Boerenerven: “De boer van ”Nieuw Wormshoef”

vdla_150204_1029_2917_
Jaap van Galen (Geb. 1943)

Een bezoek aan de goedlachse boer op “Nieuw Wormshoef” is altijd een plezierige bezigheid. Jaap van Galen is een goed verteller en geïnteresseerd in de geschiedenis van zijn directe omgeving aan de Bisschopweg maar ook in de geschiedenis van het dorp Lunteren. Als ik op de afgesproken tijd binnen kom ligt de tafel vol met oude foto’s en andere documenten. We zitten op “Nieuw Wormshoef” op een plek die vroeger deel uitmaakte van het  ‘achterhuis’, op de “deel”.
Jaap vertelt:

Auteur: Jan Hassink, Beeld: Jan van de Lagemaat en Jan Hassink

Eigenlijk was dit het huis van een zwager van mijn grootvader die van Donselaar heette. Het was de bedoeling dat de oudste broer van mijn vader deze boerderij zou overnemen van zijn oom. Hij zou dan gaan trouwen en hier boer worden. Hij zou dan ook zorgen voor zijn vader, mijn Opa en ook voor die oom, denk ik. Ongelukkigerwijze is hij vlak voor zijn trouwerij plotseling gestorven. Toen is mijn vader hier komen wonen. Hij had toch al een hele poos verkering en is toen  snel getrouwd. Zij hebben toen ook voor hun vader en voor die oom gezorgd. Kijk, hier heb ik nog een foto van mijn Opa. Daar staan ook mijn vader en moeder op en een paar van hun kinderen. Dat is Jannie, denk ik, met nog een zus en een meid. Maar goed, die oude boerderij erfden zij dus en dan moesten zij zorgen voor die oom en voor hun vader met kost en inwoning.

vdla_150204_1013_2889_Ik heb hier ook nog een contract uit 1880 dat mijn grootvader sloot met mijn vader, een soort arbeidsovereenkomst, handgeschreven door de notaris, waarbij mijn vader zich verplicht het boerenwerk te doen voor een bedrag van Hfl. 600,00 per jaar. …Aan hen samen te geven (mijn vader en moeder) vanaf de eerste januari dezes jaares… Later is er een testament van van Donselaar waarin hij verklaard: ‘Ik vermaak en legateer aan mijn neef Jacob van Galen op de Wormshoef onder Lunteren al de door mij na te laten onroerende goederen, zijnde de  gehele Hofstede “De Wormshoef” gelegen onder Lunteren.’ Zo is die boerderij dus in de familie gekomen en mijn moeder heeft dus gezorgd voor haar schoonvader en voor die oom terwijl ze zelf ook nog een stel kinderen had..  Ze moest natuurlijk ook voor de moestuin, ”de hof” zeiden wij altijd, zorgen. Zij was 13 mei jarig en dan moest alles netjes gedaan zijn want dan kwamen de ooms en tantes op visite en dan gingen de vrouwen altijd de hof in en de mannen gingen dan altijd “boeren”. Dat betekende dat zij het land in gingen om de gewassen te inspecteren.
Toen mijn vader in 1937 de huidige boerderij bouwde stond daar ook nog een heel oude schuur. Er stonden toen ook een paar hooibergen, met 2 roeden. Daar zat al wel een lier aan om de kap omhoog te krijgen. Dat was toen al modern. De kap van één van die hooibergen is nog eens een keer met een storm over het dak van de boerderij heen gewaaid en lag in de tuin. Er waren ook al een paar kippenhokken. Mijn vader heeft toen nog een groot hok gebouwd. Daar konden wel 150 kippen in!!

oude-boederij-1933a
De oude boerderij in 1933

Op het erf lag ook meestal nog een “rijzemijt”, daar bij de loods. Die takkenbossen werden gebruikt voor het stoken van het fornuis.
Op de deel was plaats voor ongeveer 19 koeien. Er stonden een stuk of 12 melkkoeien en de rest was jongvee. Mijn vader was iemand die veel handelde. Hij ging dan naar de markt in Nijkerk. Daar ging hij lopend naar toe. Ook met de koeien lopen naar Nijkerk. Dat was toch niet helemaal naast de deur. Een paard stond ook op de deel, in de paardenstal vlak bij de achterdeuren. Ja, mijn vader had maar één paard. En dan een hooischudder en een grasmaaimachine. Die grasmaaimachine was vaak een ramp. Dan liepen de messen vast en die moest  je regelmatig slijpen. Dan moesten wij aan de slijpsteen draaien en mijn vader sleep dan die messen. We hadden eerst ook nog zo’n hoge hooiwagen. Later kregen we een platte wagen. Die heeft mijn vader laten maken bij van Deuveren, de wagenmaker hier in het dorp.

Hier heb je de achterkant van de boerderij. Daar kun je ook nog die 2 hooibergen zien. We hadden dus koeien maar ook graan en bieten. Voederbieten en stoppelknollen. Die stoppelknollen werden verbouwd na het graan. Hier voor het huis was vaak een akker met graan. Dat is één van mijn eerste herinneringen. Daar was het de slechtste grond. Dat was vroeger gewoon hei en die is toen in de jaren ‘30 ontgonnen. Dan werd het graan gemaaid met zo’n, aflegger. (Maaimachine met een hulpstuk) en dan moesten wij de garven binden. Met haver was dat bijna niet te doen. Dat was te kort. Later werd de haver samen met gerst gezaaid. Dan had je gerst tussen de haver zitten.  Wij moesten ook meewerken:  Bieten op één zetten, schoffelen en zo….
Ja, en dan had je daar het bakhuis. Dat staat er nu nog. “s Zomers woonden ze daar en werd daar gekookt. Dat kon je dan niet in huis doen, dat werd daar dan veel  te heet. Slapen deed je wel thuis natuurlijk want daarvoor is het bakhuis veel te klein. Er zat vroeger ook nog een echt

hooiwagen1944
Bij de hooiwagen omstreeks 1944

e bakoven achter aan dat bakhuis. Daar bakte mijn moeder vroeger nog wel het eigen brood. Dat oventje is nu al lang weg. Ja, dat is ook leuk. Hier heb ik nog een soort boekje:  “Bakhuis herinneringen”.  Dat hebben mijn ouders gekregen van evacués, die daar tijdelijk in gewoond hebben, toen ze 25 jaar getrouwd waren. Slapen deden ze in de stal in huis. Daar hadden ze een stukje afgeschoten. Zelf brood bakken deed mijn moeder toen al lang niet meer. Bakker Kieft kwam langs om brood te brengen. De “lichtjesbakker” noemde ze hem wel want hij bakte ’s nachts het brood en bracht dat overdag, tot ’s avonds laat toe, dan naar de klanten. Het gebeurde wel dat hij ’s avonds om 10 uur nog brood kwam brengen en dan moest hij nog de “Kromme Hoek” in. (een buurtschap een paar kilometer verder)
Ik ben zelf in 1945 geboren en heb die heel oude boerderij niet gekend. Vanmorgen kwam ik toevallig nog een luchtfoto tegen van de huidige boerderij. Dat zal rond de jaren  ’50 geweest zijn want dit huis is in 1937 gebouwd. Daar heb ik nog het “bestek” van. Daar staat bijv. in:  De woon- en slaapkamers te behangen met behangpapier van 40 cent per rol’’ …

We hadden hier altijd een gemengd bedrijf met koeien en wat akkers met graan en bieten.  Aardappels hadden we alleen voor eigen gebruik. We hadden een groot gezin dus dan had je nog wel een stukje aardappels nodig. Kijk, Hier sta ik op de foto tussen de kippen, loslopende kippen.  Dat was toen gewoon. De eieren werden meestal opgehaald door een verzamelaar en wat de eieren op de markt opbrachten kreeg je dan uitbetaald. Later kwam een handelaar de eieren thuis ophalen.

boederij-1948
Foto van het erf uit 1944

Wist je dat we hier pas in 1954 elektrisch hebben gekregen? Daarvoor hadden we gaspitjes, 3 stuks. Eén in de kamer, één in de keuken en een op de deel. Verder waren er alleen maar olielampjes, die zo lekker konden walmen! We hebben hier nog bijna één keer brand gehad door zo’n lampje. Er heeft heel lang een grote zwarte schroeiplek in de zolder van de “hilt” gezeten. Dat was bij het kelderzoldertje. Ja, die aanleg van het elektrisch. Dat moest je zelf betalen. De gemeente heeft dat toen voorgeschoten en iedere maand moest je wat extra betalen bij de elektriciteitsrekening  als aflossing van dat voorschot. Dat Elektrisch werd pas aangelegd als de hele buurt meedeed. Mijn vader heeft daar nogal wat avonden aan gewerkt. Praten met de buren of ze ook mee wilden doen. Dat is wel gelukt.

boederij1950
Boerderij uit 1950

We hadden vroeger ook geen waterleiding. Als je de koeien op de deel water ging geven dan moest je eerst de  “Zul” schoon vegen en dan hadden we een pomp op de deel en dan kon je de zul vol water pompen. Eerst aan de ene kant van de deel en dan kon je een schuifje verzetten en dan kon je door een buis onder de grond naar de andere kant van de deel  water pompen. Dan ging je “de koeien aan de gang zetten” noemden we dat.  Als ze dan genoeg gedronken hadden liet je water dat over was weer weg lopen.
We hadden heel vroeger ook altijd een varken om te slachten.  Dat heb ik pas afgeschaft toen ik zelf al boer was. Toen mocht het ook niet meer volgens het reglement.  We hebben toen nog wel een half varken naar de slachter gebracht, Tieme Visser hier aan de Bisschopweg. Dan kreeg je het geslacht terug en dan kon je het “inmaken”.

Ik was de jongste thuis en dat was een beetje een voordeel voor mij. Ik  had een keer mijn sleutelbeen gebroken, met voetballen, ja..  Ik lag in bed, hier op de kelderzolder en toen kwamen er een stel meiden op bezoek, uit de klas. Nou mijn ouders vielen bijna achterover. Ik heb altijd met jongens en meiden gespeeld. Ik ging ook voetballen en dat was natuurlijk helemaal niks. Een boer die voetbalt, dat was helemaal niet zoals het hoorde..… In die tijd was ik 12 jaar. Ik zou helemaal geen boer worden. Ik heb nog op de Kweekschool gezeten. Het was in die tijd van:  De meester heeft altijd gelijk! Dat was, en is, niet mijn opvatting. Ik heb eerst op de ULO gezeten, daarna een paar jaar op de Kweekschool en toen ben ik naar de Middelbare Landbouwschool, toen nog Landbouwwinterschool geheten, gegaan.

Familie van Galen, jaartal onbekend
Familie van Galen, jaartal onbekend

Arie Spelt was een van onze buren. Daar hebben we veel mee samengewerkt bij het hooi inhalen en zo. Hooien deden we altijd samen. Hooibaaltjes maken.  Als het hooi droog was dan had Arie Spelt het ook droog. Ik heb wel eens van ’s middags 2.00 uur tot ’s avonds 10.00 uur hooi staan opsteken!  Arie Spelt had al wel eerder dan wij een tractor gekocht en die leende ik dan wel eens van hem. Hij had ook zo’n “snelhooier” gekocht, Zo een waar je ook mee “dieken” kon (Zwaden maken). Ook als je ’s winters dorsen moest kwam de hele buurt mee helpen. De dorsmachine ging dan van de ene boer naar de andere en de hele buurt ging mee. Dat was ook een drukke tijd voor mijn moeder want die moest dan voor koffie zorgen en voor extra eten want iedereen at natuurlijk mee.

Mijn vader hee

ft later ook nog een melkmachine gekocht. We hadden toen ongeveer 22 koeien.  Mijn vader was nogal vaak weg en dan moesten Gré, Wil en ik altijd melken. Toen is er een melkmachine gekomen met twee emmers. Toen molken we met z’n tweeën. Wil en ik. Later gingen we alleen melken, zeker in de weekends. We hadden ook varkenshokken. We hadden daar zeugen én mestvarkens. Dat was toen heel gewoon. Toen ik het spul overgenomen had, heb ik hier achter het huis direct een grote loods gebouwd. Ik kon toen ijzeren spanten krijgen/kopen van de betonfabriek die hier in het dorp aan te Engweg stond. Die moest ik dan zelf wel afbreken. Jan ten Ham zei toen: Is dat niet wat voor jou? Dan kun je een grote schuur bouwen. Ik heb toen een mooie tas gebouwd met een varkensschuur er onder. De boerderij was toen nog niet van mij maar van mijn vader in die tijd. Dus heb ik eerst een stukje grond van hem gekocht en daar die grote schuur op gezet. Ik weet nog dat de buurvrouw hier kwam en die keek in die schuur en daar lagen 16 zeugen met biggen in. Ze zei: Dat is geen varkensschuur, dat is een fabriek! Ja, en toen kwam dat melkquotum. Ik molk altijd ongeveer 25 koeien. Dan krijg je een bepaald melkquotum toegewezen. Ondertussen waren de kinderen ook opgegroeid. De jongens hebben hier ook altijd geholpen. De één deed de varkenshokken uitmesten en de ander molk. Maar ja, op een gegeven moment gingen ze allemaal studeren. En dan ben je weer allee

Erf met bakhuis, jaartal onbekend
Erf met bakhuis, jaartal onbekend

n. En toen kwam dan dat melkquotum en ik had al eens tegen een neef gezegd:  Als dat melkquotum komt en ze gaan 33 cent per liter betalen om dat quotum te huren, dan wil ik geen koe meer melken. Dan ga ik het heel direct “verleasen”. Toen zaten we een keer op een verjaardag van mijn vader en toen zei hij: Je hebt dat al eens een keer gezegd, wil je het nog steeds verhuren? Ik zei toen:  Als je 35 cent wilt geven, dan kun je het huren. Een paar weken later belt hij op en zegt: Ik wil 35 cent geven. Ik ze: Dan zijn we het gauw eens. Ik ben toen begonnen met zoogkoeien.

Ja, die weg hier naar ons toe. Dat is een eigen weg en het is niet voor iedereen duidelijk wie eigenlijk de eigenaar is. Voor een deel weet ik het wel: Dat van het “Engelse Hek” tot hier toe, is van mij en verder naar de buurman van Holland is van ons tweeën samen. Dat eerste stuk heeft mijn vader nog op laten knappen in de jaren 30 door de Heidemaatschappij. Daar heb ik hier nog een officiële nota/offerte van liggen. Dus dat gedeelte is van ons. Op de officiële kaarten bij de gemeente was dat niet goed aan gegeven. Dat Engelse Hek noemden wij zo omdat dat aan grens van de grond van de familie Engelen stond. Heel vroeger liep die weg heel anders met meer kronkels over de toen nog niet ontgonnen heidegrond.
Toen je nog wat jonger was wilde je natuurlijk ook wel een paar centen verdienen. Ik heb toen een hele tijd de melkrijder die de melkbussen kwam ophalen bij de boerderijen om die naar de melkfabriek te brengen,  geholpen. Vooral op maandagmorgen moest je dan flink aanpakken want dan had je “dubbele” melk, van de zaterdag en de zondag. We hadden gelukkig melkbussen van 30 liter i.p.v. 40 liter. Bij van de Voort, de grootste boer, stonden dan soms wel  20 bussen klaar. Het was een slag om die in één zwaai op de hoge melkwagen te krijgen. Bij de fabriek moest je dan zelf de melk uitgieten op de goot. Als je moest wachten kon je even uitrusten en wat karnemelk of vla drinken. De melkfabriek had altijd een paar bussen met karnemelk of vla klaar staan.

We gingen naar school op de Julianaschool. We konden van hier af helemaal door het boerenland, tussen de akkers door rijden. Alleen in het dorp stonden er toen al een paar huizen aan de Vaarkamperengweg. Dat was heel anders dan nu. Toen de school 100 jaar bestond ben ik nog naar de reünie geweest. Dan zie je nog weer eens mensen die je in geen jaren gezien hebt. Dan kun je goed zien dat er toch wel  heel  veel veranderd is in die jaren. Zelfs in Lunteren!!

Kijk ook eens op: