Leven met Water: “De waterhoogten waren heel belangrijk.”

Bennie Haggeman (Geb. 1947)

Bennie Haggeman woont aan de Broekweg in Wichmond op het boerderijtje waar vroeger de hele familie gewoond heeft. Er is nog veel in de originele staat. We praten in de keuken waar de kat ons gesprek begeleid met voortdurend zacht gemiauw. De potkachel snort in de hoek en de kleuren van de keukenkastjes zijn ook die van vroeger. Bennie is een makkelijk prater die erg geïnteresseerd is in de oude verhalen en er zelf ook over schrijft en dicht.

Verhaal Margreet Gründemann, beeld Jan van de Lagemaat.

“Ik ben hier geboren op vijf acht zevenenveertig. Ik denk dat ik een paar jaor old was toen de dijk van de Zutphen Emmerikseweg gekomen is. Veur die tijd was het gewoon vlak en het water liep de hele winter daor en dus liep hier met hoogwater alles blank. De IJssel en de Baakse Beek liepen dan in elkaar over, het werd allemaal water. De Zutphen Emmerikse weg lag toen gewoon laag, misschien op een kleine verhoging. Dus met heel hoog water konden de mensen en het verkeer er niet meer overheen.

Mijn opa en mijn vader boerden hier. Ik kan wel vertellen hoe dat ’s winters ging. Bijvoorbeeld de eerpel en mangelkoele (kuil met voederbieten) en wortels die zaten hier drie, vier meter van het huus af. Ik denk dat er een goeie meter hoogteverschil is tussen het vlakke weiland en het huus. De eerpel en mangelkoele lagen dus hier vlak bie huus, anders had je, als het hoogwater kwam, de boel onder water zitten. Mien opa hield er rekening mee dat in de winter de koppen van de wortels en de mangels allemaal naar buuten stonden, ook in verband met bevriezen. Dan kon hij de mangels er zo netjes uit halen. Die koppen bevriezen namelijk niet zo snel als de rest. De zaadberg stond op pootjes. Dat heeft mijn opa allemaal zelf gemaakt. Stel dat er hoogwater kum dan kan het met de wind wezen dat het water nog wel een meter hoger komt. Daarom die berg stond hoog op pootjes en dan lagen er balken en daar werd het graan in de zomer opgepakt. En onder de berg was een kroelplekke veur kippen. Daar lagen de kippen altijd te kroelen. Dat graan werd gedorst, dat was hoofdzakelijk voer veur de kippen en veur de koeien.

Boerderij van Bennie Haggeman

Van de rogge ging wat naar de bakker en dan kreeg je bonnen. Veur bijvoorbeeld drie zakken krieg je twintig bonnen en dan kon je twintig keer een groot dik roggebrood van zoveel gewicht halen.
Mijn vader had geen peerd. Je had hulp van de buren of je deed het zelf met de kruwagen. Het was niet zo groot toen. De boerderie was maar vier bunder zoveel. Dus als we een stukje graan hadden dan had je het, als je met de kruwagen een paar dagen bezig bunt wel in de berg zitten.
Mijn opa had maar drie, vier koeien en mijn vader is begonnen met vijf, zes. Dat is twaalf tot dertien geworden. Totdat hij met boeren gestopt is. Nu is het hier één bunder tweeëntwintig. We waren met acht kinderen. Opa en oma woonden ook hier.

Eigenlijk is het aller-prilste begin de waterhoogten. Dat was iedere morgen rond half tien op de radio. Mien opa luusterde er altijd naar. En die hield ie in de winter iedere dag bie. Dat was heel belangrijk, want aan de hand van de was of de val van het water bij Keulen kon hij dus echt berekenen wanneer het water hier bie huus kwam en er rekening mee houden. De waterhoogten, ja! Die waren zeer belangrijk. ’s Winters was je door het water afhankelijk van de boot. Die aak zat achter het kippenhok onder een deurlopend laag dak. Daar lag die aak altied op rollen, mét de attributen om hem dicht te maken als ie lek was van het krimpen. Meteen als ie naar buuten ging dan werd ie op de kop gelegd zodat je kon zien waar ie lekte en dat werd dan dichtgemaakt met pek en touw of jute. De pekboute, dat is dus eigenlijk een striekboute, werd in de kachel warm gemaakt. Wel een paar honderd graden. Dat pek was een blok massieve teer. Dat werd dan met die boute verwarmd en dan kon je het in de naden laten lopen en dan werd er touw of jute bij gestopt.
Ze hadden een touw aan de aak en een paal en die verzette je dan al naar gelang het water ver weg of dicht bij was. Er zat geen ring aan de muur van het huus om de boot vast te maken, want dat zou betekenen dat het water tot aan het huus zou komen en dat was gelukkig niet zo.

De Broekweg is meerdere keren opgeheugd. Het heet niet voor niks Broekweg. Broek is laag. Vooral dat laatste stuk voordat je de bulte van de diek opging lag heel laag, wel zowat anderhalve meter. Ook de wilgen stonden zó laag, dat je moest oppassen als je met de boot over de geknotte wilgentoppen heen ging en over de weieposten, dat je niet om ging. Toen de ruilverkaveling kwam in de jaren zestig is de weg nog eens helemaal opgehoogd. Dat kun je duidelijk zien ten opzichte van het weiland. Die kolk heeft nog de originele hoogte nog van toen. Of de laagte van toen. De weg ligt zoveel hoger. De roeispaan. Heb je gezien dat ie achter het huus staat? Dat was de spaan van onze aak en die bunt een kleine honderd jaar. Hij is van de laatste aak waar ik nog met gevaren heb en waar ik de melkbussen met weggebracht heb.

De roeispanen van de aak

Toen ik heel jong was en de diek er volgens mien al wel was, toen was er heel veel water en dat kwam tot kort achter het huus. In die jaoren hebben we de boot vaak gebruukt. We moesten daarmee ook de melkbussen aan de dijk brengen. Die melkbussen zetten ze dan achter bie het Oortwien. Of ze brachten de bussen naar Baak. Bie de Baakse brug, wat een hoog punt was en daor kwam de melkboer van de melkfabriek in Steenderen.
Behalve de melk naar de dijk brengen gingen ze met de aak wel naar de kerke toe. Het was een streupersfamilie, die ooms van mien. Dat was min of meer algemeen. Er was in de jaren dertig veel armoede en wild was er toen nog zat. Dit verhaal heb ik dus van heuren. Dan gingen ze bijvoorbeeld met de aak naar de kerke en dan zat er een haas in de heg die anders verzopen was en veurdat de kerke ging, werd eerst de haas eruit gehaald. En die werd in de boot verstopt en dan ging het heel braaf naor de kerke en daarna braaf naar huus. En dan hadden ze een goeie zondag.
Vrogger, vóór die knienenziekte, zaten er veel meer knienen as noe. Op het Suideras barstte het van de knienen. Er is een heel bijzonder verhaal: Als het erg hoog water was, dan zat daar bij het bosje een plek en doar ging al het wild heen. Dat is het hoogste stuk van de Kempe. En dan sprak de hele buurt af en dan haalden ze al het wild weg en dat werd dan verdeeld. Het is een keer geweest, toen ze doar mee bezig waren dat opoe de veurdeur los had en er voor stond te kieken. Toen is een haze bie heur in de gang gelopen en mien opoe heeft met een bezem de haze eruut gejaagd.

Kwelwater is water wat door de hoge Issel allemaal onder de diek heen kumt. Klaas Breunisse had het er over dat bij laag water d’r juist kwel kwam. Dat klopt niet, maar mie geet noe toch een lampe branden. Op de weie van Borgman wou op een gegeven moment het water niet weg.
Zelfs al de Issel laag was en er kwam na een droge periode regen, dan bleef daar water in het land staan. Volgens Klaas is dat kwel. Borgman heeft die hele weie helemaal op de kop gezet. Daar hebben ze eerst gediepploegd. En toen hebben ze grondmonsters genomen.
En dan kon je zien dat er een heleboel oer in de grond zit. Echt, roodbruun van het iezer is die grond. Daar kan niks deur. Dus het was regenwater wat niet weg wil. Dat kan een uitleg zijn van het verhaal van Klaas, anders kan ik het niet bedenken. Bij Borgman zijn ze daarna met een kraan, ik geleuf wel tot wel een meter diep of zo gegaan en hebben ze al die oer gehakseld. Ik dacht: straks is het nog slechter! Maar het verbaast mien want noe steet het daar hele goeie mais! Het is dus echt grondverbetering geweest. maar dat heeft kapitalen gekost. Eén jaor, of anderhalf jaor heb ze niks aan dat land gehad én de huur van de machines.

Het Grüne kanaal is veur in de jaren vieftig gekommen. Toen was het hoog water al veel minder. Achteraan kwam met hoog water nog wel eens wat water op de weg, maar allang niet zo veul meer.
Vóór het Groene Kanaal lag er een boerenpad naar de Heerlerweg toe. De mensen hadden recht op overpad over onze wei, omdat ze daar grond hadden liggen. Die brug over het kanaal is gemaakt omdat die boeren land aan die andere kant hadden. Na de ruilverkaveling is al dat land hier gekomen en was die brug niet meer nodig. Trouwens, het Groene Kanaal is nu vernieuwd en één van de reden zol wezen dat er geen kwelwater meer deurkumt. De bodem hebben ze dagenlang aangereden. Zo heens en dan zó terug. Het resultaat moest zijn dat de boeren geen last meer zouden hebben van het kwelwater. Maar dit is noe het eerste jaar dat het water weer echt hoog is, maar er kumt gewoon allemaal kwelwater deur het groene kanaal. Overal langs het groene kanaal staan de weis en de sloten vol. Ik ben hier vanmorgen rondgelopen maar het is overal.

Als het heel hoog water was en het ging vriezen, moest je dus ’s morgens veur de boot uut, het ies kapot maken en als je weer terug ging dan most je hetzelfde pad aanhouden, iedere dag, zodat je altijd maar ies van één nacht had. Dat is te doen, maar als het te hard ging vriezen kon je dus niet meer met de boot op en neer. Dan moest je over dat dikke ies heen lopen wat je dus niet kapot gebroken hadden en moest je met een kruwagen de melkbussen naar de boterboer brengen.
Dat is niet vaak gebeurd, maar het gebeurde wel dus. Een algemeen gegeven was en dat is een spreuk geworden: Het water is hoog, de pan is vol en dan komt de deksel er op, dan krijg je vorst.
Eerst krijg je hoog water en een bult regen, dagen, weken regen en dan krijg je dus vorst. En dat is heel vaak gebeurd, maar dit jaar niet.”

 

 

 

 

 

Kijk ook eens op: