Leven met Water: “Als we met het waterrad elektra opwekken, kan het waterrad wel altijd draaien.”

Beerd Volkers (Geb. 1967)

Verhaal Jan Wouter van der Straaten, beeld Jan van de Lagemaat.

Waar komt het water nu vandaan? Dat is iets wat ik me heel lang afvroeg. Als kind al. Ik ben van beroep geo-hydroloog geworden en zo kon ik een beter beeld krijgen van hoe die beek en die molen en de natuur functioneerden. Wat mij ook intrigeerde waren alle buren. De Zuidelijke Heerderbeek is ca 6 km lang, dus 12 km buren. Heel veel gesprekjes. Spannende verhalen die ze er van maken. Maar ik dacht: “Hoe zit het nu écht? Hoe is het nu en hoe was het vroeger?” Dit houdt me vrijwel mijn hele leven bezig , tot nu, mijn 49e. Als je aan de beek woont wordt je er iedere dag mee geconfronteerd.

In Heerde, bij de Molen, ben ik geboren. Mijn opa was moleneigenaar. Ik kan me een verhaaltje herinneren van toen ik een jongetje van een jaar of tien was. Mijn opa attendeerde me op een vliesje dat op het water lag. Hij zei: “Kijk, er komt olie omhoog en misschien kan dat in de toekomst gewonnen worden.” Dat werd dan zo met een lachje gezegd. Later kwam ik erachter dat het een bacterie was. Als je met je vinger op de ‘olie-kring’ drukt, breekt het terwijl olie weer dicht vloeit. Geen olie dus en ik was geen toekomstige oliebaron.

Het door een bacterie veroorzaakte vliesje op het water in de beek

In de jaren zestig is het waterrad bij de molen verdwenen. Daardoor was er minder noodzaak om de beek te onderhouden en werd het molenpersoneel op andere wijze ingezet. Daardoor zijn de sprengen en beken behoorlijk verwaarloosd. We waren niet de enige: maatschappelijk gezien waren de beken niet nuttig meer en de mensen gooiden er puin en rommel in. Toen ik een jaar of twintig was, zo rond 1988, ontstond het beeld dat het toch erg jammer was als de beken zouden verdwijnen. Het was dan misschien niet meer economisch ten nut maar het had maatschappelijk nog wel waarde. Het is toch mooi iets te behouden dat er honderden jaren is geweest? Waarom moet dat verloederen? Zo ben ik steeds actiever geworden om te kijken of een beek weer een maatschappelijke functie kan vervullen. Sprengen en beken hebben cultuurhistorische waarden. Later kwamen daar toeristisch recreatieve waarden bij. Nu worden in Epe beken ingezet als bron voor drinkwatervoorziening en op andere plekken wordt met de waterkracht groene stroom opgewekt.

De watermolen vanaf de achterkant gezien

Herstel van het sprengen stelsel werd ook opgepakt door de provincie Gelderland: die heeft een beek-herstel-programma afgekondigd. Dat was eind jaren tachtig. Ook daar zagen ze dat de sprengen en beken in kwaliteit sterk achter uitgingen. De provincie wilde de sprengen en beken koesteren, maar het waterschap was toen nog niet zover. Uiteindelijk waren de extra inkomsten die de waterschappen gingen krijgen, de reden dat ze zich om de beken ging bekommeren. Het waterschap zat eerst alleen in de IJsselvallei, zeg maar waar de polders zijn. Alleen de inwoners en boeren die in de polders woonden en werkten betaalden polderlasten. De dorpen en steden op de Veluwe liggen hoog en droog en hadden geen polderdistrict of waterschap nodig. De waterschappen konden via de dorpen en steden de inkomsten vergroten.

Epe, Apeldoorn en Hattem bijvoorbeeld wilde het waterschap wel erbij hebben. Als wisselgeld is toen afgesproken dat het waterschap de sprengen en de beken ging onderhouden. Dat werd natuurlijk ambitieus aangepakt, subsidiepotten e.d. en ook met de nieuwste technieken. Beken werden eigenlijk altijd onderhouden met handkracht, met hark en schop. Kan je dat dan ook met een graafmachine doen zoals in een polder? Dat bleek niet altijd te kunnen. Daar zijn hele trieste gevallen geweest, dat de beken machinaal onderhouden werden en daarna de bodem zo lek als een mandje werd. Van het beekwater bleef niets over. Toen is de “Stichting tot behoud van Sprengen en Beken’’ ontstaan.

Het vallende water naast de watermolen.

Voorafgaand aan het herstelplan van onze beek heb ik samen met mijn vrouw, die ik toen net kende, de waterhoogtes bepaald in de beek, waarmee we de hoeveelheden water konden berekenen. Dat legde de nulsituatie vast waardoor we deze konden vergelijken met de waterhoeveelheden ná de herstelwerkzaamheden.

De molen, ook zonder waterrad, is nog vrij lang een bedrijf geweest. Tot 2013, toen stopte mijn oom met zijn dierenspeciaalzaak. Er werden veevoeders gekocht voor de boeren en ook artikelen voor huisdieren. Toen mijn oom met pensioen ging werd de winkeldeur op slot gedraaid en brak een tijd van verval aan. Het molengebouw werd niet meer onderhouden. De molengoot was zo lek als een mandje. Het water liep uiteindelijk van de beek het molengebouw in.. Een onhoudbare situatie.

De helft van de beek had ik in 1995 al gekocht. Tot aan de molen. Mijn oom wilde wel graag het molengebouw zelf behouden met de beek die daar direct om heen lag. Later kon ik het ontbrekende stuk beek kopen samen met het molengebouw. Heel vaak zijn beken niet meer van 1 eigenaar maar versnippert. Ik denk dat deze molen in Heerde één van de weinige molens is waar het hele beektraject tot en met de molen in één hand, in één eigendom is. Dat willen we ook zo houden. Ik heb daarom de Stichting Watermolen van Heerde opgericht, die het eigendom van mij overneemt. Dan wordt het niet in stukjes gehakt door successierechten of vererving en blijft de beek en de molen behouden.

Eigenlijk gaat het er steeds om dat je het water blijft benutten. De molen móet altijd water hebben om te kunnen malen. Dus de bomen langs de beek, het slib, het afval en de plantjes die in de beek groeien: dat moet er allemaal uit en dat mag op de aanliggende percelen gebracht worden. Dat is notarieel beschreven in notariële akten als beekrechten. Dat is een soort zakelijk recht opgelegd aan de aanliggende eigenaren. Aanliggende eigenaren hebben te accepteren dat de beekeigenaar een grond ontgraaft in hun perceel om de beekwal te verhogen of de rommel die in de beek ligt op de wal neer te leggen.

De beek (tussen de oorsprong en de molen)

Je maakt ook vervelende dingen mee. Ik kwam op een vrijdagmiddag thuis en mijn vrouw zegt: “Goh, er drijven dooie vissen in de wijerd.” Eerst waren er een paar vissen dood, maar toen bleek dat ook de paling dood ging. Paling is een hele sterke vis die goed tegen gif kan. Nu ging de paling zelfs dood. Toen ondernam ik een speurtocht naar de oorzaak. Die is altijd stroomopwaarts want daar komt het water immers vandaan. Toen bleek dat er een drugslaboratorium zat, dat afvalwater loosde op een slootje dat vervolgens dan weer in de beek terecht kwam. Achteraf bleek dat het al een tijdje speelde, want we hadden daarvoor al een tijdje geen jonge visjes meer gezien. De grote vissen die bleven nog wel enige tijd zwemmen maar op een gegeven moment denk ik dat ze te veel in één keer geloosd hebben en dat alles doodging. Dat uitzoeken, daar zijn we met het waterschap een heel weekend mee bezig geweest. Daarna is het ook voor de rechtbank geweest en zijn de mensen die de lozing veroorzaakt hadden ook veroordeeld. Het was bijna bij de oorsprong van de beek. We merken de gevolgen daarvan nu nog. Ook al is het bijna 3 jaar later, er is nog steeds weinig vis in de beek. Ik heb aan de Visvereniging gevraagd: ‘Gooi maar wat vis in deze beek’, maar dat schijnt niet te mogen. Je mag geen vis verplaatsen, van het ene viswater naar het andere viswater. Het is nu de bedoeling dat de eenden het kuit van vissen transporteren. Het kuit plakt onder de borst van die eenden als ze er doorheen zwemmen en die vliegen naar deze beek. Zo kan vis wel weer verplaatst worden.

En dan hebben we de A50 die hier ook de beek kruist, en daar staan 2 tankstations langs en die hebben ook heel veel olie gelekt hier in de grond. Dat water komt dan vaak in de beek terecht. De Wijerd is een opslag bekken, maar dat betekent ook dat als de stroomsnelheid afneemt het slib bezinkt, met de vervuiling daarin. En daar ben je dan als eigenaar verantwoordelijk voor.

In het gebouw van de watermolen is nu een kringloopwinkel gevestigd.

De afgelopen drie jaar hebben we herstelwerkzaamheden uitgevoerd bij de molen. Die zijn verdeeld in drie fasen. Fase 1 is een water-belevings-plek met een tappunt voor fietsers en wandelaars en een picknicktafel. Fase 2 is het herstel van de toevoergoot voor het water naar het waterrad. Er stroomt 200.000 liter water per uur doorheen. Dat is echt een enorme hoeveelheid water. De toevoergoot heeft een verval van drie meter. Als je daar een buis in legt, gaat die door temperatuurverschillen krimpen en rekken. Je krijgt dan altijd lekkage: er was geen beginnen aan. Uiteindelijk moest er een hele solide constructie komen om die 3 meter verval te beheersen: een 15 cm dikke betonlaag plus coating.

Als je je in de geschiedenis van de molen verdiept is er regelmatig een verrassing. Waarom lag dat waterrad nou in een kelder onder de watertoevoergoot? De oorzaak is tweeërlei. Eerst was de molen aan de noordzijde. Een waterrad ligt eigenlijk altijd buiten de zon. In de schaduwzijde. Aan de Noordzijde van het molengebouw. Het houten molengebouw is in 1923 afgebrand. Toen dat afgebrand was hebben ze aan de andere oever een nieuw stenen gebouw neergezet maar het gevolg was dus wel dat de watergoot en het waterrad in de zon kwamen te liggen. Een waterrad werd vroeger gemaakt van eikenhout en als daar de zon op schijnt, wordt het rad steeds droog – nat. Daar komt bij dat door temperatuurverschillen het hout krimpt en rekt. En dan gaat het rad snel stuk. Met vijftien jaar moet je het rad weer vervangen en dat is een kostbare investering. Het waterrad werd daarom ingemetseld in een stenen constructie, zodanig dat de zon er niet op kon schijnen. Een soort pomphuis.

De beek (tussen de oorsprong en de molen)

Het andere aspect is de winter. De molenaar wil natuurlijk graag in de winter door kunnen malen maar als het vriest dan loopt het water op het waterrad en dan bevriest het waterrad. IJs zet uit en daardoor drukt het ijs ook het rad stuk. In het stenen pomphuis is het vorstvrij omdat het vloeibare water de constructie verwarmd. Grondwater is altijd circa 10 graden. Water koelt wel wat af, onderweg vanaf de plek waar het uit de grond komt naar de molen, maar het is altijd vorstvrij. Hierdoor ontstaat een soort vloerverwarming aan de bovenkant van de kelder omdat het water daar overheen stroomt. De molenaar kon door deze constructie ook in de winter malen.

Het nieuwe waterrad zou van roestvrij staal gemaakt kunnen worden in plaats van eiken, maar past dat bij een monument? We hebben het met de gemeentelijke monumentencommissie besproken. Conclusie was dat je niet alles moet herstellen hoe het ooit eens was. Er mag ook iets nieuws ontstaan. Een mengeling tussen oud en nieuw. Als je dan iets nieuws maakt, moet dat wel waarde genereren. Kijk, je kan wel overal watermolens hebben maar in het openluchtmuseum staat ook al een authentieke watermolen. Ik had eerst wat aarzelingen bij een RVS rad, want ik dacht dat glimt en blinkt dan zo, maar deze beek is een ijzerhoudende beek, Na een jaar of anderhalf, dan is die glimmende blikkerige uitstraling van roestvrij staal, vervangen door een bruinige kleur. Dan is het iets fantastisch.

Een ander aspect van waterraden is dat die nu bijna nooit draaien. Er is te weinig graan om te malen en het proces is nu te kostbaar. Maar als we met het waterrad elektra gaan opwekken, kan het waterrad wel altijd draaien. Nu brengen de Veluwse sprengen niet zo heel veel water op en kan dus ook niet veel elektra opgewekt worden. Maar dat is genoeg om het rad in stand te houden. Met de nieuwste technieken uit windmolen technologie en zonne-energie kan een mooi systeem samengesteld worden. Het nieuwe rad helpt om beken en watermolens weer een nuttige maatschappelijke functie te geven naast de cultuurhistorische en recreatieve waarden.“

 

Kijk ook eens op: