Leven met Water: “Dat stuwwallenlandschap is mijn passie en park Sonsbeek is mijn minnares.”

Gerard Herbers (Geb. 1939)

Gerard Herbers, geboren in Nieuw-Schoonebeek, woont en werkt al vanaf de jaren zeventig in Arnhem. Sinds zijn pensioen is hij al zeker tien jaar werkzaam bij de Molenplaats in Arnhem als vrijwilliger en parkgids. Hij verzorgt daar publicaties en rondleidingen. Gerard is contactpersoon voor de Bekenstichting in Arnhem. Het meest is hij betrokken bij de Jansbeek in park Sonsbeek . Hij zegt dan ook: ‘Dat stuwwallenlandschap is mijn passie en park Sonsbeek is mijn minnares. Ik ben geen jaloerse minnaar; ik deel de schoonheid van Sonsbeek graag met andere aanbidders, dus iedereen is welkom’. Hij doet niets liever dan verhalen vertellen als gids.

Verhaal Marianne Poorthuis, beeld Jan van de Lagemaat

“Tien jaar geleden hoorde ik van de plannen, die de gemeente Arnhem had om de Jansbeek weer zichtbaar terug te brengen in het centrum. Omdat ik aan de Jansbeek woon en werk, wilde ik daar meer van weten. Op zo’n bijeenkomst ontmoette ik Leo Bakker, die toen contactpersoon voor de Bekenstichting was van Arnhem tot Eerbeek. Leo zat ook in zo’n praatgroep van de gemeente, die het nieuwe tracé voor de Jansbeek uitknobbelde. We hebben zeker wel tien bijeenkomsten gehad. Uiteindelijk wordt nu een deel van het tracé uitgevoerd zoals we het toen uitgeknobbeld hadden.

Leo Bakker vertelde mij dat de Bekenstichting op zoek was naar een nieuwe contactpersoon voor Arnhem. Dat leek mij wel interessant. Ik was aardrijkskundeleraar in het onderwijs en ik vond dat pleistoceen en het stuwwallenlandschap het meest boeiende onderwerp. Het hele verhaal over de Veluwe met de beken, sprengen en watermolens is mij altijd blijven boeien. Bij het gidsen (en met de wandelingen) in het park vertelde ik dat er wel meer dan tweehonderd watermolens op de Veluwe hebben gestaan. Nou, dan zijn de mensen stomverbaasd. Ik vertel dan dat de oorsprong van Arnhem in het dal van de Jansbeek ligt en niet aan de Rijn en dat hier eigenlijk het oudste industriegebied van Arnhem ligt. Nou ja, dat soort verhalen. Als ik de keuze heb voor de wandelingen in het park, neem ik in ieder geval het watergedeelte, de beek, de vijvers, de molens, de sprengen, de watervallen. Die vormen de ruggengraat van mijn verhaal. Als we veel tijd hebben voor een wandeling beklimmen we nog wel eens de Belvedère en als we de hele dag de tijd hebben dan gaan we helemaal naar het begin van de Jansbeek, bij de grote sprengkop in Zypendaal.

Kwelplek bij het Watermuseum

“De kwelplek in het moerasweide tegenover de Begijnemolen (tegenwoordig: Het Nederlands Watermuseum) is mijn favoriet, maar ook de andere kwelplekken, dus niet alleen de grote sprengkop. Een van de sprengkoppen loopt door zo’n meanderend dal; dat vind ik een prachtige plek (daar waar het beeld Amors Rond staat vind ik ook heel mooi). Het ene jaargetijde is dit mooier en het andere dat). Toen ik tien jaar oud was kwamen we hier met een schoolreisje bij de waterval. Toen ik die heuvels zag achter de waterval waande ik mij in het buitenland. Je kon hier zelfs onder het water doorlopen. Nou, dat kon Jezus nog niet eens! Dat maakte veel indruk op mij. Een jaar of dertig later kwam ik hier vanuit Salland met een mavo klas tijdens een werkweek. Toen ik de watervallen weer zag was ik verkocht: een jaar later werkte ik in Arnhem.

Ik hou van spelen met taal en van taalspelletjes. Een van de eerste publicaties over Sonsbeek, het Sonsboek, mocht ik bij verschijnen aanbieden aan burgemeester Krikke. Ook de vrijwilligers van “SONSBEEK16”(de Beeldententoonstelling) hebben het Sonsboek ontvangen. Het is nu uitverkocht.
Andere boeken die we gemaakt hebben zijn: Beelden op stand en Bomen over Arnhem Zo ben ik met publiciteit en redactie bezig. Voor kinderen hebben we een ‘waterontdekkingstocht’ gemaakt. Leerlingen konden in groepjes – aan de hand van een plattegrond – een tocht maken langs een aantal plekken en daar opdrachten uitvoeren.

De schouwgroep is een groep van deskundigen, die samen vanuit verschillende instanties over het beheer van de Jansbeek praten. Er zijn mensen van Geldersch Landschap en Kasteelen, het Gelders Genootschap, de IVN, de gemeente Arnhem, de Vrienden van Sonsbeek en Molenplaats, die één of twee keer per jaar bij elkaar komen en dan met elkaar in gesprek gaan. Zij brengen een advies uit aan de gemeente, na een wandeling langs de plekken van discussie. Verschillende onderwerpen komen ter sprake: hoe zit het bijvoorbeeld met de parkeerplekken, met het barbecueën, met de ingangen? Waar zitten de zwakke plekken bij het gebruik? Maar ook hoe houd je het beeld van het park in stand? Er zijn elementen uit de barokke periode, maar ook uit de Engelse Landschapsstijl. De toekomst van het park is: kijken naar het verleden, naar de geschiedenis. Je kunt niet zomaar zeggen: maak er maar een landschap van de laatste ijstijd van of een Middeleeuws landschap met een ‘spijker’ (red.: een toren of verhoogde schuur voor de opslag van graan). Daarvoor is er in de loop der jaren teveel gebeurd.

Kunstmatige waterval in park Sonsbeek

Bij het beheer gaat de gemeente uit van de tijd van Baron H.J.C.J. van Heeckeren, de periode van de Engelse Landschapsstijl. Hij kocht de grond bij de Jansbeek in 1821. Maar elementen uit andere stijlperioden, bijvoorbeeld uit de barokke periode, blijven daarbij wel behouden. Bij de Engelse Landschapsstijl zijn er groepjes bomen neergezet om licht en schaduw en zichtassen te creëren. Die bomen zijn tweehonderd jaar oud. En die zijn op hun einde. Ja, wat moet je dan? Moet je de eiken omhakken en er nieuwe neerzetten. Ja, dat duurt zeker vijftig jaar voordat die er weer een beetje uitzien.
Een van de barok-elementen bij Zypendaal is de rechte laan met de terrassen langs de vijver aan de rechterkant. Moeten de bomen en terrassen vernieuwd worden of juist niet? Gelders Genootschap doet nu onderzoek naar de cultuurhistorie van dat deel van het park en komt met een advies. Een van de barok-elementen bij Zypendaal is de rechte laan met de terrassen langs de vijver aan de rechterkant. Moeten de bomen en terrassen vernieuwd worden of juist niet? Gelders Genootschap doet nu onderzoek naar de cultuurhistorie van dat deel van het park en komt met een advies.

De waterram staat aan de Parkweg, net aan de overkant van de grote vijver. Hij is daar neergezet om de fontein in de grote vijver drie meter hoog te laten spuiten. Bij de waterram maken ze gebruik van het hoogteverschil tussen de vijvers aan weerskanten van de Parkweg. In het Watermuseum is een kleine waterram te vinden met informatie over de werking ervan. Leuk om daar eens te gaan kijken.
Het water van de bovenste vijver wordt opgevangen in een reservoir en door de druk van het water wordt de lucht op een gegeven moment zo samengeperst dat die ontsnapt en zo wordt er water door een buis geperst. Die buis loopt door het water van de grote vijver naar de fontein. Het is een oude techniek. De fontein werkt dus puur op waterkracht. (Je hebt te maken met een klap die op het water gegeven wordt.) Dit systeem wordt ook in de derde wereld gebruikt.

Als contactpersoon van de Bekenstichting houd je je oren en ogen open. We wandelen geregeld langs de beken in Arnhem en omgeving en gaan daarbij in gesprek met de beheerders, bijvoorbeeld medewerkers van Geldersch Landschap, Natuurmonumenten, de gemeente en de Waterschappen. Dat doen we het hele jaar door. Samen met hen brengen we ook buurtbewoners op de hoogte van nieuwe ideeën en plannen rondom ‘hun’ beek, maar betrekken hen ook bij nieuwe ontwikkelingen. We zien graag dat mensen in hun eigen buurt een beek adopteren. Zij kennen het gebied goed en komen soms met ideeën waar je zelf nooit aan had gedacht. De gemeente Arnhem heeft een visie ontwikkeld op alle beken in de stad en past het beleid daarop aan. Over de nieuwe plannen rondom de Slijpbeek, de beek op de Paasberg, de Bronbeek, de beken op Warnsborn en de Vijverberg, de Molenbeek en de Klarenbeek ga ik in gesprek met andere contactpersonen.

 

Kijk ook eens op: