Geloven in Gelderland: ”Wat de meeste indruk op me maakt is, dat er steeds meer mensen belangstelling voor hebben.”

Gies Debets

Geen mens komt ongemerkt bij hem binnen, daar zorgt de waakhond wel voor. Eenmaal binnen komt al snel de koffie op tafel terwijl de snorrende houtkachel zorgt voor een behaaglijke temperatuur. Het vele verblijf in de buitenlucht is hem aan te zien. Hij is kweker van rode bessen, frambozen en pompoenen, maar ook jager en imker. Daarnaast voelt hij zich zeer verantwoordelijk voor het kapelletje ‘Maria ter ere’. Als overbuurman ziet hij veel, weet hij veel en speelt onbetwist een centrale rol bij de instandhouding ervan. Dat blijkt wel uit zijn verhaal en bij het bekijken van zijn documentatiemap waarin hij niet alleen krantenknipsels maar ook foto’s en officiële stukken bewaart. De 67-jarige Gies Debets vertelt. “Mag ik in mien eigen toaltje praot’n?”

Tekst en beeld: Jan Boersma

“Van het begin weet ik niks want ik was vier toen het kapelletje er in 1945 is neergezet en door de parochie is ingewijd met een processie. Toen we hier kwamen wonen, was ik elf en vanaf die tijd was ik er meer bij betrokken. Er zat toen nog een houten kapje op en de steen die nu onderin staat, stond op het schapje. Daar bovenop stond een klein beeldje. Later heeft een rietdekker uit het dorp een rieten kapje op het kapelletje gemaakt. Dat is inmiddels twee keer vernieuwd, met toestemming van de grondeigenaar, de familie van Hövell. Zij hebben ook dat kapje betaald. Mijn vader en mijn opa waren rentmeester op hun landgoed. En ik heb nu het toezicht van het door erfenissen veel kleiner geworden landgoed. Maar die familie is heel positief ten opzichte van het kapelletje en wil het ook in stand houden.
De gemeentelijke Monumentenzorg heeft me gevraagd om alles in de gaten te houden. Gemeentepersoneel heeft vorig jaar nog het toegangspad verhard zodat ook mensen met een rolstoel er bij kunnen komen. Ik heb ze koffie gegeven want je moet goed voor die mensen zorgen. Vroeger liep het paadje rond en was het ook een crossbaan voor fietsen en bromfietsen. We hebben daarom één stuk laten vervallen en nou heb je van de jongelui bijna geen last meer. Pas geleden was een van de bomen aan deze kant van het kapelletje voor driekwart omgewaaid. Ik hoef dan de gemeente maar te bellen en ze zijn er. Dus die mensen werken helemaal mee. De parochie heeft ook een keer wat meebetaald aan onderhoud, schilderwerk, geloof ik.
De mensen van de Kapel* helpen met schoonmaken en af en toe nemen ze het kapelletje van binnen helemaal af. Maar er is ook wel eens wat ergernis. Dat teveel mensen zich ermee willen bemoeien. Waar mensen zijn, gebeuren altijd rare dingen. Het duurt niet zolang meer dan moet er weer een nieuw kapje op. Dus dan ga ik weer met de rentmeester of de eigenaar van de grond in gesprek.”

Rieten dak Mariakapel

“Het hoort gewoon bij de buurt en dat moet zo blijven. Want ik hoef maar een kik te geven en de hele buurt zit klaar. Een paar jaar terug hebben we een stel bomen bij het kapelletje weggezaagd, die stonden ook teveel over het kapelletje. Voor de toekomst moeten we iemand anders in de buurt hier zien warm te maken, iemand die een beetje jonger is. Ik verwijder altijd het onkruid, iemand anders gaat er in het najaar geregeld met de hark heen om het blad een beetje weg te halen, nou iedereen doet er wat aan. En zo blijft het toch een beetje netjes. Want dit moet wel in ere blijven.”

* Niet te verwarren met het wegkapelletje. Hier betreft het de nabijgelegen kapel waarin mensen samenkomen.

Het beeldje
“Ik heb horen zeggen dat het eerste beeldje door een storm vernield is. In ieder geval heeft een plaatsgenoot toen een nieuw beeld gemaakt maar dat beeld, waar je een behoorlijke til aan had, werd gejat. Ik heb het aangegeven en heb hiervan een politierapport. In eerste instantie hebben we er bloemen neergezet. Toen er een familie uit De Vecht naar Denemarken ging, heeft die een nieuw beeldje geschonken, maar ja, dat is ook weer gejat. Ook van een andere familie heeft er wel eens een beeldje gestaan. Maar toen dat beeld was ondergebracht bij iemand die het zou schoonmaken, is daar ook weer wat misgegaan. Nou ja goed dat doet ook niet ter zake. Het grote, voor ons originele beeld is jaren later weer teruggevonden in Deventer, bij iemand die zulke spullen zogenaamd verzamelde. Toen we een berichtje kregen dat het beeld waarschijnlijk op het politiebureau was, zijn mijn vrouw en ik er met foto’s heengegaan. En daar stond het beeld, helemaal overgeschilderd, met blauw en zo. Na verloop van tijd hebben we het weer teruggekregen en is het weer in het kapelletje geplaatst. Later is er een schermpje voorgekomen dat met een slot vast zit. Ik heb de Kapel ook een sleuteltje gegeven zodat ze er zelf ook bij kunnen als er moet worden schoongemaakt. Sindsdien is er niks meer vernield aan het kapelletje. Toentertijd werden er ook nog wel eens bloemen uitgegooid, maar sinds dat hekwerkje er is, gaat het goed.”

Oorkonde

De oorkonde
“Van mijn moeder hoorde ik dat ze bij de oprichting van het kapelletje een oorkonde in de grond hebben gestopt. In de tachtiger jaren werd iedereen nieuwsgierig wat daar op stond. We wisten dat de maker van de oorkonde twee gelijke exemplaren had gemaakt, maar we konden er niet achter komen waar dat andere exemplaar was. Het had gehangen in de vergaderzaal van de vrouwen van de Jeugdbeweging, in het oude patronaat. We hebben het ook in de krant gezet maar het is nooit meer boven water gekomen. Niemand wist ook waar de koker precies in de grond zat. Nou, toen heb ik toch maar de stoute schoenen aangetrokken en iemand met een soort wichelroede laten aangeven waar hij precies zat. En toen heb ik hem zelf opgegraven. De oorkonde zat in een loden huls die hier in een Twellose fabriek gemaakt was. Achteraf was het maar goed ook dat we hem eruit gehaald hebben, want de huls was lek en de oorkonde flink aangetast. Op een foto die gemaakt is toen ik hem net uit de grond had gehaald, kun je zien dat er veel wind stond want ik had de haren los op de kop staan; toen had ik ook nog iets meer dan nu.
We hebben toen een deal met de gemeente gesloten en de oorkonde overgedragen aan het gemeentelijk archief. Daar wilden ze hem heel graag hebben en hebben ze hem goed opgeknapt. Er staan van die mooie sierlijke letters op, met hoofdletters in kleur. Dat deden ze vroeger. Ik heb er niet bij stilgestaan of iedereen het met de opgraving eens was en ik weet ook niet meer of ik toen iemand gevraagd heb, maar dat doet er niet meer toe. We moesten weten wat er op die oorkonde stond en dat weten we nu. Een hoop mensen die ik het achteraf verteld heb, waren daar ook blij mee. Nu zit er een duplicaat in de grond. De loden buis is dichtgemaakt en er zit een plastic omhulsel om heen. Dus dat blijft nu wel goed.”

De bezoekers
“Elk jaar is er nu vanuit de bijgelegen Kapel een processie. Dan wordt alles netjes versierd, met zonnebloemen. Je ziet veel mensen foto’s van het kapelletje maken of een boterhammetje eten op het bankje dat er bij staat. Het valt op dat er ook regelmatig wielrenners komen. En mensen komen er bidden. Dat vind ik toch wel mooi. ’s Avonds is het mooi verlicht doordat mensen er een waxinelichtje aansteken. Veel mensen zetten er bloemetjes neer, met een verhaaltje erbij. Dat zijn waarschijnlijk allemaal mensen die met narigheid zitten. Om de zoveel tijd zet ik er een nieuwe bak water neer, zodat ze water voor de bloemetjes hebben. En ik heb er ook wel eens een papiertje neergehangen dat we verlegen zaten om bloemvazen. Op een gegeven moment zetten mensen er dan vanzelf vazen neer die ze over hebben. Er zullen nu ook wel weer wat kapotgevroren zijn, denk ik. Dus zo blijven we een beetje met het kapelletje aan de gang. Als ik de krant naar de buren breng, loop ik er altijd even langs en het doet me gewoon goed als ik er weer geweest bent. Er staan nu nog een paar kerststukjes, maar daar zal ik iemand van de Kapel even opmerkzaam op maken om dat weg te halen want de Kerstdagen zijn nou voorbij, dat hoort niet meer. Of ik haal het zelf weg en ik hang er een papiertje bij dat ze hier de spullen kunnen ophalen. Wat de meeste indruk op me maakt is, dat er steeds meer mensen belangstelling voor hebben. Ik zie er steeds meer mensen heen gaan. De mensen gaan wat minder naar de kerk maar ze komen hier wel bij het kapelletje, waar ze even hun gedachten de vrije loop kunnen laten gaan. Dat spreekt mij het meeste aan.”

Mariakapel bij Twello

Kijk ook eens op: