Geloven in Gelderland: ”Met zuidenwind kon je de klok wel tot in Ruurlo horen.”

Wim Bouwmeester (geb. 1934)

Wim Bouwmeester werd geboren op 19 december 1934 in de Veldhoek en was de oudste van drie zonen. Hij volgde landbouwavondonderwijs met de vakken economie en boekhouden en was al vroeg werkzaam op de boerderij van zijn vader. De boerderij, een gemengd bedrijf was 11.50 ha. groot, had zes melkkoeien, twintig mestvarkens, wat jongvee, een paard en 150 kippen. Op z’n 21ste trouwde hij met Jo Bretveld. Ze trokken in bij zijn ouders. Wegens de slechte gezondheid van zijn vader pachtte hij in 1958 het bedrijf van zijn vader. Dat was hard werken.

Tekst en beeld: Maatje Havelaar

Hij heeft veel functies gehad binnen de kerkelijke gemeenschap, de politiek en de landbouworganisaties, bijvoorbeeld binnen het landbouwschap: aansluiting van het buitengebied op gas en riolering; begeleiding bij de ruilverkaveling Ruurlo-Barchem. Verder is hij op velerlei gebied – onderwijs, maatschappelijk werk, toneelvereniging – zeer actief geweest. In de loop van de jaren groeide het bedrijf naar 16.50 ha.,120 zeugen met biggen, 46 koeien en jongvee. En de gebouwen groeiden mee. Toen zijn zoon trouwde hebben ze samen een maatschap gevormd. Er volgden moeilijke jaren: de MKZ, opruiming van de zeugen. De maatschap werd ontbonden toen Wim 65 jaar werd. ‘t Bedrijf kwam aan de zoon en die heeft sinds een aantal jaren andere hoofdinkomsten. De boerderij is nu een opfokbedrijf voor jongvee, ± 50 stuks en heeft nog alle grond in gebruik, voor maïs en grasland. Wim en zijn vrouw wonen nog op de boerderij. Hij helpt zijn zoon met het vee.

Wim Bouwmeester over de omgeving en de geschiedenis van het kerkenpad en de Boskapel bij Ruurlo: “De situatie in mijn jeugd hier in Veldhoek? In de jaren dertig zijn hier veel heidevelden ontgonnen. De meeste boerderijtjes waren klein, met zo’n vier of vijf melkkoeien. De grond was goedkoop. De werkeloosheid in die tijd was groot, zo kwamen ook mensen uit het westen hier werken. De ontginning van ‘t Wolfersveen is daar een enorm voorbeeld van. De wegen waren ontzettend slecht, modderig tot en met. De boeren probeerde zelf geld in te zamelen voor een betere weg. Maar niet alle boeren deden mee. Zo zei een boer: ”Laat mijn stukje maar los, dan zien ze dat ik niet betaald heb”. Zelfs met hulp van de gemeente lukte het niet om genoeg geld bij elkaar te krijgen. Toen deed de provincie mee en in 1932 kwam er dan de verharde provinciale weg Zelhem-Ruurlo.”

“Of ik over het kerkenpad ging? Nee, dat was voor mijn tijd. Wij fietsten die verharde weg. ‘t Was voor mijn tijd dat het kerkenpad tot stand werd gebracht. Die kerkenpaden zijn namelijk aangelegd. Tussen Veldhoek en Ruurlo waren vele terreinen ontzettend drassig en winterdaags stonden daar hele stukken heide blank. Mijn opa was een van de oprichters van het waterschap van de Baakse Beek (± 1920). Hij heeft mij vaak verteld dat hij een stuk heide had gekocht, om uit te breiden. Dat was eigenlijk een groot stuk water. Toen hadden ze hier in de buurt gezegd: ”Wat wil die ouwe W. toch met dat stuk water?”. Hij betaalde weinig hoor, 150 gulden voor één hectare, dat was niets. Maar goed, in elk geval had mijn opa gezegd: ”Nou, ze willen de Zuiderzee droog maken, zou ik dan dat stukje niet droog kunnen maken?” Hij kreeg een waterloop langs zijn land en zo is het gelukt. De Veengoot is toen ook gegraven. Het waterschap heeft hier een enorme impact gehad op de ontwikkeling van dit gebied en later natuurlijk ook de ruilverkaveling (1980). Maar ja goed, als je dan rond 1900 kijkt, toen is het kerkenpad aangelegd, omdat het winterdaags wel enorm moeilijk was en die mensen met droge voeten in de kerk konden zitten. Mijn opa liep niet langs het kerkenpad. Mijn opa leefde van 1878 tot 1956. Mijn vader fietste al langs de verharde weg naar Ruurlo. Als jeugd namen wij soms het binnenpad, ‘t kerkenpad. Dat was, als we naar catechisatie toe moesten. Er waren natuurlijk ook wel eens meisjes hier in de Veldhoek en nou ja, en dan maakten we wel eens een babbeltje onderweg op het kerkenpad. Wij hadden catechisatie in de kapel aan de Barchemseweg in Ruurlo en de vrijzinnige in De Sprankel. Dat was voor de incorporatie in 1970.”

Het kerkenpad

“Maar we komen weer terug op het kerkenpad. De freules (vooral S.) van Huize Ruurlo, die geleefd hebben rond 1900, die hebben ontzettend veel gedaan. Ze hebben ook scholen, hier de christelijke school in Veldhoek, in 1916, helpen zetten. De baron van H., die heb ik gebeld, die zegt, dat de freules het kerkenpad hebben laten aanleggen. Het kerkenpad, dat loopt vanaf het kasteel, via het molenbos. Dan krijg je de boerderij P., dan kruist het de Haar, over de Haarweg, dan gaat het nog weer een eindje door het bos, allemaal nog over het landgoed van Huize Ruurlo, wat toen nog Huize Ruurlo was, nu inmiddels van Staatsbosbeheer en dan gaat het tot aan de Veldhutte. Daar gaat het over in een gemeente weg, de Hillebrandsweg, dan kruist het de Spiekerdiek en dan gaat het weer het bos in en dat is weer het kerkenpad. Het kerkenpad komt uit op wat nu de provinciale weg Ruurlo-Zelhem is.”

“Baron van H. zegt, dat hier het kerkenpad stopt. Maar er loopt nog een pad door naar de boerderij L. De Boskapel was jarenlang van Huize Ruurlo, maar dat is het verhaal van de Boskapel. De Boskapel is gebouwd in 1843 als school. Ze hebben eerst een houten lokaaltje hier aan de Beumersteeg bij een boerderij neergezet. Dan hoefden de kinderen niet door de modder naar Ruurlo. Dat lokaaltje werd slecht en toen vroeg de onderwijzer aan de gemeente om een stenen gebouwtje. “Nou ja”, zegt de gemeente Ruurlo, “We zetten niet zomaar bij iemand achter het huis een school. Je moet eerst voor een stukje grond zorgen”. Toen is meester B. naar Huize Ruurlo gegaan en hij heeft gevraagd: “Kan ik een stukje grond van jullie kopen voor het stichten van een school”. Maar Huize Ruurlo zei: “Je kunt gewoon een stukje grond krijgen, maar op erfpacht. Wanneer het niet meer dienst doet als school, vervallen alle eigendommen terug aan Huize Ruurlo”. En zodoende is die school hier gekomen. De bouwkosten plus het meubilair waren 1275 gulden. Dat is betaald door de gemeente, de provincie en het Rijk. Er waren soms 120 leerlingen. Ze kwamen natuurlijk niet elke dag. Er was nog geen leerplicht. Later kwam er een school in de Bruil, die lag centraler. 1 September 1882 is de ‘olde schole’ gesloten. Toen vervielen alle eigendommen weer aan Huize Ruurlo. Het schoolgebouw heeft toen heel wat jaren, tot ongeveer 1920, dienst gedaan als zondagsschool.”

Boskapel nabij Ruurlo

“Dan komt er een boedelscheiding op Huize Ruurlo. Het landgoed werd in twee gedeeltes verdeeld. Het noordelijke deel kwam in handen van baron W. en ‘t zuidelijke gedeelte aan deze kant van de Haarweg, kwam in handen van baron A., de vader van jonker B. Baron A. was een vrome baron en die was getrouwd met een heel vrome vrouw van de Veluwe. Die baron liet toen de zondagsschool opknappen en dat werd de Boskapel. Er kwam ook een torentje op. De baron liet dominees van de Veluwe komen en die preekten dan hier in de Boskapel. De jachtopziener B. ging dan de pachters langs om te zeggen wanneer er een dienst was. Die diensten waren dan op zondags namiddag, om half drie. En ‘t verhaal doet de ronde, dat dan de mannen rechts en de vrouwen links zaten. Op zijn sterfbed, rond 1930, heeft baron A. de hele kapel en een som geld, voor onderhoud, vermaakt aan de Hervormde kerk van Ruurlo, met de voorwaarde dat ‘t altijd een Godshuis moest blijven. Hij was toch ergens nog een beetje vrijzinnig. Er is dan eenmaal per maand, soms tweemaal, een dienst, en later in de vakantie tijd iedere zondag. ’s Morgens om half negen hier en om half elf in Ruurlo of omgekeerd.”

“De Boskapel werd dus een dependance van de Hervormde kerk in Ruurlo. Maar er kwamen hoofdzakelijk mensen uit ‘t buurtschap de Heurne, ‘t Zelle, de Veldhoek en een tijdje ook uit de Hengelose Veldhoek. Er kwamen ook wel mensen uit Ruurlo hoor. Want je had twee predikanten voor Ruurlo en de Boskapel en soms gingen ze dan liever naar de Boskapel. Die hoge ramen aan de zijkant zitten er van oorsprong in, maar dat voorportaaltje is er in 1956 gekomen. Toen werd de kapel helemaal echt in orde gemaakt voor kerkdiensten. De dominee kreeg een eigen omkleedruimte links, en rechts kwam een klein keukentje en een toilet. Dat was allemaal mogelijk met dat voorportaaltje. Wie er voor de boskapel zorgde: schoonmaken en bloemen neerzetten bij speciale diensten? Dat deed de familie K. Die woonden in de dichtstbijzijnde boerderij. Hij luidde ook de klok. Zij hebben dat jarenlang gedaan, totdat de man natuurlijk ouder werd en er wat moeilijkheden kwamen. Toen heeft de kerkenraad bij toerbeurt en heb ik ook wel eens voor koster gespeeld. Want we wisten al dat de kapel verkocht moest worden.”

Boskapel vanaf de zijkant

“Ik ging na 1970 voor het eerst naar de Boskapel. Na de incorporatie, want voor die tijd gingen wij naar de kapel aan de Barchemse weg. Na 1970 preekte onze voorganger daar, ook hier in de Boskapel. Maar we gingen ook vaak naar Ruurlo, want ‘t was zo, de ene keer was het te koud, dan weer werd de kachel te hard gestookt. Er kwamen hier veel mensen uit deze streek, maar ook veel uit Ruurlo naar de dienst hier. ‘t Was gek, maar als het een beetje mooi weer was, op het fietsje, tja. Er waren ook vaak trouwdiensten. Ja, want het was net zo’n leuk kapelletje waar je niet een te grote groep had. Mijn zoon is hier ook getrouwd. Bij trouwdiensten werd de klok in het torentje extra lang geluid door koster K. Dan moest de dienstdoende ouderling op de weg gaan staan en wanneer de auto van het bruidspaar zichtbaar werd riep hij: “Ja, daar komen ze”. En dan begon de klok te luiden. Met zuidenwind kon je de klok wel tot in Ruurlo horen.”

“Het hoofd van de school hier in Veldhoek studeerde met de kinderen van de hoogste klassen voor het kerstfeest liedjes in en die zongen ze dan op kerstmorgen. Dan was de kapel afgeladen, onverantwoord vol. Met Hemelvaart was er ‘s morgens om acht uur in de Sprankel, een bijgebouw van de kerk in Ruurlo, een gezamenlijke broodmaaltijd. Daarna fietsten we met z’n allen naar de Boskapel. Maar ja, dat is niet meer. En nu is de Boskapel verkocht. De laatste dienst was op 12 oktober 2003 en toen heb ik dat in memoriam uitgesproken. Toen ging haast iedereen weer eens naar die kapel. Oh, die was propvol. En ja, dat was … dat was een emotionele dienst. De kerkdeur werd gesloten.”

Kijk ook eens op: