden verkocht wegens te weinig rendement en zijn vertrek naar Den Haag. Het landgoed is toen uit elkaar gevallen. Rob de Fremery probeerde van het landgoed ‘ ’t Zand’ te leven, maar dat ging erg moeizaam.

Ik ben geboren en getogen in Amsterdam. Na mijn eindexamen aan het Vossiusgymnasium ben ik gaan studeren in Leiden. Daar heb ik mijn kandidaats biochemie gehaald en ben ik afgestudeerd Meester in Rechten. Eerst ben ik 2 jaar bij Heineken gaan werken en heb ik de diploma’s NIMA-A en NIMA-B gehaald. Vervolgens ben ik naar PTT gegaan en heb ik voor de marketing SMR Reclame en NIMA Direct Marketing gedaan. Bij PTT Post heb ik carrière gemaakt. Daar ben ik manager grootzakelijke relaties geworden. Nadat ik in juli 1991 een zwaar verkeersongeval heb gehad, waardoor ik volledig ben afgeknapt, ben ik ontslagen.

In september 1992 ben ik getrouwd met de Italiaanse baron Amedeo Miceli di Serradileo die ik al 8 jaar kende. Maar na 2 maanden huwelijk kreeg ik een psychose ten gevolge van een hele zware managementtraining van de KPN. Daar moesten we onder anderen een uiterst zware survival doen onder leiding van mariniers. Deze cursus heeft mij ontzettend uit mijn evenwicht gebracht. Mijn man zag verder van het huwelijk af en is naar zijn moeder in Rome vertrokken.
Dit kortstondige huwelijk heeft voor mij grote financiële gevolgen gehad. Van de vader van mijn man, Marcello baron Miceli di Serradileo, moest ik voor het huwelijk katholiek worden. Zijn moeder, een Servische prinses, was veel toleranter. Ik ben inderdaad vóór de huwelijksvoltrekking rooms-katholiek geworden. Mijn stiefgrootmoeder (2e vrouw van mijn grootvader Pieter de Fremery), Ada de Fremery-Lamping*, was het daar helemaal niet mee eens en heeft me toen onterfd voor een aanzienlijk bedrag en van het aandeel van de inboedel van mijn grootvader. Het is niet gelukt om die beslissing van mijn stiefgrootmoeder terug te draaien. Ik hoorde het pas na haar overlijden.

Natuurkampeerterrein het Hazeveld
Natuurkampeerterrein het Hazeveld

Door het auto-ongeluk heb ik de rechterkant van de rug en mijn rechterarm uitgescheurd. Ook heb ik er hersenletsel en gezichtsveldverlies aan overgehouden. Sinds het auto-ongeluk heb ik last gehad van manische depressiviteit. Dankzij ouderwetse medicatie heb ik dat tegenwoordig onder controle maar ik heb wel last van het niet aangeboren hersenletsel. Daardoor heb ik problemen met lezen en schrijven. Bij het lezen zie ik de lettertjes heen en weer dansen. Lezen doe ik met behulp van een vergrootglas. Korte stukken en brieven kan ik wel lezen. Mijn vader heeft ondermeer 2 jaar van zijn leven besteed om mij weer 2 regelige briefjes te leren schrijven. Ik kan in een beetje kinderlijke stijl, concrete dingen, chronologisch achter elkaar opschrijven. Ik kan alleen opsommingen maken maar geen samenvattingen of abstracte teksten schrijven. Ook kan ik geen juridische zinnen meer lezen.

Na het overlijden van mijn vader Rob de Fremery is het landgoed ‘ ’t Zand’ aan ons, zijn 3 dochters*, vererfd en in 3 stukken opgedeeld. Ikzelf ben eigenaresse geworden van landgoed ‘Het Zand Hattemer Oldenburger’ dat bestaat uit 78 ha, waarvan 18 ha landbouw, 55 ha bos, 4 ha natuurkampeerterrein met de velden de Konijnewei, het Hazeveld, de Specht, de Buizerd, de Veldhoen, de Fazant, de Eend en de Reebok, en 2 gebouwen: het gemeentemonument ‘De villa’ waar ik woon, en het schuren complex.

Ik heb mijn landgoed ‘Hattemer Oldenburger’ genoemd, naar de vermoedelijke naam van één van de marken uit de middeleeuwen. Ik bezit ‘De villa’ waar ikzelf woon en de schuur die gebouwd is in 1905. Deze schuur is het voormalige bijgebouw van het station Wolfersveen van de stoomspoorlijn Zelhem-Ruurlo**. In 2013 heb ik er in de zadelkamer een overnachtingsplek voor twee personen in ingericht.
Het runnen van het natuurkampeerterrein is nu mijn voornaamste bron van inkomsten samen met de opbrengst uit de landbouw. Het landgoed heeft 55 ha bos en wat het onderhoud betreft ben ik in de voetsporen van mijn vader getreden. Maar van een landgoed ‘leven’ is tegenwoordig haast geen sprake meer. ‘Quitte draaien’ is al een doel op zich, maar dat lukt mij niet. Dit is met name omdat ik werd geconfronteerd met achterstallig onderhoud. Mijn vader en beide grootouders hebben weinig aan het onderhoud van de gebouwen gedaan. Ook heb ik geld in het natuurkampeerterrein moeten investeren, omdat er geen douches en wc’s waren en ook geen elektra. Ik heb deze voorzieningen aangelegd. Op de veldjes stonden alleen pompen en er waren maar 3 veldjes met een kraan. Per jaar houd ik weinig over uit de resultatenrekening. Voor de noodzakelijke investeringen moet daarom geleend worden.
Bij het werken op zo’n landgoed word je met het ene na het andere praktische project geconfronteerd. Vaak zijn het zaken waar je als leek geen verstand van hebt en ben je genoodzaakt externe hulp in te schakelen.

Scoutingveld de Wulp
Scoutingveld de Wulp

Ik word in de werkzaamheden van het beheren van het landgoed bijgestaan door een ambulant begeleidster, betaald door een PGB. Zij helpt mij 3 uur per week met allerlei administratieve zaken. Zij doet ook af en toe computerwerk en helpt met het digitaliseren van foto’s. Ik heb mijn archief zelf ontworpen, aan de hand van kleuren omdat het kleurenstuk van mijn hersenen het beter doet dan het logische stuk. Ik heb rode mappen voor gebouwen, blauw voor water, groen voor bosbouw omdat bomen groen zijn, geel voor landbouw omdat koren geel is en paars voor camping en dat alles chronologisch. De ambulant begeleidster en ik kunnen er uit wijs, maar of een ander het begrijpt dat weet ik niet.
Het inschrijven van de kampeerders lukt me zelf, ondanks mijn beperking.
Mijn zusje Claire doet de boekhouding voor mij. Tevens beheert zij het landbouwonderdeel van het landgoed. Ik doe wel zelf de begroting, maar dat doet ik allemaal uit mijn hoofd, want schrijven levert me problemen op.
Ook voor praktische zaken kan ik op de hulp van anderen rekenen. Zo maait onder andere een boer de campingvelden. Het gras gebruikt hij weer voor zijn koeien.

Voor een aantal zaken werken we met de drie landgoederen samen. We hebben bijvoorbeeld samen een jachtopziener en we zijn niet tegen de één-jaarlijkse motorcross activiteiten. Het opsnoeien van de wandelpaden, in totaal 16 km, en het schaven van de brandgangen dat de motorclubs voor ons als tegenprestatie uitvoeren is voor ons erg belangrijk. Als we dat allemaal zelf moeten gaan doen, kost dat een heleboel geld. Tevens blijkt de wildstand er ook niet onder te lijden. Na de motorcrosses zie je de reeën gewoon weer rustig door het bos lopen. Het ‘slagbomen project’ hebben we ook samen uitgevoerd. Bij alle 30 ingangen van de 3 landgoederen zijn nieuwe slagbomen en openstellingsbordjes gekomen.

De grote of oude beuk
De grote of oude beuk

Verder ben ik bezig met het aanleggen van een begraafplaatsje voor mijzelf van 16 m2, achter mijn huis. Daar heb ik volgens het bestemmingsplan toestemming voor. Er zijn al voorbereidende werkzaamheden voor uitgevoerd. Ik wil te zijner tijd een grafsteen met het familiewapen erop. Eigenlijk zoals bij kasteel de Slangenburg waar de familiebegraafplaats van de familie Passmann is. Mijn vader en mijn grootmoeder zijn begraven in een eeuwigdurend graf in Zelhem. Maar zulke graven zijn tegenwoordig niet meer te koop, vandaar dat ik het op mijn eigen terrein voor mijzelf zo wil regelen.

Ik heb laten vastleggen dat de kinderen van mijn zusje mijn erfgenamen zijn. Mede in verband hiermee ben ik van plan om van mijn landgoed ter zijner tijd een B.V. te maken. Mijn landgoed ligt tegen dat van mijn zusje aan. Dus die twee delen van het voormalige landgoed ‘ ’t Zand’ komen weer bij elkaar na ons beider overlijden.

Ik heb het landgoed geërfd zonder kapitaal. Door de vele noodzakelijke investeringen vanwege het achterstallige onderhoud, teer ik in. Of dit in de toekomst gecompenseerd wordt door de inkomsten is nog maar afwachten.
Je kunt in een rijke familie geboren worden, maar je kunt nergens op rekenen. Je kunt dus onterfd worden, of niets krijgen omdat de generatie ervoor alles opsoupeert. Het kan gebeuren dat er een generatie wordt overgeslagen of dat je gezondheid niet meewerkt. ‘Het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen’.”

 

 

*
Frank de Fremery 1862-1933
Jhr. Rudolf Dittlinger 1864-1946
Jvr. Vera Dittlinger 1902-1978
Pieter de Fremery 1897-1988
Ada de Fremery-Lamping 1900-1998
Rob de Fremery 1923-2003
Irène Hogendijk-de Fremery 1927-1991
Emma de Fremery 1958
Claire Laane-de Fremery 1961
Hélène de Fremery 1964

**de stoomspoorlijn Zelhem-Ruurlo heeft gefunctioneerd van 1885 tot 1943

Kijk ook eens op: