Historische fruitteelt: Over verpachtingen en verkopingen van het Betuwse fruit.

Verhaal de heer Van M. (geb. 1931)

We zitten in de kamer annex keuken van de eenvoudige woning van de heer en mevrouw Van M. in Ingen. Achter de muur horen we regelmatig een paar koeien met de waterbak rammelen als ze elkaar wegduwen om te kunnen drinken. Tijdens het interview doet ook de kanarie regelmatig van zich horen met zijn getjilp. De heer Van M. vertelt dat hij in dit huis in 1931 geboren is en er zijn hele leven is blijven wonen. Behoudens twee periodes van enkele weken van evacuatie: in de oorlog en nogmaals ten tijde van hoog water in de omgeving. Bij de tweede keer hoog water is men met zes of zeven mensen op de bovenverdieping blijven zitten, omdat men niet weer het huis wilde achterlaten. Het liefst blijft hij hier ook wonen, zegt de heer Van M.: “Ik zou d’r niet uit willen, maar je kun niet zeggen, met ziekte of zo…” In de oorlogstijd gingen de kinderen vaak niet naar school als er geen kolen waren om de school te verwarmen of slechts twee dagen per week.

Tekst Annemieke van Buël

Vroeger had zijn vader wel wat fruit om het huis, maar niet veel: één bunder (1 hectare). En daarbij had hij wat vee zoals koeien, paarden en schapen. Het vee kon een aantal maanden in het gras onder de hoogstamfruitbomen lopen. Men ging in de omgeving fruit ‘aan de stem (stam) kopen’ zoals hij het noemt. Dat deed zijn vader veel. Dat ging middels verpachtingen. In Ommeren waren de boomgaarden van het Fonds Hulpbetoon van de Baron van Brakel [red: een sociaal ingestelde man], die op Den Eng woonde, een landhuis tussen Ommeren en Lienden. Er waren verpachtingen en verkopingen in Ingen aan het Ingense V., in Ommeren aan de O.weg, in Eck en Wiel bij De Z., en verder in Lienden, Maurik, Buren en IJzendoorn. Het bezoeken van die verkopingen noemden ze ‘vakantie’ toentertijd. Dat moest in acht dagen overal gebeurd zijn. Bij het plukken van het fruit nam men zo nodig extra mensen mee. Dat waren vaak mensen die in de fabriek in ploegen werkten en buiten die uren wat extra’s konden bijverdienen met plukken. De heer Van M. vertelt dat men er vroeger redelijk van kon leven.

Alles in de hele omgeving was hoogstam. Halfhoog- of struikvorm kwam praktisch niet voor.
De kersen- en appelbomen waren wel tot 40 à 50 sporten hoog en soms werd de leer zelfs op een wagen gezet om maar hoog genoeg te komen. De heer Van M. vond ’t geen probleem om op die hoge ladders te klimmen, maar zegt er achter aan: “Maar nou zou ik ’t niet meer doen.” Bij het kersenplukken had men een voorplukker, een man die goed kon plukken, en die riep als de hoenderikken (fruitverzamelmanden) uitgegoten moesten worden. Maar niet altijd had iedereen zijn hoenderik al vol als de voorplukker riep dat de hoenderikken geleegd moesten worden.
Het leukste vond de heer Van M. de verkopingen, die door een plaatselijke notaris in een locatie in het dorp geleid werden; men kon dan mijnen en dat gaf soms commotie als er wel drie of vier mensen tegelijk riepen. Daarna was het ’s avonds feest met een borreltje erbij.

Veertig jaar geleden zijn de heer en mevrouw Van M. getrouwd. Toen is hij gestopt met dat fruit pachten en plukken en is hij zich meer met vee gaan bezighouden en “gaan boeren” zoals hij het zelf noemt. Hij heeft nog altijd wat koeien, schapen (en nu ook een paar lammetjes) en 25 paarden en pony’s, die hij dagelijks moet verzorgen op verschillende plekken in Ingen en omgeving. Maar zijn vrouw vindt nu dat hij het wat kalmer aan moet doen gezien zijn leeftijd. Een beetje handel in vee heeft hij altijd wel leuk gevonden om te doen.

En dan komt er in het gesprek een hele rij namen van appels, peren en pruimen voorbij.
Appels: Hoofdzakelijk Goudreinetten, en verder Bellefleur, Jonathan, Sterappels, Yellows, Dijkmannen Kesterens Wijnzuur, Koningszuur, Bosappelen, Notarisappel. Van de appels herinnert mevrouw Van M. zich dat ze de Sterappel lekker vond en de Yellow was de lekkerste handappel in de zomertijd. Als peren worden genoemd: IJsbouten, Conference, Gieser Wildeman, Winterjannen, Leopolds. Deze laatste vonden ze het lekkerste. Pruimen: Reine Vic, Eldense Blauwen en Boerenwit. Appels werden in kisten van 25 kilo gedaan, peren in kisten van 30 kilo en kersen in kisten van slechts 5 kilo. Vroeger werd het fruit op stro bewaard, maar tegenwoordig heeft men koelcellen waardoor men alles heel veel langer kan bewaren.

Kijk ook eens op: