Geloven in Gelderland: ”Zó kunnen ze het beter verwijderen, dit is een aanfluiting.”

Annie Berendschot-van den Belt

“Zullen we vanavond eens gaan fietsen?” Met die vraag, waarmee ze zo’n achttien jaar geleden haar huisgenoten uitnodigde voor een tripje, zette ze meer in gang dan ze op dat moment kon bedenken. In 1945 had Annie van den Belt meegedaan aan de inwijding van het Mariakapelletje op de grond van landgoed Het Wezeveld. Vele jaren later fietste ze er opnieuw langs en kwamen de herinneringen boven.

Tekst en beeld: Jan Boersma

“Baron Van Hövell tot Westerflier, zo hoorde ik, had een belofte gedaan aan Maria om, als zijn eigendommen gespaard zouden blijven, hij een monument zou oprichten. En dat gebeurde. In 1945 liet de baron toen als gedenkteken een kapelletje plaatsen. Ik was zeventien jaar en assistent jeugdleidster bij De Trekvogels, een katholieke vrouwelijke jeugdbeweging. We namen met een groepje van tien tot vijftien meisjes deel aan de processie die vanaf de katholieke kerk vertrok naar het kapelletje. De onthulling moest natuurlijk wat cachet hebben.”

“Het was in een tijd dat je nog wel eens een sacramentsprocessie had, een prachtige religieuze traditie. Protestanten zeiden dan: “Er is weer een processie, een optocht van de roomsen, zullen we gaan kijken?” Ik meende ook dat het in die tijd zo was dat de dominee en de pastoor wel een glaasje gingen drinken bij elkaar. Maar het volk was duidelijk gescheiden. Er was natuurlijk geen sprake van dat je als katholiek naar de dienst zou gaan hier in de dorpskerk, daar was geen sprááke van. We liepen in uniform, met een blauwe das. Het was prachtig en feestelijk, jaaah, maar tegelijk was het ook een plechtig gebeuren: bloemen, zingen en gebeden en het geheel werd met de wijwaterkwast door de deken ingezegend. Verschillende parochianen waren erbij en er werd een oorkonde in de grond gestopt met handtekeningen. In totaal waren er twintig tot dertig mensen aanwezig onder wie ook de burgemeester. Ik ben daar later niet veel meer geweest. De buurt onderhield het eerst maar later raakte het in verval.”

Nu is de actieve Annie van den Belt tachtig en nog steeds is ze een stralende, keurige verschijning met een heldere geest. Het zilvergrijze haar onberispelijk en parels die goed contrasteren op haar helderblauwe jurk. Haar gezellig ingerichte, ruime nieuwbouwwoning met tuin staat pal tegenover het huis waar ze vijftig jaar gewoond heeft. In een hoek van de kamer een tafeltje met een Mariabeeldje en familiefoto’s eromheen. Ze spreekt helder en zelfverzekerd, vertelt enthousiast waarbij woorden als ‘prachtig’ en ‘schitterend’ met veel nadruk uit haar mond komen. Haar parool: Wees vriendelijk en vasthoudend, dan krijg je veel gedaan.

“Ik kwam bij toeval en dat is nu – mijn kleinzoon logeerde bij mij, hij was toen 3 en nu 21- achttien jaar geleden, weer langs het kapelletje en zette er mijn fiets tegen een boom. Het bleek totaal verwaarloosd. Er stond geen Mariabeeld meer in maar een Theresiabeeld met afgehouwen armen, totaal verwaarloosd en kapot glaswerk eromheen. Er liep een vrouw met een kinderwagen over de straat en ik dacht die woont hier in de buurt anders loopt ze hier niet langs. Ik liep naar haar toe en zei min of meer ontsteld: “Weet u iets van die veldkapel hier? Het is helemaal verwaarloosd, hoe komt het dat het er zo slecht uit ziet? Zó kunnen ze het beter verwijderen, dit is een aanfluiting”. “Ja”, zei ze, “Ik ben niet katholiek, ik ben protestant, dus ik heb daar geen binding mee, maar ik vind ook dat men het dan beter kan verwijderen”. Ik stapte toen naar een buurtbewoner. Hij had een heel verhaal. Het Mariabeeld bleek gestolen te zijn en verder voelde hij zich erg teleurgesteld over de gang van zaken en besloot met “en toen heb ik er ook niets meer aan gedaan”. Ik vroeg hem of hij er bezwaar tegen had dat wij het een beetje opknapten. “O prima”, zei hij, “Neem maar fruitkistjes van me mee dan kunt u daar het glaswerk in verzamelen. En als u het dan terug brengt, zet ik het wel in de kofferbak van de auto en neem het mee naar het dorp.”

“We hebben toen het glas opgeruimd, de grond aangeharkt, met de handstoffer alles schoongemaakt en het beeld eruit gehaald. Maar ik dacht: je doet dit niet alleen, we moeten dit toch samen doen. Dus ik vroeg wat mensen van de parochie om te helpen. Ook een schilder stelde zich beschikbaar en ik vroeg aan iemand: “Zou het niet goed zijn om daar een roosterwerk voor te maken zodat het niet meer gestolen kan worden?” En dat gebeurde.”

Mariakapel bij Twello

“Zelf had ik een Mariabeeld op zolder staan en dat heb ik toen laten opknappen, ook door een parochiaan. En nadat het was gezegend door de pastoor, ben ik met dat beeld onder de arm naar de burgemeester gegaan, want ik dacht, die is niet katholiek dus die kent de traditie minder, anders weet hij niet waarover ik het heb. Dus ik liet hem dat Mariabeeld zien en zei tegen hem: “Ik kom met haar en ik kom voor haar, om te vragen of u het onder Monumentenzorg wilt plaatsen”. Ik kreeg alle medewerking van hem. Hij zei: “Dan gaan we naar het hoofd van de Monumentenzorg en gaan dat met hem overleggen”. En dat hebben ze gedaan. Ga maar kijken, er zit nu net een nieuw plaatje van Monumentenzorg op!”

“Enige tijd later werd de buurtbewoner met wie ik had gesproken, gebeld door de politie, met de mededeling dat er een inval was gedaan bij mensen die tuinornamenten stalen en men had daar ook een beeld gevonden. Het was geverfd, had rode nagels en was beschadigd. De politie vroeg zich af of dat misschien het gestolen Mariabeeld was. Een paar mensen uit het dorp gingen ernaartoe en inderdaad bleek dat het gestolen beeld te zijn. Toen ze zeiden: “Het is nogal beschadigd, het moet hersteld worden”, gaf ik het advies om het beeld naar een bekende Tsjechische beeldhouwer in Deventer te brengen. Ze hebben dat gedaan, hij heeft het keurig hersteld en de parochie Duistervoorde heeft de onkosten betaald. Het teruggevonden beeld is er toen weer ingezet en ik heb mijn beeld in ere hersteld, in mijn huis.”

“Ik zou liever zien dat het onderhoud door een groepje mensen gebeurt want dan kom je daar en dan liggen er allemaal lege cupjes hè. Maar och, ik fiets er één keer in de week naar toe, met dit weer eens per veertien dagen, het is een kwestie van even bijhouden. Sinds het opgeknapt is, krijgt het kapelletje weer regelmatig bezoek en vragen de mensen: “Wat is eigenlijk de geschiedenis?” Daarom zou ik nu graag willen dat er voorlichting komt, zo’n groen bordje met een samenvatting van de geschiedenis van dit veldkapelletje. Ik heb daarover al contact gehad met de Oudheidkundige Kring en de Rotary. Onlangs zag ik dat het houtwerk ging rotten. Ik heb dus weer contact opgenomen met de gemeente. Eerst was men wat terughoudend maar daarna kreeg ik alle medewerking. Het werd prachtig opgeknapt en zelfs het pad is nu geplaveid. Nu branden er heel vaak ’s zondagsmorgens lichtjes of er staan verse bloemen. Ik moet er nodig naar toe voor het onderhoud want het is zeker veertien dagen geleden dat ik er geweest ben, vanwege het weer. Er stond toen een prachtig bloemstuk, ik denk van een bruidspaar of zo. Schitterend! Met rozen en een klein briefje in plastic ‘Maria zorg voor mij’. Het heeft dus een functie omdat het nu weer leeft.”

Gerestaureerd beeld van Maria

Kijk ook eens op: